Nog even gauw!

Geplaatst op Geupdate op

snel
Als ik boodschappen doe, staan er twee dames voor de ingang van de supermarkt een stand op te bouwen voor een of ander afslankproduct. Op de kraam prijkt een sticker met een opschrift in de trend van ‘Nú: snel afvallen. Verlies binnen een week uw overtollige kilo’s’. Een van de dames reikt me een bekertje aan met een milkshake-achtig goedje. ‘Nog even gauw afvallen, voor de vakantie?’ vraagt ze. Het is een trend, zoals ieder jaar rond deze tijd. Ieder jaar verschijnt er weer de volgende nieuwe wonderdrank of –pil, die belooft om binnen no time je lijf om te vormen tot binnen de proporties die je wenst. Kennelijk zijn er nog altijd voldoende mensen die hiervoor zwichten. Nog even gauw lijnen voor je bikinilijn. Het lijkt te passen in deze tijd, waarin iedereen van alles wil en liefst snel. Of nog even voor de vakantie van alles af willen ronden. Zo ben je wel aan vakantie toe.

Crash-diëten, hoe slecht voor de lijn is dat? Dé ideale manier om je natuurlijke balans te verstoren en iets te doen met je metabolisch systeem. Iets onnatuurlijks eigenlijk, want doordat je je eetpatroon ineens drastisch aanpast of de hoeveelheid voeding die je gewend bent te eten fors vermindert, gaat je lichaam erop reageren. Dan val je eerst af en dat lijkt prettig, maar ergens vóelt dat misschien niet zo prettig. Daarmee zet je je lichaam ‘op de spaarstand’. Met doorgaans tot gevolg dat als je weer gaat eten zoals voorheen, je meer aankomt dan ooit, want je lichaam heeft nu een knopje omgezet en slaat voedingsstoffen op als reserve.

Beter is het om structureel af te vallen, als je dat wenst. Misschien langzamer, maar wel gestaag. Door eens kritisch te kijken naar je voeding, je eetpatroon, en de mate van lichaamsbeweging. Maar het belangrijkste daarbij is misschien wel hoe je je voelt, de balans tussen hoofd en hart. Daar weet ik ook het nodige van, van overgewicht en hoe dat tot een strijd kan worden. Er was een tijd dat ik het ook te makkelijk naast me neerlegde, en het wegwuifde met het excuus dat bij mijn moeder en oma ook hun lichaamsgewicht en gelijke tred met hun levensjaren groeide. En dat het in hun cultuur en tijdsbeeld paste om eten zo een prominente rol in hun leven te geven. Zo ben ik in de afgelopen maanden in een rustig tempo al ruim 10 kilo afgevallen en ik voel me er prima bij.

Mijn schoonmoeder viel ineens erg hard af. In tijd van niks was zij ook 10 kilo kwijt. Kilo’s die zij eigenlijk niet missen kon. Tegelijk met haar eetlust. Muizenhapjes at ze nog maar. Misselijk van de lucht van eten alleen al. En ze is al niet zo groot. Die ‘crashte’ de laatste tijd dus bijna letterlijk. Die k-ziekte is de boosdoener. Verpakt in een moeilijke benaming spreidt het zijn ziekelijke tentakels door haar twaalfvingerige darm. Het maakt een heleboel dingen stuk – en een heleboel dingen een stuk minder belangrijk. Een heel circus aan onderzoeken volgt vrijwel direct en nog even gauw wordt een behandelplan opgezet. Ze gaat ervoor, voor de chemo-behandeling en dat vind ik bijzonder dapper. Ze zal vast eerst nog meer afvallen, in korte tijd. Maar we hopen op een wondermiddel en hopelijk mag haar gezondheid weer in balans komen.

Als ik een kopje thee wil zetten, hangt er aan het theezakje een labeltje met daarop de vraag: ‘Als je iets aan jezelf zou willen veranderen, wat zou dat dan zijn?’ En ineens weet ik het antwoord: Gewoon helemaal niets! Heerlijk ontspannend, zo’n kopje thee.

Apetrots op mijn apenrots

Geplaatst op

apetrotsIk wil gewoon even kwijt dat ik apetrots ben!

apetrots

apetrots bijv.naamw.

Uitspraak:  [‘apətrɔts] heel erg trots

Voorbeeld: `apetrots zijn op je examencijfers

1) uitermate trots

2) blijk gevend van grote trots

ook:

  1. Beretrots 2) Erg fier 3) Zeer fier 4) Zeer ingenomen 5) Zeer trots

Apetrots op onze jongste, die vooral niet wil dat ik foto’s en andere persoonlijke informatie over hem deel op social media. Tenminste: niet zónder zijn toestemming, en die toestemming heb ik nog niet gekregen.

Trots zijn op iemand is méér dan ‘zomaar’ blij zijn met iemand, omdat diegene behept is met bepaalde talenten. Die zijn komen aanwaaien, die heb je meegekregen, voor noppes niks. Daar hoef je je niet voor in te spannen. Dat kost helemaal geen moeite. Je mag er natuurlijk hartstikke blij mee zijn, maar dat is wat anders dan vaardigheden, of het vergaren van kennis. Dat is iets waar je voor moet werken en soms nog keihard ook; voor bikkelen en buffelen om het gewenste resultaat te bereiken. Dan is talent alleen niet genoeg.

Grappig trouwens, van die versterkende voorzetsels die naar dieren verwijzen. Daar kun je je kiplekker bij voelen en het maakt het ook beregezellig, maar laat ik daar niet teveel over nadenken, want dan word ik al hondsmoe en dat is niet zo poeslief. Alleen snipverkouden klinkt wat vaag, want: ben je dan zo verkouden als een snip? Trots kun je trouwens ook net zo zijn als een pauw en die kan ik nog wel snappen, als je die beesten van tijd tot tijd ziet pronken met zo’n kleurrijke verenstaart. Maar waar een aap dan trots op is? Ik ken uitdrukkingen, maar goed. Ik had het over zoonlief. Daar ben ik dus enorm trots op! Maar hij staat niet graag in de belangstelling. En dus doe ik het even zo.

Trots op de oudste ben ik ook! Die met alle toeters en bellen of mitsen en maren toch telkens uitkomt waar hij wil. Soms met hobbels op de weg en hier en daar een scherpe bocht, maar het doel haalt hij toch telkens weer. Nu alleen nog even die aandacht op de weg zien te houden. Dat is niet altijd makkelijk, dus des te trotser ben ik dat hij het ‘m toch telkens weer flikt! Apetrots op mijn apenrots…

Tijn

Geplaatst op Geupdate op

tijn
Waarin een klein kind juist heel groot kan zijn,

– één die zowel harten wist te openen als deuren

tot zelfs en bovenal de deur van het Glazen Huis –

dat was de dappere strijdlustige, maar zieke, Tijn

die Nederland de nagels liet lakken in alle kleuren.

Met zijn actie wist hij geschiedenis te schrijven,

een kind dat zelf geen toekomst meer heeft

en waarvan de dagen en uren waren geteld.

Moge iets van Tijn toch altijd onder ons blijven

nu zijn gedachtengoed al lakkend verder leeft,

en een kleurrijk spoor nalaat van de ‘nagellak-held’

 

 

Uitgepraat…?

Geplaatst op Geupdate op

beeld770x347-v1Het is 1 juli, het kalenderjaar is alweer voor de helft om, het zou een beetje meer mogen zomeren, maar er is nog meer aan de hand met deze datum, want: vanaf nu behoort de praatpaal van de ANWB tot de verleden tijd. En wie kent dat fenomeen nou niet? Die gele bakens langs de weg, stille tekens van redders in nood. Maar die zijn nu dus uitgepraat.Tot wie kun je je dan nog wenden, als je hulp nodig hebt? Met wie heb je dan een lijntje? We zijn generatiegenoten, de praatpaal en ik. Nu is de praatpaal opgedoekt. En ik?

Op een bijeenkomst spreek ik een kennisje en na mijn ‘Hé hoe gaat het met jou?’ zegt ze: ‘Goed. Maar mijn baas heeft van de week geprobeerd om je te bellen en hij kreeg je niet te pakken!’ Haar baas? In mijn gedachten probeer ik me snel een beeld te vormen van haar werk: iets met motoren, dacht ik. Even mis ik het bruggetje naar mij, maar dan vult ze aan: ‘Hij zoekt iemand voor de externe communicatie en toen dacht ik direct aan jou!’ Dan word ik vanzelf weer meegevoerd door de stroom van ontwikkelingen voordat we goed en wel hebben kunnen bijpraten. Ze geeft me een visitekaartje van het bedrijf met zijn naam en telefoonnummer. ‘Je moet hem maar bellen’, voegt ze er nog net even aan toe terwijl we gedag zeggen bij de deur.

Dan heb ik ineens dat ietwat stoere kaartje in mijn hand. Thuis Google ik een beetje naar wat ik over en van dat bedrijf kan vinden, en dan zie ik genoeg dat me aanspreekt: een organisatiebureau in reizen; culturele reizen per motor en per auto, ver weg of nog verder weg, met thema’s als ‘muziekreizen’, of ‘off the road’, en dat alles onder de noemer ‘trails’. Avontuurlijke reizen voor dito mensen. Wauw! En ik hóu van reizen!

Maar toch… in plaats van mooie wegen met motoren erop zie ik eigenlijk alleen maar beren op de weg. Zo rijd ik geen motor, om maar wat te noemen. Is dat een nadeel? Of wat als ze iemand zoeken voor ‘de achterkant van de communicatie’, zoals het bouwen van websites of tools voor managementinformatie of zo? Bovendien, ik zou toch na de zomer weer een HBO-opleiding gaan volgen, die beter aansluit bij de opleidingen en het werk dat ik gedaan heb? Reizen vind ik fantastisch, maar hoe schrijf ik daar dan over? En zo groeien die beren uit tot een grote familie. Zo pak ik telkens dat kaartje op, om het daarna besluiteloos weer weg te leggen.

Dan zie ik het telefoonnummer, dat op het kaartje staat en dat al twee dagen onaangeroerd op mijn bureau ligt, oplichten op mijn mobieltje. Dat kan geen toeval zijn! Ik neem op en na het noemen van mijn naam voeg ik eraan toe: ‘Ik spreek met Marco, als ik me niet vergis?’ De naam van het kaartje heeft best een vriendelijke stem, hij reageert bevestigend, en vervolgens merkt hij lachend op dat ik lastig te traceren ben. In het gesprek dat volgt schetst hij een beeld van de functie zoals hij dat voor ogen heeft. Wég zijn mijn bezwaren: hij omschrijft mijn hobby! Schrijven, blogs, updates plaatsen op Facebook en op websites en daar eigen creatieve ideeën voor thema’s en interviews op loslaten. Tja, als je in mijn hartje kijk, dan… Die beren hebben broodjes gekregen om te smeren en ineens zie ik buiten de gebaande paden nieuwe wegen en een land vol ongekende mogelijkheden. Nieuwe wegen zónder praatpalen en uitgedachte zekerheden, maar wel allemaal met een eigen verhaal. Geen wegen om te praten, maar eindeloos naar te luisteren. Alsof ik op een motor zit en het avontuur proef! Wie weet waar het me brengt…

 

Laat je niet gek maken!

Geplaatst op Geupdate op

Gek-1

Het houdt de gemoederen nogal bezig, in het nieuws, in onszelf: de aanslagen van de laatste tijd en de rottigheid die mensen elkaar aandoen. De berichtgevingen lijken te worden gefilterd door de autoriteiten, of soms misschien zelfs door de berichtgevers zélf. Wat is er waar van wat we weten, wat menen we te weten en wat zouden we moeten weten?

Herhaaldelijk gaan mijn gedachten terug naar de berichten van de vorige week, waarbij twee 14-jarige meisjes eerst vermist waren en vervolgens gevonden, nadat ze op brute wijze waren misbruikt en omgebracht. Al of niet terecht werd kort daarna in de nieuwsberichten gerept over twee mannen die, gezeten in een auto, meisjes aan zouden spreken en klem zouden rijden in dezelfde omgeving. Was het paniek zaaien, of toch zeer terechte aanwijzingen om alert te blijven? Misschien wel beide, want helaas bleek de realiteit achter deze vergrijpen een mogelijk nog verontrustender element te bevatten: de daders bleken leeftijdgenoten en bekenden van de meisjes. De gedachte dat het gevaar zo dichtbij ligt, maakt het des te bedreigend.

Afgelopen zaterdag stond ik met mijn gezin op het Stationsplein in Amsterdam, waar we, al leunend tegen een betonnen muurtje van de metro-ingang, de verdere plannen voor die dag bespraken. Het zal niet veel later geweest zijn toen diezelfde plek het CS in een slagveld veranderde, nadat een automobilist vol gas op voetgangers was ingereden. Het kan in een oogwenk gebeurd zijn!

De speculaties over de aard van dit ‘incident’ wisselen elkaar in regelmaat af in de media, want: was het kwade opzet, of was het een verwarde man (iemand die opzettelijk op mensen inrijd lijkt mij eveneens een zwaar verward iemand, maar goed). Moeten we daarom bang worden voor dergelijke ‘ongelukken’ en dit laten meewegen in onze besluiten over onze dagelijkse doen? Of werken we dan eigenlijk mee met de lieden die erop uit zijn om chaos te creëren? Lastige vragen en lastige afwegingen. Nee, bang word ik er niet van, niet vanuit kansberekening en niet vanuit een nog steeds bestaand basisvertrouwen dat in mij woont, of dat nu idealistisch is of niet. We kunnen tenslotte niet beweren dat dergelijke aanslagen bij ons niet voor kunnen komen, dat weten we simpelweg niet totdat het gebeurt.

Misschien is het goed om vanuit de chaos van de nieuwsberichten eens na te denken over het effect van de berichtgevingen. En de toon en inhoud van die nieuwsberichten. Want stel nu dat het in een voorkomend geval inderdaad om een geradicaliseerde gek gaat, die graag naam en faam wil verwerven door aan de ‘high score list’ van IS een eigen ramp toe te willen voegen? Is het juist niet de uitdaging van die gestoorde lieden om hun naam te kunnen verbinden aan een afschuwelijke aanslag met veel slachtoffers? Zoals tieners ‘battles’ houden in gewelddadige games?

Zou het dan niet dé oplossing zijn om die idioten vooral niet meer uit te lichten in het nieuws? Dan zouden de media kunnen volstaan met de berichtgevingen, maar vooral de namen van de daders niet meer noemen, nooit meer. Letterlijk doodzwijgen dus, erover zwijgen als hun zelfverkozen graf. Laten we dan ook vooral uitlichten wat die onmensen zijn: gestoorde gekken. Dan worden ze wat ze verdienen te zijn: naamloze idioten, weggevaagd uit een samenleving waar ze niet in passen, om zo te zorgen dat hun daad in ieders ogen zinloos is. Naamloos en roemloos. En de verwijzingen naar IS slechts associaties oproepen van gevaarlijke suïcidale idioten. Want meer aandacht verdienen ze wat mij betreft niet. En wie weet, hopelijk, wil uiteindelijk niemand meer bij een groep gestoorde gekken horen… Voer voor psychologen?

Een steen in de vijver

Geplaatst op Geupdate op

Water-artIn mijn hand heb ik een stukje roze bergkristal. Of rozenkwarts, net hoe je het noemen wilt. Rozenkwarts is een kristalsoort. Al sinds de oudheid worden er bijzondere krachten aan toegeschreven. Kristal dank zijn naam aan het Griekse woord voor ijs (Krustallos). In de oudheid geloofde men dat het door de Goden gevormd was. Kristal werd gebruikt om te genezen en het was de steen der volmaaktheid. Bovendien bezit het de energie om te helpen de balans in je lichaam te herstellen. Het beschermt en reinigt. Rozenkwarts in het bijzonder zou ook nog eens bij uitstek de steen van het hart en de liefde zijn. Het opent het hartchakra om liefde te kunnen geven en te ontvangen. Het heeft een milde, zachte werking, werkt kalmerend bij verdriet en bevordert empathie. Daarbij bevordert de steen het gevoel voor schoonheid en bevordert het creativiteit. Of dat werkelijk zo is weet ik niet, maar ik heb het zo gelezen en zo wordt het beschreven.

De steen heb ik gevonden op de begraafplaats, iets voorbij het graf van mijn ouders. Het lag op het pad naast een braakliggend stuk gras. Een stukje niemandsland, langs de hoge haag die de begraafplaats omrandt. Er lagen er meer, van niemand, maar misschien voor iemand. Het illustreerde voor mij de bijzondere sfeer die er heerste, op deze plek waar de bomen door de wind pluisjes en zaadjes sneeuwden. Ze dwarrelden van de bomen en het leek alsof ik door een omgeschudde snowglobe liep.

Misschien is het sowieso bijzonder om op Hemelvaartsdag over een begraafplaats te lopen. De graven: de plekken waar wij onze naasten die niet meer bij ons zijn hebben achtergelaten. Geruild voor de lege plekken die zij in ons leven achterlaten. Maar zijn zij nog wel waar wij ze hebben achtergelaten? Als het goed is, dan zijn zij ons slechts voorgegaan. Hemelvaart gaat tenslotte over Jezus, die opsteeg naar de hemel. In het vertrouwen dat het ons ooit net zo zal vergaan, als wij ons tijdelijke bestaan hier op aarde achter ons laten.  Het was vast gemakkelijk om te geloven voor Zijn leerlingen: zij waren er getuige van. Dat heb ik tenminste gelezen en zo is het geschreven.

Hemelvaart: die extra vrije dag, dag van traditioneel slecht weer. Normaal gesproken regent het op deze dag. Nu sneeuwt het pluisjes. En: dag van het traditionele dauwtrappen. Dat schijnt weer een knipoog te zijn naar een oud heidens gebruik, om ’s ochtends in alle vroegte blootsvoets door het gras te lopen. Heerlijk vind ik dat: op blote voeten lopen. Aarden met de aarde. Of je nu door gras loopt of over zand, of de plavuizen op de vloer. Of op steentjes. Alles voel je dan veel meer. Die stenen zullen er nog zijn lang nadat wij er niet meer zullen zijn. Of misschien dan toch andersom? 

Hebben we niet allemaal af en toe een bijzonder steentje, voelen we een steen in onze vijver? Niet tastbaar en niet zichtbaar, maar wel merkbaar. Misschien is het de inspiratie die ons zomaar invalt, uit het schijnbaar niets. Misschien is het een bijzondere ontmoeting. Soms beroert iets ons wateroppervlak. Als een steentje dat in het water is gegooid: het laat een rimpeling na in het water als het al uit het zicht verdwenen is. Iets dat onze aandacht trekt, ook al ligt de oorzaak op een ander moment of een ander tijdstip, maakt soms een rimpeling, een stroming, in ons gedachtenoppervlak los. Soms voor even en soms wordt de stroming voorgoed veranderd. Waar zo een steentje al niet toe leiden kan. In bijzondere ontmoetingen en blijvende indrukken.Of het echt zo is, weet ik niet. Maar ik voel het zo en hebt het opgeschreven. Met het steentje in mijn hand.

Vijftig!

Geplaatst op Geupdate op

vijftigBam! En dan ineens ben ik vijftig! Nou ja, niet ineens, ik zag het natuurlijk al een tijdje aankomen, maar toch. Vijftig is een feit. Een getal dat ervoor zorgt dat ik in aanmerking kom voor allerlei voordelen: speciale vakanties, beurzen, tijdschriften, maar aan de andere kant eindig je bij sollicitaties onderaan de stapel. Dat is dan weer een groot nadeel.

Vijftig is een kroonjaar. Vraag dat maar aan de koning. Die zei tenslotte: ‘Vijftig is het nieuwe dertig’ en daar doe ik het voor. Want de koning heeft altijd gelijk. Nou ja, onfeilbaar is ie misschien niet, maar onschendbaar wel, en wat hij zegt moet je vooral niet willen bestrijden. Dus koester ik mijn leeftijd en alles wat daarbij hoort. (helaas ken ik een aantal zeer recente voorbeelden van mensen in mijn omgeving die deze leeftijd niet hebben mogen halen).

Lachrimpeltjes en een buikje: ik heb het allemaal eerlijk verdient. De wespentaille is verruild voor hommelheupen en het zijn stille getuigen van een goed leven. Want het leven voelt goed! ‘Het voelt zó goed om vijftig te zijn, dat had ik veel eerder moeten doen!’ zoals Lenette van Dongen eens zei en wat mij betreft heeft ze helemaal gelijk.

Ik heb inmiddels mijn derde beugel. Zo’n discrete, die je nauwelijks ziet. Het begon met zo’n Rob de Nijs-spleetje tussen mijn voortanden en de drang van tandartsen om daar wat aan te doen. Dat ‘probleem’ is opgelost, maar bracht nieuwe problemen met zich mee en zo volgen mijn tanden de technologische ontwikkelingen op het gebied van orthodontie nauwkeurig. Zowel de techniek als ik stonden eerst in de kinderschoenen en we groeiden gelijk op. Maar beter een derde beugel dan een derde gebit, denk ik dan maar. ‘Je moet nu je eetmomenten clusteren’, zei de tandarts en dat klonk als een belofte met nog meer voordelen.

Eerst vocht ik er tegen. Maar de flow van het leven brengt onherroepelijk ook andere fases met zich mee. En alles deed mee, heel cliché… Van ’s nachts zwetend wakker worden met hartkloppingen of zomaar klaarwakker zijn en dan liggen denken: ‘oké, en nu?’ tot broze botjes met artrose in gewrichten en hier en daar een grijze haar. Zo stond ik ook op en met gespannen voet op en met de weegschaal. Omdat bewegen hier en daar zeer deed bewoog ik te weinig en bleef alles wat ik at en niet verbrandde liefdevol aan me plakken. Ik vocht ertegen en dat kostte nodeloos veel energie. Het paste ook niet bij de stroom van het leven die toch al in beweging was. Totdat ik even stopte en er even bij stilstond om naar die stroom te kijken: in die stroom was ziekte en de dood voorbij gekomen en ben ik mijn baan kwijtgeraakt. Maar eveneens zijn onze kinderen volwassen geworden, de oudste studeert, woont op kamers, werkt en heeft een relatie, de jongste doet eindexamen. We kunnen nu makkelijker op vakantie als we dat willen en we zijn goddank gezond. En ik sprong in die stroom en heb het omarmt. Het ‘go with the flow’, zoals dat heet.

Het leven is een constante verandering, geen dag is hetzelfde en ik krijg gelukkig de kans om daar iedere dag van te genieten en er wat van te máken. Dat geeft rust. Ruimte. Een gevoel van vrijheid. De vrijheid en mogelijkheid om andere dingen te ontdekken, in het leven en in mezelf. De vrijheid om niet in de verandering te gaan ‘hangen’, maar er ook niet tegen te vechten. Dus sport en beweeg ik met mate, eet en drink met maten, cluster mijn eetmomenten, tel mijn grijze haren, maar vooral mijn zegeningen. Het leven is een feestje en de slingers waren al voor me opgehangen. Ik voel me dus helemaal hyper-de-piep. En ik heb nog steeds een bikinifiguur: ik trek een bikini aan en ga op het strand zitten. Want wie doet me wat?

Dus vijftig? Heerlijk! Daar had ik veel eerder aan moeten beginnen!