Op een blauwe maandag?

Geplaatst op Geupdate op

Vandaag is het ‘Blue Monday’. Dat is de term voor de meest deprimerende dag van het jaar, omdat de maandag van de laatste volle week in januari de dag is waarop de meeste mensen zich van oudsher treurig, neerslachtig of weemoedig voelen.

Deze dag kent daarvoor verschillende ingrediënten. Zo zijn goede voornemens doorgaans al mislukt en zijn vakanties om naar uit te kunnen kijken nog ver weg. Ook zijn de dagen nog donker, en heeft maandag van oudsher al niet te reputatie van de meest favoriete dag in de week. Daarbij factoren meegenomen als het winterse weer -wat maakt dat het misschien beter ‘Grey Moday’ zou kunnen heten- en gebrek aan zonlicht, uitstaande schulden in verhouding tot de eerstvolgende betaaldag van het salaris en de hoeveelheid dagen dat het nog duurt voordat het weer Kerstmis is, oftewel alle leuke dingen lijken nog zo ver weg.

De term is afgeleid van het Engelse begrip “feeling blue” (neerslachtig, somber, down of depri zijn). De kleur blauw had vroeger in de zeilscheepvaart met rouw te maken. Als een schip zijn kapitein of officier verloor, dan verfde de bemanning rondom het schip een blauwe band. Deze band (en een blauwe vlag) lieten bij thuiskomst duidelijk zien dat men de “blues” had, in de rouw was.
Als we ‘Blue Monday’ letterlijk zouden vertalen, dan lijkt het op de uitdrukking ‘op een blauwe maandag’ dat zoveel zeggen wil als ‘een kleinigheidje, iets van weinig waarde’, waarmee de blauwe maandag dus vanzelf de betekenis krijgt die je er zelf aan geeft. Misschien moeten we het daarom ook niet te groot maken. Of schuilt daarin juist het gevaar: dat depressie nog niet de aandacht krijgt die het verdient, of in ieder geval vraagt?

Met een depressie mogen we beslist niet spotten. Helemaal niet omdat het momenteel doodsoorzaak nummer 1 onder jongeren blijkt te zijn! En dat zal er nu de effecten van de corona-pandemie al bijna een jaar lang ons leven beïnvloeden niet minder op geworden zijn.
Ooit sprak ik tijdens een persoonlijke ontmoeting met de manager van een grote Nederlandse uitvaartvereniging over sterftecijfers, met name over het schrikbarende aantal zelfdodingen per jaar. Volgens haar heeft het er alles mee te maken dat we in Nederland zo spaarzaam over onze gevoelens hebben leren praten. Het is volgens haar de uitdaging om de dood en alles eromheen bespreekbaar te maken. Ga en blijf vooral met elkaar in gesprek als je depressie vermoedt of herkent, en schroom vooral niet om professionele hulp in te roepen wanneer dat wenselijk of noodzakelijk is! Want erover kunnen praten helpt soms al om gemakkelijker los te kunnen laten, door deprimerende gedachten te kunnen verlichten en zo een verandering in gang te kunnen zetten. Loslaten doet soms pijn, maar loslaten kan ook bevrijdend voelen, omdat ruimte ontstaat voor ‘nieuw’.

Maar wat het begrip ‘Blue Monday’ook moge zeggen: een maandag staat evengoed voor een nieuw begin. Een kans om opnieuw te beginnen, wat het ook is dat je ongevraagd los moet laten. En eerlijk is eerlijk: het lijkt geen al te grijze dag te worden vandaag. Zelfs niet nu dat kleine laagje sneeuw dat buiten overal als een handje poedersuiker op gestrooid leek te zijn als sneeuw voor de zon is verdwenen. Het is zelfs ’s ochtends alweer een beetje eerder licht dan in de weken hiervoor. De verandering hangt in de lucht en wat mij betreft is dat direct voelbaar, merkbaar. Een beetje spannend ook wel, want je weet maar nooit wat de toekomst brengen zal, toch?

Dan schiet een stukje tekst van het liedje ‘Tijd genoeg’ van Doe Maar in mijn gedachten: “Maar al zijn de dagen nog zo grauw , ik weet het zeker, als jij wou, dan verfde jij de wolken blauw.” En dat kun je natuurlijk ook doen op Blue Monday: zélf je dag inkleuren! Dan is het vanzelf eigenlijk maar een kleinigheidje, zo op een blauwe maandag. Dus hiér met die kwast! Bel iemand op die alleen is of als je je eenzaam voelt, koop een jurkje of een bos bloemen om je dag op te fleuren, haal een frisse neus, lucht je huis of je hart en maak vooral nieuwe plannen! Kleur je dag of die van een ander. En wie weet, mag Blue Monday dan zomaar een leuke dag worden!

De wijsheid in pacht?

Geplaatst op Geupdate op

Het is volgens een niet-geschreven regel vandaag, 6 januari, de laatste dag van een nieuw jaar dat je elkaar ‘met goed fatsoen’ een gelukkig nieuwjaar mag wensen. Dus bij deze, aan al diegenen waarvan mij de gelegenheid ontbrak om het je persoonlijk te wensen: ik wens je een goed, gezond, bijzonder, kansrijk, gedenkwaardig en inspiratievol nieuwjaar!

En of we nu ergens opnieuw mee beginnen of een ingeslagen weg vervolgen, het is in ieder geval een nieuw jaar met hopelijk nieuwe kansen. Dat maakt vanzelf hoopvol. Hopend op nieuwe kansen, mogelijkheden en, wie weet -heel ambitieus misschien- op het mogen worden van een betere versie van onszelf. Onze kalender laat ons weer met een blanco blad beginnen.

Hier in onze Westerse cultuur staat de datum 6 januari bekend als ‘Driekoningen’. Volgens de Bijbel verlieten drie koningen -of wijzen, afhankelijk van de interpretatie van de Bijbelse evangelist- huis en haard om op zoek te gaan naar het Kind, de lang voorspelde Verlosser en nieuwe koning die een nieuw begin inluidde. Ze volgden een heldere ster, waarvan zij overtuigd waren dat een oude voorspelling werd vervuld. Ze waren op zoek naar de vervulling van een belofte en vonden het Kind dat Liefde kwam brengen op deze wereld.

De geschenken van de wijzen -goud, wierook en mirre- hebben een metaforische betekenis. Hoewel uitleg hier en daar verschilt, wil het zoveel zeggen als: symbolen voor zuiverheid, dienende liefde en ware kennis. (In de loop der tijd is de betekenis van deze drie figuren nog verder uitgediept: zij staan model voor de gehele mensheid, door ze te verbeelden als een oude blanke man met een baard, een Aziatische man en een jonge Afrikaan. Zij waren daarnaast een koning, een priester en een magiër, hun namen Kaspar, Balthasar en Melchior betekenen respectievelijk ‘schatbewaarder’, ‘God beschermt’ en ‘Koning van zijn stad’, hun geschenken staan daarbij achtereenvolgens voor: goud = handen/daden, wierook = hoofd/kennis en mirre = hart / liefde) Je zou toch zeggen dat dát juist de ingrediënten zijn die ze graag bij een nieuwe Verlosser zouden zijn komen halen? Maar misschien werkt het wel andersom, worden al deze dingen vanzelf méér wanneer je ze deelt….?

Ook nu zoekt men dikwijls het licht buiten zichzelf. Op zoek naar een ster om te volgen. Naar nieuwe planeten waarop leven mogelijk is, in plaats van te onderzoeken hoe we het leven op onze planeet mogelijk houden. Naar oplossingen als vrede en verdraagzaamheid. Het huidige wereldbeeld deprimeert en maakt misschien angstig. Politieke ontwikkelingen maken onsmonrustig en ademen weinig vertrouwen uit. En vooral: de corona-pandemie en de gevolgen ervan houdt de wereld in zijn greep. Men hongert naar een nieuw begin, naar een toekomst die mooier is dan het toekomstbeeld dat we ergens vrezen. Durven we daarop te vertrouwen? Welk licht gloort er hoop voor ons in de verte?

Maar zo moeilijk kan het toch niet zijn? Het werkt misschien als kaarslicht: er is maar één lichtje nodig om er oneindig veel meer mee aan te kunnen steken. De kaars zelf zal er niet kleiner van worden. Elkaar met ons lichtje van liefde en verdraagzaamheid is vast zinvoller dan het risico elkaar met een virus aan te steken. En het mooie is: het licht wordt zelfs alleen maar groter hoe meer ervan gedeeld wordt. En is dát niet de essentie: dat Licht van liefde en vrede waar het om draait?

We hoeven niet op zoek te gaan naar die kracht buiten ons. We hoeven slechts in te zien dat we het licht in ons kunnen vinden. Er zit gewoon een supernova in ons! Daarom is het misschien goed om niet telkens eenzelfde rondje te lopen, maar je af te vragen welk licht je werkelijk volgt. Wat brengt jou in beweging, dit nieuwe jaar? En wat heb je daar zelf aan bij te dragen? Wat laat jou stralen?

Ieder van ons is in staat om dat vlammetje te laten ontbranden. We hoeven alleen maar in te zien dat die kracht van vrede en liefde in onszelf zit. Om door te geven. Als we luisteren naar elkaar, en naar de stem in onszelf. Dus laten we vooral in goed vertrouwen kleine zaadjes planten, in de hoop op een rijke oogst van vrede, liefde en verdraagzaamheid. Zijn dàt misschien de ‘geschenken’ die we elkaar toewensen zodra we elkaar ‘de beste wensen’ toewensen voor het nieuwe jaar? We hebben het in ons! En in die gezamenlijke intentie, daar zit al alle wijsheid en rijkdom in die we nodig hebben…

Lost luggage…?

Geplaatst op Geupdate op

Waar vrede komt op zachte voeten,
verdwijnt de haat met stille trom.
Liefde laat ons elkaar weer begroeten,
vergeet niet wat eens was en kijk niet om.

We wéten het: er is alleen vandaag: wat gisteren was, is voorbij en morgen is nog niet aan de orde. Maar toch. Het verleden heeft ons gemaakt tot wie en wat we zijn geworden, en hoe we nu zijn mogen we meenemen de toekomst in. Welke toekomst? Niemand die het weet. Maar dat weet je nooit…

Naar het schijnt liep ik als klein meisje aan de hand van mijn moeder altijd achterom te kijken, alsof ik bang was om iets te missen. Maar wie zijn handen nog vol heeft aan het verleden, kan niets nieuws aanpakken.

Nee, Kerstmis was niet zoals het was en het wordt nooit meer zoals het was. Voor ons niet en voor niemand niet. Maar misschien mag Kerstmis ooit weer worden zoals het kan zijn, en zoals we dat graag bedoelen.

Nu loop ik in hun voetstappen: in die van mijn ouders, mijn schoonouders, en met het recente overlijden van mijn schoonmoeder voelt het alsof we zelf enerzijds stilstaan bij dat besef en anderzijds een sprong vooruit in de tijd hebben gemaakt. En bij het opruimen van spullen voelt het alsof levens door onze handen gaan. Teveel bagage meenemen heeft geen zin, en dus moet je soms afstand van dingen doen die pijn doen, afstand van mensen doen. Tijd kent geen genade: wat opgebruikt is, komt nooit meer terug.

En zie mij nu: onze kinderen lopen in onze kielzog, aanhang sluit zich aan, lege stoelen zullen weer opgevuld worden. We gaan nieuwe herinneringen maken. Ik kijk vooruit. En daar is niets aan verloren!

Ik wens iedereen een toekomst vol nieuwe mogelijkheden en een liefdevol hart als kompas om daar naar op weg te gaan.

…soms dragen we ons verleden
van verdriet of angst of spijt,
we leven angstig in het heden
en zo raken we verstrikt in de tijd.

Maar we verruilen maan en sterren
voor de zon, de bomen en de wind,
we gaan op pad tot in den verre,
onbevangen kijkend met de ogen van een kind.

Samen Kerstmis vieren?

Geplaatst op

Mensen van overal, van stad en land,
zoekend naar waarin wordt geloofd,
maar als de waarheid dan is geland
wonen de dromen nog in hun hoofd.

Als alle mensen van ‘samen’ dromen,
van einde aan het verdriet en de pijn,
van die betere tijd die wel mag komen,
zal er dan ook weer echt ‘samen’ zijn?

Als alle mensen hun dromen houwen
en niet denken in ‘mijn’ of ‘dein’,
kunnen we dan ook vol vertrouwen,
op weg naar hernieuwd ‘samen’ zijn?

En als we ‘ontwaakt’ zijn opgestaan,
zullen mensen, van groot tot klein,
als we nieuwe wegen zijn opgegaan
alleen sàmen het samen-leven zijn.

Sterrenvolgers!

Geplaatst op

Afgelopen nacht was er sprake van een bijzonder verschijnsel: Saturnus en Jupiter vormden samen een verschijnsel dat door astrologen wordt aangeduid als ‘de Grote Conjunctie‘ – als deze twee planeten vanaf de aarde gezien in eenzelfde baan staan en als het ware ‘in elkaar schuiven’, dan is dat vanaf hier te zien als een grote ster.

‘De ster van Bethlehem’, zo werd het verschijnsel benoemd, want naar het schijnt is zo een schijnsel erg zeldzaam. Als dat dan ook nog gebeurt op de dag van de zonnewende, precies wanneer het donker omkeert en we weer uit kunnen zien naar de tijd dat het licht weer sterker wordt en de dagen langer, dan kun je wel spreken van een bijzonderheid. De laatste keer was achthonderd jaar terug.

Wat de astronomen hierin ervaren als een speciaal fenomeen, zien astrologen als iets met nog meer betekenis. In de ogen van deze kenners betkent dit een botsing tussen levensgeluk en hoop (Jupiter) en opschudding en conflict (Saturnus). Hoe dan ook staat het voor een tijd van grote verandering.

Dan is het niet zo moeilijk om in gedachten terug te gaan naar de sterrenvolgers, die drie wijzen uit het oosten uit het bekende kerstverhaal. Ook zij verwachtten toen een grotere verandering (Hun geschenken, goud, wierook en mirre, hebben een metaforische betekenis. Hoewel de uitleg soms verschilt, wil het zoveel zeggen als: symbolen voor zuiverheid, dienende liefde en ware kennis. In de loop der tijd is de betekenis van deze drie figuren uitgediept: zij stonden model voor de hele mensheid, door ze te verbeelden als een blanke man met een baard, een Aziatische man en een jonge Afrikaan. Zij waren een koning, een priester en een magiër, hun namen Caspar, Balthasar en Melchior betekenen respectievelijk ‘schatbewaarder’, ‘God beschermt’ en ‘Koning van zijn stad’; hun geschenken staan voor: goud = handen/daden, wierook = hoofd/kennis en mirre = hart/liefde) Je zou toch zeggen dat dát juist ingrediënten zijn die ze toen graag bij de Verlosser zouden zijn komen hálen? Maar misschien werkt het wel andersom, en worden al deze dingen vanzelf méér wanneer je ze deelt…?

Volgens de Bijbel verlieten drie koningen -of wijzen (of soms worden ze zelfs als ‘magiërs’ betiteld) huis en haard om op zoek te gaan naar de lang voorspelde Verlosser die een nieuw begin inluidde. Let wel: er waren toen nog geen telescopen, zoals nu. Dat wat ze waarnamen, zullen ze per definitie als iets bijzonders hebben ervaren.

Volgens de overlevering waren ze op zoek naar de vervulling van een belofte: die nieuwe koning, dat kleine kind in de kribbe dat voor ons geboren is. Het Christuskind dat liefde brengt op deze wereld. Wijsheid en Rijkdom maakten zich klein voor de grootsheid van het Licht. Dat gegeven vieren we sindsdien telkens weer, ieder jaar opnieuw. En ieder jaar zodra we weer de kaarsjes van Kerstmis aansteken, hopen we dat het waarheid mag worden: dat de vrede mag komen voor iedereen. Ieder jaar gaan we op zoek, in de hoop iets van die belofte te kunnen zien in het warme schijnsel van de kerststal, of om die te voelen in de kerk waarin we onze gebeden wijden aan deze wens.

Hoe anders is dat nu, in deze tijd? Die ster die de wijzen van toen volgden had de functie van een wegwijzer. Het allereerste navigatiesysteem, zogezegd. En dat legt gemakkelijk een vergelijking met deze tijd, want hoeveel mensen zijn er niet op zoek naar richting, naar een doel, naar een lichtje dat het donker verdrijft? Er is nog een overeenkomst tussen die ster van toen en van nu: de mens sluit het Licht van liefde onbedoeld of noodgedwongen buiten. Ook nu zoekt men het licht buiten zichzelf, als een ster op een onoverbrugbare afstand, ver van ons vandaan.

Zo moeilijk kan die blijde boodschap van het Licht toch niet zijn? Het is toch niet voor niets begonnen als een verhaal over een klein lichtje, dat brandend gehouden werd en groeide door het door te geven, telkens weer? Het werkt misschien als kaarslicht: er is er maar één nodig om er oneindig veel mee aan te kunnen steken. De kaars zelf wordt er niet kleiner van. Het licht wordt groter, hoe meer ervan gedeeld wordt. En is dát niet de essentie: dat licht waar het hier om draait? Dat Licht, die Liefde, het is een kracht die, tegen alle natuurwetten in, alleen maar méér wordt als je het deelt? Het begint, net als toen, met het inzicht dat iets groots met iets kleins kan beginnen. En het besef dat een leefbare aarde alleen kan bestaan als we delen belangrijker en waardevoller vinden dan hebben. Dat is geen wetenschap, maar wijsheid.

We hoeven niet op zoek te gaan naar die kracht buiten ons. We hoeven slechts in te zien dat we het licht in ons kunnen vinden. Het bewijs van dat wonder woont in ons. Er zit een supernova in ons! Ieder van ons is in staat om die te laten ontbranden. Die liefde en vrede kunnen we doorgeven tot in het oneindige en het brandt niet op. Om door te geven. Door te vergeven. Als we weten te luisteren naar de stem van de stilte in onszelf. Telkens opnieuw. Daar zit alle wijsheid en rijkdom in die we nodig hebben…


Ik wens je een prachtig kerstfeest en een lichtje op je pad.

Kerst – elfje

Afbeelding Geplaatst op Geupdate op

R.I.P. ´#Sinterklaas – Bram van der Vlugt (1934-2020)

Geplaatst op Geupdate op

Het nieuws over de ‘enige echte’ Sinterklaas:
zeg jongens, heb je het al vernomen?
want het is wel een triest bericht, helaas
hij is gegaan om niet meer terug te komen.

Sinterklaas kreeg zelf onverwachts bezoek
van een inmiddels bekende maar ongenode gast
en ook al stond ‘corona’ in niemands grote boek
het bracht helaas niets goeds en alleen maar last
.

Wat een feest bracht hij al die jaren in het land
met al het goede dat hij ons zo heeft gegeven
nu is hij voorgoed uit het zicht, naar de overkant
en wat hij nu als laatste liet was het leven…

Mondgrapjes?

Geplaatst op Geupdate op

Het is op zichzelf al een surrealistische ervaring om mensen massaal met mondkapjes op te zien lopen -nogmaals: dit los van de discussie over het al of niet (on)nuttig zijn of het noodzaak of bijzaak zijn van mondkapjes- maar het kan nog extremer: eergisteren had ik de uitvaart van een naaste en dierbare, de avond ervoor was de condoleancegelegenheid.

Als directe familie werden we in een hoekje van de condoleanceruimte ‘geplaceerd’, zoals dat door de regelgeving van het RIVM is omschreven, met een barricade van poefs voor ons,en al diegenen die afscheid kwamen nemen konden zo voor ons voorbij schuiven als was het een defilé op koninginnedag uit de tijd van koningin Juliana. Buigen, knikken, zwaaien, en een deel van de ‘verkapte’ familieleden en kennissen die we lang niet gezien hadden, had ik zo een-twee-drie niet eens herkend. Een letterlijke en figuurlijke verre nicht met haar dochter stond een tijdje op een afstandje te wachten en ik dacht lange tijd dat het mensen van de thuiszorg waren die belangstelling toonden, totdat ze begon te praten. Hoogst ongemakkelijk. Geen hand, knuffel of arm om ons heen en dan alleen dat binnensmondkapjes gemompel? Nou ja, soms dan toch… maar zo afstandelijk en zo niet passend bij de persoon die ze was voor wie we daar waren!

Mondkapjes beperken ons in nog meer opzichten. Mijn schoonzus merkte op dat contact voor haar nu net zo beperkt voelt als wanneer je iemand een app-je, sms-je of e-mail stuurt: alle non-verbale communicatie gaat ermee verloren. En zo krijg je miscommunicatie. Daarin had ze beslist een punt. Tenslotte heb ik eens op een cursus geleerd in welke verhoudingen wij bepaalde vormen van communicatie tot ons nemen, zonder dat in te vullen vanuit eigen perceptie of verwachtingen. Uit onderzoek is gebleken dat bij schriftelijke communicatie -zoals dit- de boodschap het minst zuiver doorkomt, doordat het tweedimensionale contact de diepgang mist van stemgeluid en mimiek. Wat was het ook alweer, men neemt dan maar 30% van de boodschap op of zo? Dan volgt telefonisch contact, waarbij de boodschap door stemintonatie al duidelijker overkomt en we nog maar de helft van de informatie er zelf bij bedenken, om zo maar te zeggen. En tot slot het directe menselijke contact, waarbij we dat wat we zeggen vanzelf benadrukken door onze lichaamshouding en, het belangrijkste: door onze gezichtsuitdrukking. Dan toch komt de boodschap van de ander maar voor 70% door. Laat staan de mensen die kampen met een gehoorbeoerking!

Hoe is dat nu dan gesteld met het ‘intermenselijke’ contact, dat tot voor kort nog gewoon was? Het klopt dat dit afgestompt is, met die mondkapjes. Dat merkte ik laatst zelf, toen ik op een morgen in een winkelwagentjes-file stond, te wachten voor de broodafdeling in onze buurtsuper. Net zoals we dat wel kennen van buffetrestaurants, waren mensen haaks op de rij ingereden met hun kar om voor de rest uit iets te willen wegpakken, waardoor de gangpaden voleldig geblokkeerd werden en ik niet voor of achteruit kon. ‘En nu?’ vroeg ik schouderophalend aan een man die met zijn kar verhinderde dat ik verder kon lopen. Hij reageerde vreselijk geagiteerd, net als een dame iets verderop bij het brood. ‘Maar u ziet me ook niet glimlachen’, zei ik ietwat verontschuldigend tegen de Boze Meneer en ik denk dat daarin een boel van de ergernis schuilt: men ‘leest’ elkaar niet meer en we verstaan elkaar niet goed. Dan stijgt het adrenalinegehalte in de supermarkt naar zo’n niveau dat ik eigenlijk al helemaal geen boodschappen meer wil doen en dat zoveel mogelijk wil voorkomen. Het beperkt ons in onze communicatie en als er iets is dat ons, mensen, tot mens maakt, dan is dat wel het onderlinge contact.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben goddank en voor zover ik weet nog corona-vrij. En voor wat ik ervan weet is het ook niet een type virus dat we licht op moeten nemen! Want hoe heftig het is als het je daadwerkelijk raakt, dat mag ik zeker niet onderschatten… Ooit heb ik als kind een heel heftig longvirus gehad: ik hoestte bloed op en had uitendelijk 41,2°C koorts waarmee ik op de IC terechtgekomen was. Wat het geweest is, daar heb ik geen idee van en ik dacht dat het hele circus aan medici op dat moment het ook niet heeft geweten, maar de afloop is duidelijk: ik heb het gered. Maar er was geen internet, geen bron- en contactonderzoek en geen quarantaine van mijn familie, behalve dan dat ik zelf geisoleerd heb gelegen. Maar er was geen angst of paniek, en er was ook geen krantenbericht die hierover heeft bericht. Ik was gelukkig geen rimpeling in het water die een golf veroorzaakte: het kwam en het ging. Het sterkt me in het idee dat we niet alles in het leven in de hand kunnen hebben en dat schijnbare zekerheden simpelweg schijnzekerheden kunnen zijn. Toch zijn we het aan elkaar verplicht om rekening te houden met elkaar, door elkaar op gepaste afstand toch nabij te zijn en het is nog altijd beter om te kunnen lachen om deze situatie die misschien wel om te huilen is…

In maart van dit jaar schreef ik een blog over het effect van dat longvirus, en nu zitten de mondkapjes al in ons ‘nieuwe normaal’… en daar schreef ik laatst al iets over op Facebook:

“Mondkapjes. Er is al het nodige -of het onnodige- gezegd over het nut -of het onnut- van mondkapjes, dus daar wil ik het niet over hebben. Waar ik het wél over wil hebben, is dat het nog maar betrekkelijk kort geleden was dat dit een nieuw fenomeen was binnen de samenleving, maar per 1 december in openbare ruimtes verplicht is en dus voorlopig niet weg te denken zal zijn. Maar wel weg te werken. Die wegwerp-mondkapjes dan hé. Je komt ze overal tegen. Moet niet. Gewoon ook echt wegwerpen na gebruik. Of doe er iets ander leuks mee, zoals de maker van de MINIATURE CALENDAR er telkens opnieuw enige creaties van maakt. Om van te “grimlachen” – onder je mondkapje….”

De stilte voor de kerst…

Geplaatst op Geupdate op

Er loopt geregeld een man langs ons raam, op straat, pratend, met zijn mobiele telefoon tegen zijn oor. Anders dan zo ken ik hem eigenlijk niet. Maar die man is beslist geen uitzondering. Voorheen als ik met de metro naar kantoor ging -in plaats van met de fiets- dan viel mij telkens op hoeveel mensen er met een telefoon in hun handen zitten. Te bellen, of anders wel luisteren naar iets dat via een headset hun hoofden binnendringt. Het is een vertrouwd beeld geworden. Zelfs tieners op de fiets willen niets liever dan constant bereikbaar zijn, constant in verbinding staan met anderen.

Er zijn nog maar weinig momenten in ons jachtige leven waarop het écht stil is. Stil om ons heen en stil in onszelf. Doorgaans zijn we zo gewend geraakt aan constant geluid, dat de stilte een vreemde voor ons is geworden. Wie hoort eigenlijk nog hoe de stilte spreekt?

Stilte, misschien zijn we er wel bang voor. Het zorgt ervoor dat we op onszelf zijn teruggeworpen en op onszelf zijn aangewezen. De stilte maakt ons voor even los van alle verbindingen en daarmee zijn we geïsoleerd tot ons werkelijke wezen. En misschien, heel misschien, is die angst voor de stilte wel terug te voeren op onze natuurlijke angst voor de dood. Stilte klinkt als een onzekerheid zonder einde. Maar niet altijd. Er klinkt iets anders door in de stilte.

Ik heb eens in een donkere periode in mijn leven een vorm van stilte ervaren, die voelde als een diep zwart gat zonder bodem. Ik had leren bidden, dacht ik, maar ik had me nog niet eerder zo verloren in diep gebed. Een sprong in het duister vol onzekerheid. Totdat ik merkte dat ergens in het luchtledige als ik mijn ogen sloot er ook iets bleek te zijn dat voelde als een vangnet, waardoor ik nooit écht in dat zwarte gat gevallen ben. Alsof ik door dat zwart heen moest vallen om terecht te kunnen komen in een diepere en stillere laag. Het was alsof de stilte sprak, als een stille stem in mijzelf. Het voelde als een ver lichtje van liefde. Ik kon er mijn vragen kwijt en hoewel ik daar misschien niet direct antwoorden op kreeg, groeide er een vorm van vertrouwen in de stilte.

Stilte is met aandacht luisteren naar dat wat achter al het geluid ligt. En stilte vind je uiteindelijk in jezelf. In de stilte kom je zogezegd jezelf tegen. En dat is best prettig gezelschap!

Naderhand heb ik gemerkt hoe louterend die stilte kan zijn. In de stilte krijg je de kans om weer even op adem te komen. Goed voor lichaam en geest. Niet voor niets is er een groeiende behoefte aan stilte en zoeken mensen het bewust op. Een wandeling in het bos of langs het strand, mediteren, een stiltecoupe in de trein of een kloosterretraite: er gaat een helende kracht vanuit.

In de christelijke traditie is inmiddels de ‘advent’ begonnen: de periode van vier weken in de aanloop naar kerstmis. Een periode in het donker, vol verwachting van het Licht dat zal doorbreken. Een periode van rust, inkeer en…stilte. Dat het dit jaar vooral ànders zal gaan, dat is intussen duidelijk. Maar ergens onder die laag van de ongevraagde en aan ons opgelegde stilte, is er ook nog een andere vorm van stilte: die van hoop, verlangen en vertrouwen dat het ook weer béter worden zal. Stilte om meer tot jezelf te komen en wie weet, misschien wel tot God. Want ‘het goddelijke’ woont immers in onszelf. Als we het buiten onszelf zoeken, dan vinden we het niet. Dan is het fijn dat al het geluid zo af en toe overstemd wordt door de stilte…

Klein beginnen…

Geplaatst op Geupdate op

over de Advent: een kwestie van aftellen of optellen?

Vanaf vandaag ‘mag’ het: elke dag een deurtje van de adventskalender openen en je laten verrassen met wat erachter zit. Ze bestaan in talloze soorten en maten: van traditionele adventskalenders met van die kleine chocolaatjes erin, tot de adventskaarsen die ik uit mijn jeugd ken, waarbij je iedere dag een streepje van de kaars verder liet wegbranden tot op het laatst op kerstavond er nog maar een klein stompje van over was. Maar tegenwoordig zijn er net zo makkelijk van die hele decadente adventskalenders van een bekend parfumeriemerk, groot en luxe, zelfs met lichtjes erin. Of van juweliers met zelfs kleine sieraden verstopt achter de deurtjes. En wat te denken van de zogeheten kraskalenders, waarbij je kans maakt op grote geldprijzen! Waar zien we dan eigenlijk precies naar uit? 

We tellen af naar Kerstmis. En we hebben nog maar net de grote uitverkopen onder de noemer ‘Black Friday’ achter de rug; de tijd waarin men koopjesjagen tot een kunst verheven heeft. Toch voelt dat wat onbehaaglijk. Bevalt het wel, al die luxe? Willen we zo wel aftellen? Traditioneel tellen we nu af naar Kerstmis. De adventstijd is wat mij betreft toch eerder een tijd van optellen, van vooruit zien in de hoop en verwachting van een betere tijd die komen zal; meer nog dan door een oud verhaal achteromzien, naar een tijd die ver achter ons ligt. Schuilt de hoop op betere tijden eigenlijk wel in het verleden?  

Wie het nieuws volgt, kent de uitspraak dat de toekomst alleen beter wordt als we leren van onze fouten… Dus nee, van achterom kijken worden we niet veel wijzer, tenzij we ervan leren natuurlijk. En dan biedt de geschiedenis voldoende voorbeelden dat het in het verleden dikwijls slecht is afgelopen, met dictators, met collectieve discriminatie, met mensen die zich beter achten dan hun naaste en zich ten koste van de ander hebben willen verrijken.  

We hebben het doorgaans nog nooit zo goed gehad als nu, de mens wordt ouder dan ooit tevoren en leeft over het algemeen welvarender dan ooit. Moeten we er dan juist niet voor zorgen dat die lijn zich voortzet en dat het in de toekomst nog beter gaat? Tenslotte is evolutie een weg vooruit, en niet achteruit.  

Als we zo denken, dan gaan we er te gemakkelijk aan voorbij dat alles anders is, dit jaar. Het coronavirus houdt de wereld in zijn greep, het reist zolang wij reizen en het leeft en feest zolang wij, mensen, dat doen. We zijn genoodzaakt om Kerstmis drastisch anders te vieren dan we gewend zijn en dan we zouden willen.

En dus mag het wel wat minder, dit jaar. Daarom tel ik op en niet af, begin ik verwachtingsvol aan de advent, in de hoop dat het uiteindelijk béter wordt en dat ons nog iets moois te wachten staat. En in het vertrouwen dat het Licht uiteindelijk doorbreekt, ook al is die toekomst nu nog niet zichtbaar. Omdat een wonder soms klein beginnen moet…