I Amsterdam?

Geplaatst op

DSCN0270

DSCN4299 DSCN8437
Er zijn de afgelopen dagen al heel wat letters gewijd aan ‘de letters’: de iconische slogan I Amsterdam, die als het aan Groenlinks ligt als toeristische trekpleisterzullen verdwijnen. En als ik eerst nog dacht dat dit vanwege mogelijke ‘landschapsvervuiling’ zou zijn -want zeg nou eerlijk: het dóet toch wat met de aanblik van ons nog meer iconisch Rijksmonument van Pierre Cuypers?!- maar het zou meer een verkeerd beeld geven van onze samenleving. De letters geven een te individualistisch beeld, terwijl we juist zo solidair willen zijn. ‘There is no I in team’, zegt men wel. Maar wel een ‘me’ natuurlijk, net als in de slogan. 

Er zijn nog meer plekken met letters. Zelf gezien. Op Aruba, en laatst nog in Blankenberge. Maar die staan dan ook gewoon op kneuter-lelijke plekken die van zichzelf niet om aan te gluren zijn, en dan kun je met die letters toch heel wat pompen aan een plein. Maar niet op een plek waar al een toeristische attractie staat, toch? Dat vind ik eigenlijk niet bijster solidair, maar goed, of we die actie nu Groenlinks laten liggen of niet: een Amsterdammer ben je en blijf je; daar zijn verder geen woorden voor nodig…

Opm.: er zijn intussen wel wat ludieke ideeën met / over de letters ontstaan.

Advertenties

Je bent een engel!

Geplaatst op Geupdate op

beschermengel

Vandaag, 2 oktober, blijkt het ’t feest van de Engelbewaarders te zijn. Beschermengelen dus, anders gezegd. En beschermengelen, die komen natuurlijk goed van pas. Zo weet ik niet of mijn beschermengel eerder dit jaar even niet oplette, of juist extra. Misschien ben ik voor de mijne wel een beetje een hoofdpijndossier. Vandaag was ik voor controle bij de orthopeed in het ziekenhuis. Die had eigenlijk niet zo mooi nieuws te melden over de schade aan mijn knie na twee ongelukken vlak na elkaar, maar, zo sprak manlief, ‘het had natuurlijk nog veel slechter met je af kunnen lopen’, en dat is ook zo. Van de week had hij nog wat leenspullen teruggebracht naar de Thuiszorgwinkel, waar hij gelijk even informeerde naar de huur van mijn krukken. Toen hij weer thuiskwam, zei hij: ‘Ik heb goed nieuws: ze zijn nu van jou!’ En zo is alles maar relatief. ‘Je bent een engel’, zei ik.

Ik heb eens een verslag gelezen van een overlevende van de terroristische aanslagen op het World Trade Center in New York. Samen met zijn collega’s zocht hij naar een uitweg, toen zijn kantoor instortte nadat de toren geraakt was. Iedereen holde in de richting van het trappenhuis, toen hij werd gewenkt door een persoon die hij niet kende. Die maande hem om hem te volgen en terug te lopen, langs de ingestorte gangen en vallende plafondpanelen naar een onbekend gedeelte van het kantoor. Nadat hij een nooddeur had opengeduwd, kon hij via een verlaten trappenstelsel aan de achterzijde de kantoortoren verlaten, voordat deze instortte. En terwijl hij als eerste de deur naar de straat uitliep en die openhield voor degene die hem had geholpen, bleek de vreemdeling plots te zijn verdwenen. Pas op dat moment realiseerde hij zich dat de figuur die hij had gezien helemaal in het wit gekleed was. Geen van zijn collega’s heeft het pand verder levend kunnen verlaten.

Naar het schijnt heeft iedereen een beschermengel. En beschermengelen hebben ons zelf uitgekozen, wordt gezegd. Dat vind ik een prachtige gedachte en dat voelt wel veilig ook. Ze laten zich alleen zelden zien. Maar niet zien is nog niet hetzelfde als er niet zijn. Wie weet hoe vaak mijn beschermengel zich al heeft ingezet om me van een wisse dood te redden? Een engeltje op je schouder, zo luidt tenslotte een bekende uitdrukking.

Engelen: ze zijn van alle tijden, alle plaatsen en alle religies. Dat klinkt vrij en ongebonden, maar dat zullen ze toch beslist niet zijn, met taakomschrijvingen als ‘beschermengel’ of ‘boodschapper van God’. In Bijbelse vertellingen is de verschijning van een engel nogal expliciet. Dan móeten mensen wat, of misschien juist iets helemaal niet. Ze zijn dan in ieder geval onmiskenbaar aanwezig, en hun stralende verschijning zorgt voor een kentering in het leven van mensen.

Of engelen verlichte wezens met vleugels zijn? Geen idee, dat is misschien het beeld dat de mens naar de verhalen heeft gevormd, om ze duiding te geven. Maar ze schijnen wel herkenbaar te zijn, als lichtwezens, ergens tussen waken en dromen, tussen hemel en aarde of soms zelfs ergens tussen leven en dood. Gezonden door God? Ze komen in ieder geval als geroepen.

Ode aan mijn broer

Geplaatst op

Vandaag is het ‘Broer & Zus-dag’,

ja vandaag mag het, mag je even,

kun je het zeggen omdat het mag

en vandaag eens extra om ze geven.

Want als je ze hebt, een broer of een zus,

of misschien méér, dan ben je gezegend,

dan ben je nooit alleen, zo is het dus

maar samen door het leven bewegend.

‘k heb er één, best sterk en stoer,

samen deelden we in onze ouders’ erfenis,

van gedachten, doen en laten en gelijkenis:

mijn allerliefste lieve grote broer!

Herfst

Geplaatst op Geupdate op

autumn leave7

De herfst is bedoeld om los te laten,
anders hou je teveel vast.
Ook al heb je het misschien niet in de gaten,
maar dan wordt het je tot last.

Wind en regen zetten deze dagen de bomen in beweging, als een intredelied van de herfst. De eerste lichting herfstbladeren die niet meer aan hun oerbron vastzat heeft al losgelaten. De wind schudde zo nu en dan speels door de boomkruinen en het maakte het vlak voor onze deur aangelegde fietspad goud gestipt. Vandaag is het meteorologisch gezien de eerste dag van de herfst. Wie vandaag een frisse neus wilde halen zal daar beslist in zijn geslaagd.

De bladeren gaan dood en dus de boom in zekere zin ook. Dat is tenminste zoals ik vroeger bomen zag als het herfst of winter was. Kaal, leeg, dor en doods. Maar de boom gaat niet dood, integendeel! Wie goed kijkt, ziet dat een herfstboom eigenlijk vol leven zit. Leven dat nog komen moet, maar dat tijd nodig heeft om te groeien. En wie goed kijkt, die ziet het: nieuwe scheuten aan de bomen, als kleine uitsteeksels aan de uiteinden van de takken, opgekruld als nieuw leven dat nog uitgebroed moet worden. De bladeren die de boom verliest, zijn slechts de overbodige ballast die kracht en energie aan de boom onttrekken. Kracht die de boom juist zo hard nodig heeft om tot die volgende groeifase te kunnen komen. Nog even tonen ze ons in warme kleuren het leven dat in zich hebben meegedragen. De boom bundelt zijn kracht, totdat op het juiste moment in de tijd de boom zijn pracht weer tonen kan en blad, bloem, zaad en vrucht voortbrengt.

We denken dat de tijd in de natuur zich beweegt in een cirkel van seizoenen, maar het is misschien meer een soort spiraalvorm die zich vooruit beweegt door de tijd. Er is dus altijd een vorm van ‘nieuw’. Ook in deze herfst, waar de boom net alles wat ‘oud’ is aflegt.

Wie weet schuilt daar wel een boodschap voor ons mensen in. Laatst las ik een interessante stelling van iemand, die inhield dat mensen misschien wel instinctief de neiging hebben om vast te blijven houden. Naast ademen is dat een van de eerste reflexen die we hebben zodra we ter wereld komen. Best frappant, als je het zo bekijkt, want niet dat huilen maar dat vastgrijpen hoort bij ons natuurlijke overlevingssysteem en dat maakt dat het onnatuurlijk aanvoelt om los te moeten laten. En toch moet dat, om verder te kunnen groeien. Soms moeten we hetgeen dat we met ons meedragen maar dat hoort tot ons verleden afleggen, zodat we onze handen weer vrij hebben om iets nieuws aan te pakken. Om onze kracht te hervinden zodat we kunnen groeien, tot we op het juiste moment weer in bloei komen. Er is misschien geen ‘dood’, maar slechts een andere vorm van voortleven.

 

Een goede buur…

Geplaatst op Geupdate op

koffie-tijd

Best lastig soms: dat gebod ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Als je naaste je buurman is, is dat met een beetje pech extra lastig. Van 15 t/m 23 september is het Vredesweek, met als thema ´Buurten voor vrede`, waarvan vandaag zelfs uitgeroepen is tot Vredesdag. Traditiegetrouw is de derde zaterdag van september ook weer uitgeroepen tot ´Burendag´. Morgen dus. De bedoeling is dat de buurt dan gezellig gezamenlijk aan de koffie zit. Er zijn zelfs ´buren-mokken´ ontworpen, hoewel dat als werkwoord misschien beter klopt. Want hoe denken buren over elkaar als ´s avonds de koffie wordt genuttigd met de gordijnen dicht en andermans afval voor de deur, of als op een mooie zomerdag muziek over de tuinen schalt? Dan wordt er vast meer óver de buren dan mét de buren gemokt.

Letten we nog wel op een positieve manier op onze buren? Afgelopen zomer was er een ‘hitteplan’: het advies was om geregeld even bij de buren te informeren hoe het gaat. Maar toch: regelmatig lezen we in de krant dat iemand maanden dood in huis heeft gelegen, voordat hij of zij werd opgemerkt; geleefd -of in ieder geval gestorven- in eenzaamheid. De zorg loopt terug, waardoor mensen in zorgcentra vereenzamen. Maar eenzaamheid gaat echt niet alleen over ouderen. Het aantal alleenstaanden neemt toe, en het is een gegeven dat onze moderne maatschappij zich verhardt.

Op 28 oktober gaat de wintertijd in, dan gaat de klok een uur terug. ‘Je-wint-er-tijd-mee’, zoals een ezelsbruggetje aangeeft. Dat wordt door de initiatiefnemers van de Dag van de Stilte, die tegelijkertijd valt, aangegrepen om dat uur extra in te vullen met gebed of meditatie. Maar je kunt net zo goed bij iemand een uurtje op de koffie. Dan is er misschien pas echt wat mee gewonnen? Naar het schijnt is het de laatste keer dat we tijd cadeau krijgen, want het fenomeen wordt afgeschaft. Maar we kunnen hoe dan ook geen extra tijd maken, behalve voor elkaar…

Eenzaamheid is overigens niet altijd gekoppeld aan alleen-zijn; het heeft te maken met gebrek aan gevoel van verbondenheid. (daar moest ik even aan denken, want komende week begint de Week van de Eenzaamheid). Bijzonder, als je je bedenkt dat door de moderne communicatie- middelen de wereld juist ‘kleiner’ is geworden en mensen continu met elkaar in verbinding staan. ‘Social media’ maakt contact gemakkelijk en brengt mensen bijeen. Is dat écht zo? Misschien is het in bepaalde gevallen juist minder ‘echt’? Want hoewel social media in onze moderne maatschappij niet meer weg te denken is, belet het ons niet om over het toepassen ervan na te denken. Als het niet online lukt, dan zit er nog altijd een uitknop op het apparaat om ‘ouderwets’ contact te maken.

Vorig weekend is ‘onze’ St. Urbanuskerk getroffen door een felle brand. Enfin, dat heeft vast iedereen wel op zijn of haar manier meegekregen. Wat de afgelopen dagen vooral nog eens onderstrepen is wat een kerkgebouw voor een spilfunctie heeft, binnen een parochie, binnen een dorpsgemeenschap, maar vooral ook levend is onder de mensen, kerkelijk of niet-kerkelijk, op alle kruispunten van het leven en als plek om elkaar te ontmoeten en nader tot God of tot jezelf te kunnen komen. De kerk lééft, en dat is misschien zeker in deze tijd hoopgevend om te ervaren.

We zijn gezegend met het Noorddamcentrum, tegenover de kerk, dat nu de functie heeft gekregen van crisisopvang voor buurt- en kerkgenoten, secretariaat en locatie waar -voorlopig- gevierd wordt. Onze naaste buren dus. En dat een goede buur tegelijk ook een goede vriend is, nou ja, dat is in deze tijd van nood wel gebleken. Fantastisch hoe zij ons, allereerst de betrokkenen van de parochie, maar daarnaast ook buurtgenoten die er een plek vinden om hun verdriet te delen, op allerlei manieren praktisch steunen. En soms ook gewoon met een kop koffie en een goed gesprek. Dus niks geen gemok met de buren, maar voldoende aanleiding om de (koffie)koppen bij elkaar te steken.

De hele buurt en de hele omgeving toont zich trouwens bijzonder meelevend en hulpvaardig. Spontane initiatieven om geld in te zamelen dwarreleden door de nieuwsberichten heen voorbij, zozeer dat men over de échte campagne heen zou kunnen lezen: die van de Stichting Vrienden van de Bovenkerkse Urbanus. (morgen meer informatie daarover in de media). Deze stichting wordt bemenst door een groep bijzonder enthousiaste mensen die ‘de culturele kant’ van dit bijzondere Cuypers-monument belichten en zich inzetten om het in stand te houden – nu dus opnieuw op te bouwen. Men is bereid om te helpen en te delen. Er leeft vooral ook hoop dat de kerk weer hersteld kan worden. En hopen is de optelsom van wensen en vertrouwen. Tot die tijd zijn we even een zwervend volkje, maar dat is in onze geloofshistorie misschien nog niet eens iets om ons door uit het veld te laten slaan. Maar voorlopig staat het er even niet zo mooi voor.

De tijd kunnen we niet meer terugdraaien; vooruitkijken is het devies! Laten we elkaar vooral ook blijven vinden, voor een kopje koffie of een goed gesprek. De kerk heeft weliswaar (ook vanuit de huidige actualiteit) een groot deel van haar gezicht ‘verloren’; laten we vooral niet vergeten dat wij het gezicht van de kerk kunnen zijn en bepalen, en daarmee ook bepalen wat het gezicht van de kerk in de toekomst zal zijn! Misschien is dat met name ‘kerk-zijn’: dat we als kerk, ook zónder ‘de kerk’, draadloos verbonden zijn? 

Laten we het hopen!

Geplaatst op Geupdate op

Urbanusindebrand

Ineens realiseer ik me dat het deze week ‘Vredesweek’ is. In alle consternatie na een heftig weekend heb ik daar eerder helemaal niet meer aan gedacht. Niets voor mij om daar niets over te schrijven, toch? Maar voor wie het niet heeft meegekregen: onze kerk is afgelopen zaterdagavond afgebrand. Daar ben ik, als betrokken vrijwilliger, op mijn manier druk mee geweest. De heftige verslagen en beelden zijn volop gedeeld in de media en social media. En ergens in die hoeveelheid van heftige beelden meende ik iets te herkennen. Ik zag ineens een foto met een beeld dat ik eerder had gezien. Ik moest er even naar zoeken, maar een aantal jaren geleden heb ik er dit over geschreven:

“ Soms heb ik dromen die heel erg echt lijken te zijn, die me bijblijven en waarbij ik met al mijn zintuigen net zo betrokken ben als in werkelijkheid. Ik had eens zo een soort droom over ´onze´ kerk: de St. Urbanuskerk; het dorpskerkje aan de rand van de Poel in het Amsterdamse Bos en een markant bouwwerk van de hand van architect Pierre Cuypers. In die droom kon ik vanaf een bepaalde hoek aan de rand van de Poel de kerk zo zien liggen dat het net was alsof hij op een eiland in het water stond, met zijn sierlijke belijning scherp afgetekend tegen de horizon. Op een zeker moment leek de kerk ineens zachtjes in het eiland weg te zakken, zó de grond in en terwijl dat gebeurde, spleet hij vanuit het middenschip open. Daardoor viel hij als het ware uiteen, zoals een gepelde mandarijn in partjes uit elkaar kan vallen. Tegelijkertijd rees er iets op vanuit het midden van de kerk, die in een donker silhouet leek te vergaan. Ik weet niet precies wat dat ´iets´ was – een ui? een bol? een lotusbloem? – omdat er vanuit het hart een enorm helder licht uit scheen was het niet goed te onderscheiden. Het was een vreemde droom, maar omdat op dat moment het sluiten van een bouwvallige kerk vanwege acuut instortingsgevaar een kersvers feit was, was het vast niet zo raar dat ik erover droomde.” (zie eerder bericht)

De situatie waarin ik het destijds had geschreven was gedurende de periode van de plotselinge en hoogstnoodzakelijke restauratie van de Urbanuskerk. Dat omdat er stenen in de gewelven loszaten en naar beneden brokkelden, wat weer veroorzaakt werd door een slechte en verzakte fundering. Dat is met heel veel liefde en vereende krachten schitterend geworden.

De situatie waarin ik dit nu schrijf is van een compleet andere orde. En ja, het is een kerkgebouw, een gebouw van een instituut waar een boel aan schort en waar we beslist niet aan voorbij kunnen en mogen gaan. Maar wat me deze dagen vooral zo duidelijk is getoond, is hoe een kerkgebouw binnen een gemeenschap zoveel méér is dan een berg gestructureerde stenen. Deze Urbanuskerk is al generaties lang als een baken voor de omwonenden, in Bovenkerk, en eigenlijk een nog grotere cirkel over heel Amstelveen. Het heeft niet voor niets als bijnaam ‘de Parel aan de Poel’, omdat de zo kenmerkende contouren het beeld aan de Grote Poel in het Amsterdamse Bos Amstelveen aftekenen in de fijne lijnen die door de architect Pierre Cuypers zijn neergezet. En al generaties lang mocht de Urbanus een baken zijn bij de belangrijke momenten in ontelbaar veel mensenlevens, van doop tot eerste communie, van vormsel tot huwelijk, en niet op de laatste plaats ook de uitvaarten, want velen hebben hun dierbaren achter moeten laten in de graven naast de kerk. De kerk, de plek die we ook wel aantikken als we steun of troost zoeken en een kaarsje willen opsteken bij een gebed. En wie Kerstmis in de Urbanus vierde en zijn blik liet rondgaan, die kwam er vast vanzelf tot gebed, of tot zichzelf. Zo mocht de kerk een plek zijn om God, maar vooral ook elkaar te ontmoeten. De mensen temidden van de kerk en de kerk temidden van de mensen in Bovenkerk. De Urbanus: wie met het vliegtuig van vakantie terugkeert op Schiphol en de toren al kon zien, wist: ik ben thuis! De Urbanus: niet zomaar een kerk!

De toren staat nog, hopelijk mag dat zo blijven! En hopelijk mag de kerk nu ook van binnenuit nieuw worden, zowel in letterlijke als overdrachtelijke zin. Ook nu zou je kunnen zeggen: de contouren staan er, maar voor de rest zullen we het zelf moeten doen. Zelf én met z’n allen. Durven uitdragen waar je voor staat vraagt om moed en vertrouwen. Vertrouwen om de draad op te pakken en je weg te vervolgen, om je schouders eronder te zetten en er het beste van te maken. Maar misschien vraagt het bovenal op hoop; hoop is een wens met een zeker vertrouwen dat het goed komt. En wie weet, mag de kerk letterlijk en figuurlijk nieuw worden. Dan kunnen we er uiteindelijk allemaal vrede mee hebben…

The Twin Powers

Quote Geplaatst op Geupdate op

 

twin-towers

Waar ooit de twee monumenten van de Westerse rijkdom de horizon konden tooien

vervormden zij als een grillige mixer van metaal en vlees tot een holle krater des doods

doordat de kracht in de wereld kwam, die de oorzaak was van de duizenden prooien,

maar maak ze niet tot symbolen van haat, gedenk ze in ingehouden stilte desnoods.

De aanslag liet een litteken achter op de wereld en viel over ons heen als een orkaan

het accentueerde de verschillen tussen culturen en overtuigingen scherper dan ooit.

Alsof met deze datum als inzet mensen elkaar alleen maar meer naar het leven staan

als we nu eens meer op zoek gaan naar de overeenkomsten, anders  lukt het nooit.

Ja,  misschien kunnen we voortaan deze dag tot oproep voor de vrede maken

omdat de kans daarop zich telkens aandient voor ieder die daadwerkelijk begint.

Zo gedenken we de gevallenen op een passende manier, door het geweld te staken

en daarmee kunnen we tenslotte zelf opnieuw kiezen welke kracht uiteindelijk wint.

Nee, we kunnen niet omzien naar de achtergebleven wonden alsof het niet is gebeurd,

maar de manier waarop we de littekens laten helen kunnen we wel zelf bepalen

en dan zullen we hopelijk inzien dat er een bindende kracht is die de wereld kleurt

pas als ieder zich realiseert elkaars gelijke te zijn, in plaats van het gelijk te halen.

Misschien breekt  een tijd aan waarop het niet uitmaakt wat de mensen ooit beleden

en gaan we nu eindelijk eens op zoek naar de overeenkomsten die ons binden.

Dan zullen we ontdekken dat er een kracht in ons ieder schuilt, die biedt echte vrede

pas dan zullen we in ontmoetingen met onszelf en onze naaste het licht vinden.

Laat de slachtoffers van die gruwelijke dag niet symbool staan voor het extreme geweld

ook zij waren blank, zwart, gelovig of niet, en allen toevallig aanwezig in de Twin Towers.

Een waardige manier om hen te herinneren is door de enige aanvaardbare essentie die telt:

dat is dat we omzien en vooruitkijken in liefde en vrede, dát zijn de verbindende powers!