Reddende engelen in de tijd van het coronavirus

Geplaatst op Geupdate op

engelaanmijnbedEn dan ineens moet ik weer denken aan het relaas van dat meisje van een jaar of twaalf: na een paar dagen van lichte hoest en verkoudheidsverschijnselen, zat ze op een morgen in een melige bui naast haar broer op de bank in de kamer. ‘Moet je horen, wat grappig!’ zei ze tegen haar broer, terwijl ze een diepe teug lucht naar binnen zoog. Tegelijk met haar ademhaling klonk er een onheilspellend geborrel uit haar binnenste, een beetje zoals een luxe koffiemachine klinkt als je een kopje cappuccino brouwt. ‘Maar dat is helemaal niet goed!’ riep haar moeder die in de kamer stond te strijken geschrokken vanachter de strijkplank, terwijl het meisje en haar broer een lachstuip leken te hebben door dat gekke geluid. Binnen een mum van tijd had haar moeder de twee kinderen gemobiliseerd, en spoedde het gezin zich naar de huisarts. Van daaruit volgde een snelle doorverwijzing naar het OLVG in Amsterdam, hoewel die tussenstappen en de exacte route wat onduidelijk zijn.

Het meisje werd na een aantal onderzoeken opgenomen op een geïsoleerde afdeling, wat voor haar in praktische zin vooral betekende dat ze alleen kwam te liggen. Helemaal alleen, in een soort dubbelwandig aquarium, afgezonderd van haar familie. Artsen die haar onderzochten, droegen monddoekjes, beschermende kleding en -brillen. In de consternatie die volgde en de focus op vooral de medische aandacht, was de verpleging vergeten het meisje te vertellen dat ze haar maaltijden in een sluis plaatsen. Dat was een soort kluisje in de dubbele glazen wand waarin het verzorgend personeel het eten en drinken aan de buitenzijde erin kon schuiven, waardoor het meisje het zelf er aan de binnenkant uit kon halen. Na drie dagen was het iemand opgevallen dat het eten onaangeroerd bleef en bij navraag bleek het meisje van niets te weten. Maar ze was te ziek om het ook echt gemerkt te hebben.

Het kind werd in de loop van enkele dagen al zieker en zieker. Ze hoestte bloed op en haar lichaamstemperatuur was op een zeker moment gestegen tot 41,2°. Ze was te ziek om überhaupt nog iets buiten haar om op te kunnen merken, omdat ze verwikkeld was in een continue strijd om adem te kunnen blijven halen, de focus naar binnen gekeerd. Iets dat zo vanzelfsprekend als ademen is, vergde van haar een opperste concentratie en kostte haar al haar kracht. Het voelde alsof ze elke teug met kracht naar binnen moest zuigen als door een rietje, meer niet. Hoe lang ze daar zo lag, wist ze niet precies. Ze verloor elk idee van dag of tijd, en bovendien raakte ze in een flow tussen waken en slapen in, waardoor het dagritme vervaagde tot iets in haar onderbewustzijn.

Ze werd ook op enig moment verplaatst, dacht ze. Naar een kamer waar een apparaat aan de muur bellen blies die ze in moest ademen, met eenzelfde moeite als daarvoor. Ook daar lag ze geïsoleerd. Niemand praatte haar bij, niemand zei zelfs maar wat tegen haar, wat maakte dat dit alles op haar nogal vreemd en onwerkelijk overkwam. Zo zag ze eens haar oma zitten, aan de andere kant van het glas, die al voor zich uit prevelend een kralenketting door haar handen liet gaan. Merkwaardig vond ze dat.

Op een nacht kreeg het meisje het zo vreselijk benauwd, dat ze dacht dat het haar niet meer lukte om nog lucht in te kunnen ademen. Tegelijkertijd voelde ze zich heel licht worden, in haar hoofd, in haar magere lijfje. Haar gedachten in dat ene moment werden heel beredenerend: er was een noodknop bij haar bed. Maar als ze erop zou drukken, dan zou het vast te lang duren voordat hulp paraat was. Dat zou te laat komen, hoe dan ook. En eigenlijk had ze ook niet meer de puf om haar hand naar die magische knop te bewegen, want elke inspanning was haar teveel. En ergens tussen de grens van waken en slapen in, bemerkte ze twee witte schimmen in de hoek van het plafond, schuin tegenover haar. Het meisje dacht dat het misschien engelen waren. Ze leken ontzet te kibbelen, zeiden op geschrokken toon dingen als dat dit toch helemaal niet de bedoeling was, en meer van dat. ‘Adem nou! Toe nou, adem dan toch!’ leken ze haar toe te roepen.
Het vreemde verontruste gebakkelei van de witte schimmen maakte het meisje alert. Die schimmen uit een andere wereld maakten dat die andere wereld nu wel erg dichtbij kwam! En toen haar gedachten daardoor weer enigszins helder geworden waren, drukte ze toch op die knop. Wat er daarna precies gebeurde, dat weet ze niet. Toen niet meer en nu ook niet meer…

Dat meisje, dat was ik. Lang geleden. En ik heb het gered, dat moge duidelijk zijn! Wat ik toen had? Ik wist dat toen niet en nu ook niet. Of het vergelijk met het coronavirus opgaat, weet ik ook niet. Ik weet alleen dat het een longvirus was dat tot dan toe onbekend was en waar geen medicijn voor bestond. Er was geen internet, geen berichten in het nieuws, en nee, voor zover ik weet kwam er geen statistiek aan te pas, laat staan virusmaatregelen – behalve die naar mijn familie toe.  

Wat ik er nu aan overgehouden heb? Na al die tijd vrij weinig gelukkig! Een scan die tijdens een nacontrole was gemaakt, toonde aan dat mijn beide longen voor de helft ‘uit littekenweefsel bestonden’. Zo werd dat door de longarts letterlijk gezegd en ik vond die zin toen blijkbaar zo spannend klinken, dat ik die altijd heb onthouden. Het maakte dat ik nog lag daarna kortademig was. Kortademig en graatmager. Ik ben er zo’n 1,5 jaar nog verzwakt door geweest. Ik weet wel dat ik er mogelijk een hang naar ietsje teveel eten door heb gekregen, want eten zorgde er in die tijd van herstel voor dat ik er automatisch ‘weer goed uitzag’. En als jonge tiener doet zoiets misschien wel wat met je zelfbeeld.

Maar wat ik er met name van overgehouden heb, is het vermogen om het leven te beschouwen als een groot geschenk dat ik nog dagelijks uit mag pakken! Het gevoel om in een soort ‘reservetijd’ te mogen leven, zette voor mij al vroeg het leven in een ander perspectief. Zekerheden heb je niet, nooit. Het kan zomaar over zijn en er is niets aan verloren om je dierbaren te laten blijken dat je on ze geeft, want ook hun liefde en aanwezigheid zijn daarmee ook niet vanzelfsprekend.

Wat het me ook gebracht heeft, is een enorm respect voor de mensen in de medische zorg, want wat ervoor zorgde dat ik nog ‘hier’ ben en niet god-mag-weten-waar heb ik te danken aan hun levensreddende werk! Door de inzet en offers die ze brengen, en door een betrokkenheid die vele malen groter moet zijn dan louter hun salaris. Een bijzonder soort naastenliefde houdt mensen in de zorg op de been. De engelen die mij redden, waren de mensen in het ziekenhuis; de artsen en de verpleegkundigen. In dat merkwaardige gevecht met de dood, hadden zij aan het langste eind getrokken.

Laten we ook daarom vooral en met name in deze tijd de mensen in de zorg waarderen om wat zij zijn: de échte helden in onze maatschappij, de helden van deze tijd! En momenteel zijn zij het die de maatschappij waarin wij leven in grote mate draaiende houden, want heel veel hangt nu van hun tomeloze inzet af. En wat mij betreft vormen zij we een van de belangrijkste beroepsgroepen. Laten we dat, als deze crisis aan ons voorbij mag trekken, vooral ook inzien met z´n allen.

En wat we vooral ook moeten inzien met z´n allen: volg in godsnaam de adviezen op die bedoeld zijn om de besmetting met het coronavirus zoveel mogelijk tegen te gaan! Het virus reist snel, maar de informatie erover evenzeer! Toen wist ik niet wat er op me af kwam, maar tegenwoordig worden we dagelijks op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen.

Ik hoop, wens en bid dat liefst zoveel mogelijk mensen het virusleed bespaart mag blijven. Dat moet en kan lukken, ieder voor zich en toch samen. Het weer lonkt ons naar buiten, maar dat is geen argument om de richtlijnen van de RIVM terzijde te schuiven. De klok gaat vooruit, dit weekend: zomertijd. Liefst zetten we de klok een flinke tijd vooruit. Tot die tijd moeten we het maar uitzingen. Tot die tijd. Ik gun het ieder, die ´tot die tijd´, met hopelijk daarna nog tijd genoeg om de tijd in te halen!

Naar binnen!

Geplaatst op Geupdate op

10403027_774202106007576_6563520800317136748_n

Dan plots voert mijn aandacht
even van buiten naar binnen,
daar is iets dat op mij wacht:
daar komen woorden bij zinnen.

 

En dan ineens is het er, zomaar uit het niets: Bam! Tegenslag. Als een donderslag bij heldere hemel en soms zelfs met de heftigheid van een mokerslag. In tegenstelling tot de gemoedelijke en getemperde zachtheid van geluk en voorspoed komt tegenslag meestal met grote porties tegelijk. Of lijkt dat maar zo? Druppelt het slechte berichten omdat we er steeds de aandacht op vestigen, volgens de natuurwet ‘gelijke energie trekt aan’? Maar nee, tegenslag is iets dat je overkomt zonder dat je het kunt beïnvloeden. Het maakt dat we ons, als mens, ook ineens zo kwetsbaar kunnen voelen en ons bewust zijn van de eindigheid van ons bestaan.

Ik zou wensen dat we pijn en verdriet in heel veel kleine stukjes zouden kunnen verdelen, zodat ieder er maar een beetje van heeft. En niet van die grote porties in een keer. Dat maakt ons zo machteloos.
Waar verdriet heerst, is troost nodig. Daarvoor hebben wij elkaar nodig. Soms kun je niet meer doen dan er zijn als het nodig is en soms is er zijn alles wat ervoor nodig is. Zo wordt leed kleiner als je het deelt.

Maar toch, doen we onszelf geen geweld aan als we niet ook onze ogen openhouden voor het geluk dat we op onze weg treffen? Maar toch kleuren onze gedachten onze dag. En toch is de menselijke geest in staat om, zelfs in de meest slechte situatie, gelukkig te zijn.

Alleen in de combinatie van uitersten ontstaat een balans. En geluk en voorspoed komt net zo goed ‘uit het niets’ op onze weg. Het is er zodra je het ziet. Laten we er vooral niet aan voorbijgaan! Want ook geluk en voorspoed kun je verder delen in heel veel kleine stukjes, zodat ieder er wat van hebben kan. Het leven heb je niet in de hand, maar soms nemen we het leven maar bij de hand. Zo komen we vooruit! En daar gaat zonder meer een helende werking van uit. Voor onszelf en voor elkaar. Daarin kunnen we delen, want dan wordt het vanzelf meer…

De huidige ontwikkelingen noodzaken ons om anders te kijken, anders te handelen dan we gewend zijn en dan we ons ook maar voor kunnen stellen. Om ons letterlijk meer naar binnen te keren. Het vraagt ons om ons leven te sturen naar de omstandigheden. We moeten handelen met ons verstand, maar ook naar ons hart. Uitdagend genoeg…

Laten we vooral met een milde blik kijken naar onze medemensen. Ook nu -of juist nu- moeten we de zwakkeren niet vergeten, en ook dat kan binnen de begrenzingen van het bewaken van de eigen gezondheid. We kunnen blijven delen in aandacht en in zorg, in respect voor onze medemensen en in steun aan ieder die dat nu hard nodig heeft. In woord, daad en gebed. Je kunt liefhebben zonder aan te hoeven raken, aandacht of hulp bieden zonder jezelf of de ander in gevaar te brengen. Laten we vooral onze blik wenden naar de toekomst, in de hoop en het vertrouwen dat ons een betere tijd wacht. En wie weet, mogen ook wij merken dat we daarin gegroeid zijn.

Buiten in de tuin zie ik een merel rond de heg scharrelen, waar een klein bolletje met zijn kopje uit de grond probeert te steken, terwijl de zon daadkrachtig de wolken oplost; aankondigingen van de golfbewegingen van zichzelf telkens vernieuwend nieuw leven. De natuur heeft vast in geen eeuwigheid de ruimte gekregen om zo in rust en stilte te kunnen groeien. Misschien is de tijd ons gegeven om zelf ook te groeien in deze tijd. Verandering is er, hoe dan ook…

Blijf veilig, blijf gezond!

Wat zou je doen?

Geplaatst op Geupdate op

watzoujedoenWat zou je doen als je weet dat je nog maar een jaar te leven hebt? Dat is zo’n typische vraag die je op gesprekskaartjes om elkaar beter te leren kennen of aan een theezakje aan kunt treffen. Dan volgen er doorgaans antwoorden als parachutespringen, bungee-jumpen, op het Empire State Building staan of de Maya-tempels bezoeken, of wie weet, nog een hele ‘bucketlist’. De realiteit is echter dat mensen in die situatie niet meer in staat zijn om dat soort idealen nog na te jagen. Sterker: ze zijn niet meer belangrijk. Soms gebeurt er iets in je leven waardoor ogenschijnlijk kleine dingen ineens belangrijk blijken te zijn, of andersom. 

Wat zou je doen als je weet dat je nog maar een jaar te leven hebt, of een maand, een week? Door de ontwikkelingen van de laatste weken en met name dagen, is het net alsof dit een collectieve vraag geworden is. Of zoals de vraag: wat zou je doen met een miljoen? Dat speelt ineens niet meer en dat lijkt ook van geen enkel belang meer. Als je getroffen bent door het coronavirus, dan ben je je leven niet zeker. En daarbij: wat voor zekerheden hebben we eigenlijk, als alle zekerheden wegvallen? We willen overleven. Dat is ons ingebakken en dat is maar goed ook. Maar naast de bekende stressreacties als vluchten, vechten of bevriezen lijkt daar nog een te zijn bijgekomen: hamsteren. 

Nee: wc-papier kun je niet eten en paracetamol evenmin. En zelfs met een voorraad eten ben je nu schijnbaar je leven niet zeker. Het maakt de schijnbaar belangrijke zaken nu zo ongelooflijk onbelangrijk. Het virus discrimineert niet, maar kan iedereen raken: rijk of arm, blank of zwart. We voeren collectief een oorlog tegen eenzelfde onzichtbare vijand, een massamoordenaar, die zo klein is dat je het niet met het blote oog kunt waarnemen. Geen orkaan, tsunami, aanhoudende bosbranden of raketaanvallen, maar een microscopisch minuscuul iets. Het onheil komt als een dreigend onweer op ons af en we merken dat het over ons heen losbarst.

De maatregelen om het coronavirus zoveel mogelijk in te dammen, besmetten de aarde als een olievlek en leggen wereldwijd alles lam. Het openbare leven ligt zo goed als plat, en het maakt een hoop dingen die we als vanzelfsprekend zagen ineens zo vreselijk bijzonder. Uit eten gaan, een bioscoopbezoek, of even naar de sportschool gaan zit er voorlopig niet in. Boodschappen halen en kunnen kopen wat je in gedachten had is in no time verworden tot een luxe. Wat de lobby over het inperken van het aantal vliegbewegingen op Schiphol in geen jaren is gelukt, lukt het virus binnen enkele dagen: er wordt niet meer gevlogen. Ligt de nu honderdjarige KLM, als heel kwetsbare oudere, dan nu in één keer óm? Mijn man zit nu thuis, evenals nagenoeg alle andere KLM-ers én alle andere bedrijfstakken in de regio die van het vliegverkeer afhankelijk zijn; de grondafhandeling, douane, retailers, bagagemedewerkers, taxichauffeurs, bloemen- en andere handel. 

Hoe lang dit gaat duren, weken, maanden, een jaar? Niemand die het weet. Er zijn meer vragen dan antwoorden. Wat we wel weten, is dat we de maatregelen uiterst serieus moeten nemen door de restricties goed in acht te nemen. Gek genoeg gaat ‘ander leven’ buiten gewoon door, of sterker nog: dat gaat ongehinderd zijn gang. Zo zonder vliegverkeer en met een stuk minder auto’s door werkverkeer is het stiller buiten en horen we de vogels. Komende week is het volgens de kalender lente en deze heeft zijn intrede al gedaan, merkbaar, voelbaar. Het nieuwe leven barst los. Misschien schuilt daarin wel iets van de Zekerheid waar we écht op mogen vertrouwen, voorbij de schijnzekerheden waarin we blijkbaar tot nu toe leven.

In de christelijke traditie leven we nu in de vasten of veertigdagentijd: een tijd van versobering, van matiging en zelfreflectie. Het wordt ons als vanzelf aangereikt. Binnenkort is het Pasen: teken van hoop en nieuw leven. Symbool voor de hoop en het vertrouwen dat ons een betere toekomst wacht. Maar wat we vooral merken, is dat we op een andere manier met elkaar moeten en kunnen omgaan en op elkaar zijn aangewezen. We kunnen nog steeds zorgen voor elkaar, op veilige afstand elkaar nabij zijn. We kunnen aandacht geven, liefhebben, steunen en troosten, luisteren en bidden waar nodig, verbonden zijn in geloof, hoop en liefde. 

NB: er rollen inmiddels nieuwe initiatieven door mijn digitale brievenbus: vandaag, woensdag 18 maart, is uitgeroepen tot de #DagvanhetNationaalGebed , aanstaane zondag is er op initiatief van de Nederlandse bisschoppen een #CirkelvanGebed en er is een platform ontstaan voor hulp aan / met / voor elkaar onder de noemer #nietalleen We hebben er nu tijd voor, het is er nu tijd voor! Dus: wat zou je doen?

Ik wens iedereen heel veel sterkte. En vooral: blijf veilig, blijf gezond!

Waarom vasten?

Geplaatst op Geupdate op

Orientation in the desertHet carnaval is weer voorbij. Carnaval: een weekend vol gekte, uitbundigheid, verstoppen in verkleedkleren en achter maskers. Even niet ‘jezelf’ hoeven zijn, of juist jezelf helemaal te laten gaan. En dan weer tot jezelf komen. De maskers vallen af. We zijn weer wie we zijn. Dit jaar was het carnaval behoorlijk stormachtig verlopen – of dat nu alleen het onstuimige weer betreft, of de discussie rondom de smakeloze elementen in de carnavalsoptocht in Aalst, waarbij men beledigende Joodse karikaturen bepaald niet schroomde. Wat bezielt mensen toch?

Wat is vasten?

Hoe dan ook: vanaf Aswoensdag begint in de christelijke traditie de vastentijd, ook wel ‘de 40-dagentijd’ genoemd; de tijd die ligt tussen Aswoensdag en Pasen. ‘Vasten is het zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten of drinken voor een bepaalde periode’, zoals Wikipedia het omschrijft. Dat is niet niks, ook al ligt de nadruk vooral op ‘niks’. Daar is nog lang niet alles mee gezegd en de omschrijving dekt misschien niet altijd de lading. Het vasten verwijst in eerste instantie naar een periode uit het leven van Jezus, voordat hij zich als prediker had ontplooid. Jezus werd door ‘de Geest’ gedreven naar de woestijn, waar hij veertig dagen verbleef. In die periode was hij teruggeworpen op zichzelf. Hij koos er uiteindelijk voor om ‘arm’ te worden, zich klein te maken, mens te zijn onder de mensen. Hij werd er een ander mens van, zou je kunnen zeggen.

Voor wie is vasten bedoeld?

Het vasten is een gebruik dat binnen veel meer religieuze stromingen is geborgen: zowel het jodendom, de islam, het baha’i-geloof het hindoeïsme als het boeddhisme kennen vasten-rituelen. Iedere religie heeft zo z’n eigen definitie voor het vasten. Vasten wordt in ieder geval gezien als middel om tot bezinning te komen, doordat in een periode van matiging er minder afleiding is van impulsen, of juist door jezelf te sterken om impulsen te weerstaan. En vanuit de natuurgeneeskunde wordt het vasten gebruikt als reinigingsmiddel, of populairder gezegd: om te ‘detoxen’.

Vasten is dus in ieder geval een periode van matiging en in wezen voor iedereen goed op z’n tijd. Maar het is beslist meer dan ‘het zich onthouden van voedsel’, want dan blijft het steken bij een fysiek proces. Het is ook een periode van reiniging voor de geest. Dat begint dan misschien bij het matigen en het minderen, maar het blijft niet steken bij de buitenkant. In die periode van matiging ontstaat ook ruimte voor zelfreflectie. Daarbij helpt het fysieke vasten, maar evenzeer helpt het om af en toe stil te staan bij en ons (opnieuw) bewust te worden van de overvloed die we wellicht ervaren.

Als een stille tocht door de woestijn…

In die zin is het functioneel als wij die tocht door de woestijn als metaforisch voorbeeld nemen en ons even terugtrekken in een overdrachtelijke woestijn van versobering. Nergens ben je meer op jezelf teruggeworpen als in een woestijn. Geen plek om te schuilen en het enige gezelschap dat je er treft ben je zelf, is jezelf. Er is geen drukte waarin je op kan gaan en waarin je je verliezen kan. Er heerst een voortdurende stilte. Een stilte die niet hetzelfde is als leegte, maar een stilte waarin je groeien kan. Juist als je je verloren voelt, kan je worden gevonden. In die zin kan stilte heel zinvol zijn. Een verkozen stilte, om daarin juist de aandacht te vinden om te kunnen luisteren naar de dingen die er echt toe doen. Als wij die stilte vinden kunnen, dan maken we vanzelf weer een beetje  meer ruimte voor God en voor onszelf. In de stilte na de storm.

Af en toe de stilte opzoeken helpt bij het ‘reinigen’ van de geest. Om na te denken over de rol die we voor onszelf en de ander vervullen, over dingen denken die we anders of beter kunnen doen. Daarmee breng je de dingen weer in balans. Dat kan niet alleen fysiek zijn, noch alleen mentaal. Lichaam en geest vormen immers een geheel. En in die zin kan je in veel bredere zin matigen en minderen, door bijvoorbeeld na te denken over duurzaamheid in je werken en wonen, of door te delen in dat waar je teveel van hebt. Het oude gebruik om de snoeppot 40 dagen dicht te laten is misschien zo goed als verdwenen, maar de traditionele ‘vastenactie’ is gebleven. Iets geven aan een ander is tenslotte van alle tijden. Het is in essentie een persoonlijke ervaring, wat voor invulling je er ook aan geeft.

Masker af!

Dus masker af! Je mag weer gewoon jezelf zijn, met al je fouten en tekorten. Maar ook met je unieke talenten. Met alle unieke eigenschappen en ‘eigen-aardigheden’ die een mens tot zichzelf maken. Daarnaast is het goed om oog te hebben voor de unieke eigenschappen van de ander. Het is nog hartstikke lastig om te kunnen kijken zonder te oordelen. In die stilte van de veertigdagentijd ontstaat ruimte om alles van wat meer afstand te kunnen bekijken, op de eerste plaats door ons eigen leven of levenshouding eens kritisch te bekijken. In die stilte ontstaat er ook ruimte om te groeien. Een stilte om tot bezinning te komen. Of in ieder geval tot onszelf te komen. En wie weet, nader tot God te komen. Hij zelf kent en herkent je toch wel, mét of zonder masker… 

Ik wens je een bezinningsvolle, inspirerende en liefdevolle tijd op weg naar Pasen.

(NB: voor wie nog meer wil lezen over mijn interpretaties van stilte is de gedichtenbundel ‘Luisteren naar de stilte’ samengesteld)

 

 

Valentijnsdag: eerbetoon aan de liefde

Geplaatst op Geupdate op

v2-2Valentijnsdag: 14 februari, dag van de liefde. Een dag vol romantiek, omlijst met bloemen, hartjes, kaarten, romantische diners en andere cadeaus. Hoewel Sint Valentijn, waar deze dag naar vernoemd is, zich mag rekenen tot een van de bekendste heiligen, heeft hij die status niet ontleend aan hetgeen waardoor hij tegenwoordig bekend is. Wie was hij? 

Valentijn: waarheid of legende?

Er bestaan verschillende verhalen over Valentijn. Welke daarvan juist is, is niet duidelijk. Zo wordt zelfs verondersteld dat de legendes om twee afzonderlijke personen zijn ontstaan.  Wie hij ook was, Valentijn bestond echt, want archeologen hebben een Romeinse catacombe en een oude kerk gewijd aan St. Valentijn opgegraven. In 496 AD markeerde paus Gelasius 14 februari als een viering ter ere van zijn martelaarschap. De kerk erkent hem dan ook nog steeds als een heilige en vermeldt hem op 14 februari in het Boek der Martelaren, want wat in ieder geval vaststaat, is dat hij werd gemarteld vanwege zijn geloof en vervolgens is begraven op de Via Flaminia in Rome.  

Wat ook vaststaat is dat hij in 226 werd geboren in een stadje genaamd Terni in Italië en dat hij priester of bisschop was. Valentijn leefde tijdens het bewind van keizer Claudius II. Rome was toen een beerput van immoreel gedrag; uitspattingen als pedofilie en seksuele promiscuïteit was wijdverbreid. En een kenmerk van de vroege christelijke kerk is, dat ze opkwam voor de waarde van het huwelijk, om zo een toonbeeld te worden van hoe duurzame liefde eruit zou kunnen zien. 

Welke verhalen bestaan er rond St. Valentijn?

Volgens een variant, wat wordt verondersteld de eerste versie te zijn van St. Valentijn -uit de Neurenbergse kroniek- was St. Valentijn een Romeinse priester die gemarteld werd tijdens het bewind van Claudius II. Volgens het verhaal werd St. Valentijn gevangengezet omdat hij christelijke echtparen trouwde en christenen hielp die in Rome werden vervolgd. Beide handelingen werden beschouwd als ernstige misdaden. Er groeide eerst nog een verstandhouding tussen de heilige en de keizer, totdat Valentijn probeerde Claudius tot het christendom te bekeren. Claudius werd woedend en beval Valentijn zijn geloof af te zweren of hij zou worden onthoofd. St. Valentijn weigerde afstand te doen van zijn geloof en werd op 14 februari 269 geëxecuteerd. 

Een ander verhaal over Sint-Valentijn is dat hij op een gegeven moment, als bisschop van Terni, werd gearresteerd en naar Rome gebracht. Terwijl hij gevangengehouden werd, presenteerde hij de Bijbel aan zijn gevangenbewaarder, rechter Asterius. Tijdens het bespreken van religie met de rechter zwoer Valentijn op het bestaan van Jezus. De rechter stelde Valentijns geloof onmiddellijk op de proef: St. Valentijn kreeg de opdracht om van de blinde dochter van de rechter het gezichtsvermogen te herstellen. Als het hem lukte, beloofde de rechter alles voor Valentijn te doen. Valentijn legde zijn handen op haar ogen en genas het zicht van het kind. Rechter Asterius was vernederd, maar gehoorzaamde de verzoeken van Valentine. Asterius brak alle afgodsbeelden in en rond zijn huis af, vastte drie dagen en werd gedoopt, samen met zijn gezin. De nu getrouwe rechter verleende vervolgens gratie aan al zijn christelijke gevangenen. St. Valentijn werd later opnieuw gearresteerd omdat hij bleef proberen mensen tot het christendom te bekeren. Hij werd naar het Rome onder keizer Claudius II gestuurd, die hem ter dood veroordeelde. Op de dag van zijn executie liet hij het meisje een briefje achter met de tekst: “Je Valentijn”. Dat is een stuk minder romantisch dan de kaarten die tegenwoordig op deze dag verstuurd worden, en ook het begrip ‘blind date’ zal niet van dit voorval afkomstig zijn… 

Andere overleveringen van St. Valentijns leven vertellen dat hij stiekem echtparen trouwde, zodat mannen geen oorlog hoefden te voeren. Er was een invasie van de Goten in Rome en ze hadden veel mankracht nodig om oorlog te voeren. De regel was dat als je eenmaal getrouwd was, je de vrijheid kreeg om geen oorlog te voeren. De gedachte was dat Valentijn daarom niet alleen de mensen tot het christendom bekeerde, maar hen in het geheim trouwde zodat de mannen inderdaad thuis konden blijven. Tijdens zijn bewind vaardigde Claudius II een bevelschrift uit dat het huwelijk illegaal maakte. 

Het romantische karakter van Valentijnsdag is volgens weer andere bronnen een afgeleide van het heidense Romeinse vruchtbaarheidsfeest ‘Lupercalia’, dat tussen 13 en 15 februari werd gevierd, mogelijk met de bedoeling om dat oorspronkelijke feest te overtroeven.  

Tot slot was Valentijn volgens weer een andere legende een monnik, die geliefden in de kloostertuin geluksbloemen schonk die hij had gekweekt. Vanuit die oorsprong werd zijn sterfdag daarom herdacht met een bloemenhulde. Daarbij werden bloemen geschonken als dank aan mensen die zich belangeloos hadden ingezet voor anderen. Later is dat symbool uitgegroeid als blijk van affectie, al of niet anoniem. En nog weer later werd die symbolische bloem aangevuld met wenskaarten. Zo werd dat huldebetoon uiting van liefde.  

De datum 14 februari blijft veelzeggend

Hoe dan ook, alle legendes lijken het erover eens te zijn dat de sterfdag van St.Valentijn op 14 februari 269 was. Het blijft daarmee een dag die met deze heilige verbonden is. Daarmee bleef men Valentijn eren op 14 februari, als boodschap van liefde en eenwording in een gebroken wereld.  

Nog altijd is het de´Dag van de Liefde´

Hoewel Valentijnsdag vandaag de dag meer wegheeft van een commercieel circus, blijft het vooral een dag om een blijk van liefde of waardering naar een ander te tonen. Valentijnsdag vertegenwoordigt daarom meer dan bloemen, kaarten en snoep.   

Liefde: wie het niet heeft, verlangt ernaar; wie het heeft wil het graag delen. En het kent vele vormen: de ene keer heet het vriendelijkheid, de andere keer compassie, of ja: passie. Maar de bron is steeds hetzelfde. En de liefde, die zuivere liefde, die woont in ons, in ieder mens. We hoeven er dan ook nooit ver naar te zoeken. 

Valentijnsdag: dag om lief te hebben.  Maar het is vooral een dag waarop we de kracht van ware liefde om onze wereld te kunnen veranderen vieren. 

 

02022020 Een dag om van te dromen?

Geplaatst op

02022020Vandaag is het vast een feestdag voor taalliefhebbers en cijferfetisjisten wereldwijd, want de datumnotering is de ultieme droom in palindroomland. Een palindroom heeft van links naar rechts of andersom gelezen dezelfde betekenis. Wat de wijze van datumnotering ook is: 02022020 – van voor naar achter, van links naar rechts, het blijft zoals het is. Tel daarbij op dat het de 33e dag van het jaar is met in dit schrikkeljaar nog 333 te gaan, dan kan deze dag niet stuk voor mensen die iets hebben met deze magische balans van cijfers.

Ook woorden kunnen een palindroom vormen, zoals in hele simpele voorbeelden als lepel, negen, neven, neten, kajak, of de wat langere woorden meetsysteem en parterretrap. Nog leuker voor taalfanaten zijn de hele zinnen die vooruit of achteruit gelezen hetzelfde betekenen.

In de oudheid werden palindromen niet zomaar gezien als woordspelingen van woordenspelers of spellers, maar hadden ze een magische betekenis. Ze konden door hun werking als ‘amulet’ je tegen geesten beschermen, en in oude sprookjes hadden dergelijke zinnen vaak een uitwerking op de persoon die ze hadden geschreven.

het-vierkant-van-sator-beroemd-palindroom-van-sator-19174948Een bekend voorbeeld is ‘het vierkant van Sator’: daarbij kon een hele zin van 5 woorden in een vierkant worden geschreven, waarbij dezelfde zin in zowel horizontale als verticale richting hetzelfde kon worden gelezen. De zin op zich laat zich als lezen als een bezwering: ‘SATOR AREPO TENET OPERA ROTAS’ (voor de verdere uitleg: zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Satorvierkant)

 

 

Een variant daarvan is:

B L E E K 
L U I D E 
E I S E R 
E D E L E 
K E R E L

Al met al is het cijfermatig dus een magische dag, maar of je er nu wat bijzonders in ziet of niet, of deze dag nu in balans is of niet: achterwaarts leven, kun je niet. Hooguit zo nu en dan even stilstaan om vooruit te komen. En wie weet, zien de dingen er ineens heel anders uit zodra je het vanuit de andere kant bekijkt…

 

Even stilstaan om vooruit te komen

Geplaatst op Geupdate op

#elfje:
alles
in stilte
is stil omdat
het nog groeien moet
teruggetrokken

Soms realiseer je je pas door groeipijnen dat een vorige situatie een beetje was gaan knellen en dat een volgende stap onvermijdelijk is, ondanks dat je nog niet weet hoe die nieuwe situatie zal voelen. Het is dan niet meer dan een verandering die al in gang gezet is en waarvan het handig voor jezelf is om daar maar in mee te deinen. G(r)o(w) with the flow!

 

Het doet me denken aan een verhaal dat ik eens in het voorbijgaan heb gelezen en waar ik nu weer aan moet denken. Dus nu ik in een onvermijdelijk proces van verandering zit, wil ik het hierbij graag verder delen. Het ging ongeveer zo:
Hoe groeit een kreeft? Die vraag kreeg een rabbi eens voorgelegd en hij gaf hierop het volgende antwoord: ‘Een kreeft is van zichzelf een week dier. Om zijn lijf en ingewanden te beschermen, woont hij in een soort schaal. Die schaal is in het begin prettig en comfortabel, totdat de kreeft zodanig is gegroeid dat de schaal begint te knellen en de schaal ongemakkelijk voelt. Dat is voor de kreeft een teken om zich terug te trekken onder de rotsen, waar hij veilig is, om zo te kunnen ‘verpoppen’ naar een groter model schaal. Die zit hem vervolgens weer als gegoten, precies afgestemd op zijn lijf en leden. Totdat hij opnieuw te groot groeit om zich nog comfortabel te kunnen bewegen in zijn te krap geworden schaal. Dan trekt hij zich opnieuw terug onder een rots en herhaalt het hele proces zich. Het is dus een teken van persoonlijke groei dat je je op bepaalde momenten niet meer prettig voelt in een oude omgeving of levenssituatie. En hoewel die je prettig en vertrouwd overkomt, leef je in de wetenschap dat je dat omhulsel zal verliezen. Erin blijven, kan niet. Dan word je in je groei beknot en zal het je vertikken. Dan is het tijd om je in jezelf terug te trekken en te wennen aan je nieuwe omhulsel. Daar zal je in doorgroeien tot het je comfortabel gaat zitten. Groei gaat onherroepelijk gepaard met verandering.’
Mijn ‘schaal’ is op dit moment een logge spalk ’s nachts en een brace overdag, waarin mijn linkerbeen stabiel gehouden wordt. Mijn been belasten, mag nog niet. Dat gedurende de eerste 6 weken na de knie-operatie (donorpees). Mijn rots is het logge ziekenhuisbed in de kamer, om mijn immobiliteit en het languit liggen lekker comfortabel te maken. Misschien heeft het daardoor meer iets weg van een cocon. Of lig ik hier als een soort koningin-bij?
Ik herken het proces van exact 2 jaar geleden, maar hopelijk met het verschil dat dat gekke ‘mindervalide been’ nu verder mag revalideren dan het punt waar het de vorige keer stagneerde. De tijd zal het leren en de tijd moet het werk doen. Tijd heelt niet alle wonden, maar het vraagt wel om tijd -en geduld(!)- om dat zelf een verdere invulling te geven. Tot die tijd vooral ook een beetje om mezelf lachen, want, ach: hoe betrekkelijk is tijd?

En daarna weer leren lopen! Voor even nog ‘wishful thinking’, maar een grote verandering gaat soms met kleine stapjes. Alleen in sprookjes bestaan dat zevenmijlslaarzen. En zo word ik in ieder geval goed in hinkelen…

Soms ervaar ik groeipijn,
op de weg van loslaten en van verandering.
Dan weet ik wel dat het zo moet zijn,
maar het echt moeten is een ander ding…