Masker af!

Geplaatst op

carnival-of-veniceIk heb ooit het geluk mogen proeven om het carnaval mee te vieren op Aruba. Wat een feest! Ik denk dat het eiland wel twee weken lang op z’n kop stond. In de aanloop naar het carnaval waren er allerlei activiteiten die met het carnaval te maken hadden: van de verkiezing voor de carnavalsmiss en de pancho –zeg maar een soort ‘prins carnaval’- het tumbafestival, waarmee de beste carnavalsdeun werd gekozen, tot de grote carnavalsparade, een route van 14 km. dwars door Oranjestad met een lange bonte stoet van praalwagens waar muziek vandaan klonk en mensen op en omheen liepen te swingen, gehuld in weinig verhullende kledij. Ik keek mijn ogen uit!

Van carnaval vieren in Nederland heb ik daarentegen geen verstand. Ik ben ‘van boven de rivieren’, of nog duidelijker: ik kom uit Amsterdam. Daar ging het carnaval altijd volledig aan me voorbij. Ik heb er ook een iets ander beeld bij dan de hiervoor beschreven situatieschets, en als noorderling snap ik daar maar weinig van.

Carnaval, een weekend vol gekte, uitbundigheid, verstoppen achter verkleedkleren en maskers. Even niet ‘jezelf’ hoeven zijn, of juist jezelf even helemaal laten gaan. Om daarna weer tot jezelf komen. Daarna vallen de maskers weer af. We zijn weer wie we zijn. Een paar dagen lang een andere rol aanmeten kan heel bevrijdend werken.  Tot je de rol van je eigen leven weer vertolken moet. En dan? Wat ná het carnaval?

Na carnaval volgt de vastentijd, de tijd van bezinning. Komende week begint in de christelijke traditie de vastentijd, ook wel ‘veertigdagentijd’ genoemd, die ligt tussen Aswoensdag en Pasen. Wat is vasten? ‘Vasten is het zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten of drinken voor een bepaalde periode’, zoals Wikipedia het omschrijft. Dat is niet niks, ook al ligt de nadruk op ‘niks’. Maar daar is nog lang niet alles mee gezegd en de omschrijving dekt niet altijd de lading. ‘Vasten’ is doorgaans juist eerder een kwestie van loslaten. Loslaten van de lasten die we met ons meezeulen, van gewoontes die aan ons kleven maar uiteindelijk niet bij ons horen. Een loslaten dat bevrijdend werkt, omdat ruimte ontstaat voor ‘nieuw’. Een periode van reiniging door matiging, om daarin de ruimte te vinden om zelf te groeien. Vasten is ook het bewust zijn van onze rol ten opzichte van de medemens, om wellicht te delen in dat waar wij voldoende van bezitten.

Na het feestgedruis volgt de stilte. Een stilte om tot bezinning te komen. Of in ieder geval tot onszelf te komen. Dat is dikwijls al moeilijk genoeg. Want: hoe goed kennen wij onszelf eigenlijk? In de stilte na de storm is die vraag misschien ineens zo duidelijk hoorbaar. En in de stilte kom je jezelf tegen. Geen doodse stilte, als een stilte die over je heen valt als een deken van eenzaamheid. Maar een verkozen stilte, om daarin juist de aandacht te vinden om te kunnen luisteren naar de dingen die er echt toe doen. Stilte die heelt. Stilte die bemoedigt. In die stilte voorbij de ruis liggen antwoorden. De stilte is soms heerlijk om naar te luisteren!

Dus masker af! Je mag gewoon jezelf zijn, met al je fouten en tekorten. Maar ook met je unieke talenten. Met alle unieke eigenschappen en eigen-aardigheden die een mens tot zichzelf maken. Daarnaast is het goed om oog te hebben voor de unieke eigenschappen van de ander. Het is nog hartstikke lastig om te kunnen kijken zonder te oordelen. Laten we ook elkaar de ruimte geven om te groeien. Daar ga ik de komende tijd vast goed over nadenken. Eens kijken of ik mijn masker af kan doen. Dan kom ik mezelf weer tegen, na het carnaval. En dan ben ik benieuwd wie ik uiteindelijk worden zal.

Ik wens iedereen een bezinningsvolle, inspirerende en liefdevolle tijd op weg naar Pasen toe.

(NB: voor wie nog meer wil lezen over mijn interpretaties van stilte is de gedichtenbundel ‘Luisteren naar de stilte’ samengesteld. Zie: https://bewustzin.wordpress.com/luisteren-naar-de-stilte/)

 

Wat je worden zal 

Toen ik rondkeek in de schepping was ik onder de indruk van het leven

Ik boog mijn hoofd en vroeg mezelf af: ´Waarom zou Hij om mij geven?´

Ik ben niet groots of imponerend, zoals de bergen of de wolken hierboven

Wat zou de moeite waard zijn aan mij dat God me er om zou loven? 

“Vader, ik ben niet sterk als de wind, die alles blaast naar opzij

Ik kan niet zingen als de vogels, maar houdt U toch van mij?

Doorgaans ben ik simpelweg mezelf, vaak met de angst te falen

En gezien al mijn zwakheden, ben ik voor U niet om van te balen?” 

Met gesloten ogen waar een traan uitrolde prevelde ik mijn gebed

Toen voelde ik Zijn geest die me zei: “Kijk omhoog mijn kind, opgelet:

Jij bent zoals je bent, een onderdeel van mijn Grote Plan

Ik heb je hier neergezet om te leren en te laten zien wat je kan. 

Jij bent me meer waard dan de hoogste berg die Ik heb gemaakt

en je kracht overstijgt die van de wind, dus weet dat je me raakt.

Vergeet niet: Ik hou van je zoals je bent, maar bovenal

hou Ik van je, omdat Ik ook weet wat je nog worden zal.” 

 

 

Advertenties

Van een mug en een olifant

Geplaatst op

Het was typisch zo’n dag, een van het soort waarvan je ’s ochtends al aanvoelt dat ie niet prettig zal verlopen voordat ie goed en wel begonnen is. Willemijn voelde zich niet helemaal lekker, ondanks de vroege voorjaarszon. Misschien toch dat griepje opgelopen tijdens het skiën? Ze had ook een tijd wakker gelegen, door die rottige mug op de slaapkamer. Of misschien had ze er gewoon de pest over in dat haar dag anders uitpakte dan dat ze eerder had bedacht: in plaats van lekker met Marian een terrasje pikken aan het strand zat ze met die stomme cadeaubonnen opgescheept! 

‘Intertoys failliet’ schreeuwden de krantenkoppen, en dus had ze gauw de lade met zegelboekjes en spaarpunten doorgelopen. Ja hoor! Er lag nog voor eur 50 aan bonnen in de la. Als ze er niets mee deed, konden ze zó de vuilnisbak in! En dat was haar al eerder overkomen met bonnen van de V&D destijds, dus dat zou haar niet weer gebeuren! Dus móest ze op deze prachtige dag wel naar het Stadshart om de bonnen te verzilveren. Had Heleentje nou maar niet op haar verjaardag van die stomme dingen gekregen, maar gewoon waar ze om gevraagd had, dan was er niets aan de hand geweest. Of geld, dan hoorde je haar ook niet klagen. Maar ja, typisch de schoonmoeder van Willemijn, die geeft uit principe geen geld. Zal je net zien. Nu duurt het nog twee maanden voordat Heleentje jarig is en moet Willemijn zoals altijd weer andermans problemen oplossen. Nog even snel bedenken wat ze ervoor zal kopen, want sinds december hebben ze het helemaal niet meer over cadeaus gehad. Dan winkel je toch prettiger via internet. Wel zo gemakkelijk en nog gratis ook. Nu moest ze betalen om te kunnen parkeren. Nou ja, vooruit. 

Het ontbijt met Robert-Jan en de kinderen duurde langer dan voorzien. Ze zaten duidelijk nog in het vakantieritme, zo vlak na de krokusvakantie. Vooral Bas zat te treuzelen met zijn boterham met pindakaas. Willemijn werd er kriegel van en sprong voortijdig op van tafel. Robert Jan zou de kinderen meenemen naar de geitenboerderij, dus ze had even haar handen vrij. Bij het Stadshart aangekomen was het loeidruk bij de parkeergarage. Een ouder echtpaar dook net voor haar een vrije parkeerplek in, waar zij eigenlijk wilde staan. Toeteren had niet geholpen. ‘Zeker nog doof ook? Waarom moeten oudere mensen sowieso zo nodig op zaterdag winkelen. Kunnen ze dat niet in hun eigen tijd doen?’ vroeg Willemijn zich geërgerd af. 

In de Intertoys was het een drukte van jewelste. Er stond al een enorme rij mensen voor de kassa toen ze binnenkwam. Snel liep ze door naar het schap met games, maar de keuze was beperkt. Dan toch maar iets van Lego? Misschien ook iets voor Bas erbij dan? Willemijn vond twee dozen die redelijk gelijkwaardig geprijsd waren, toen een dikke dame op krukken net de doos met technisch Lego wilde pakken en voorover boog. Willemijn griste gauw die laatste doos voor de neus van die mevrouw weg. Stel je voor zeg, anders moest ze opnieuw ter plekke iets voor Bas bedenken. Ze wist meteen weer waarom ze zo een hekel had aan winkelen in die krappe zaak. 

De opstopping bij de kassa werd al groter. Willemijn drukte zich slinks van opzij naar voren. Mensen leken af te druipen. ‘Computerstoring!’ was ineens een term die werd doorgegeven door de rij met wachtenden. ‘Wat zullen we nou beleven?!’ riep een man met een Amsterdams accent keihard. Door de commotie ontstond er meer ruimte. Daardoor stond Willemijn nu vooraan. ‘Ik ga hier niet eerder weg dan dat ik mijn cadeaubonnen heb verzilverd voor deze dozen Lego’, zei Willemijn op besliste toon, terwijl ze de dozen demonstratief op de balie smeet, vlak voor de neus van het meisje achter de balie. Begon ze nou te huilen? ‘Wie laat er dan ook zo’n kind werken in een speelgoedwinkel? Ze is het speelgoed nauwelijks zelf ontgroeid’, dacht Willemijn. 

Het kan zijn dat ze spuugde, maar dat weet ze niet zo precies meer. Misschien had het gewoon met haar verkoudheid te maken. Het voelde in ieder geval meer als een soort van nies. Afrekenen lukte in ieder geval niet, door de computerstoring. Met een zwaai had ze de dozen Lego naar het meisje achter de toonbank geduwd. ‘Hou die troep maar, ik kom hier nóóit meer!’ had ze het meisje toegebeten.

Intussen appte Marian. Ze was toch in de buurt. Even een terrasje doen aan het Stadshart dan? En ja, Willemijn kon wel een hartversterkertje gebruiken. Bij de ingang van de passage drukte ze de dakloze die daar stond een 5-eurobiljet in de hand, en de man drukte daarop zijn hand op zijn hart terwijl hij zei’ Dank oe wel, dank oe wel!’ 
‘Ach ja’, zei Willemijn terwijl ze zich tijdens het lopen naar Marian omdraaide,’ je leeft tenslotte niet voor jezelf alleen hé’, en gunde de dakloze nog een knipoog toe.

Toen ze thuiskwam riep ze vanuit de hal naar Robert-Jan, terwijl ze haar knellende schoenen uitschopte: ‘Niet gelukt hoor! Balen. Ze hadden een computerstoring. Ga jij het morgen maar proberen.’
Robert-Jan keek op van zijn laptop en fronste zijn wenkbrauwen. ‘Er was een opstootje bij de Intertoys, lees ik net. Heb je daar iets van meegekregen?’ vroeg hij verbaasd. ‘Nee’, zei Willemijn, terwijl ze luchtig haar schouders ophaalde, ‘iedereen is ook zó lichtgeraakt tegenwoordig! Verschrikkelijk toch? Ze maken van een mug al gauw een olifant. De Intertoys-olifant!’ en ze lachte om haar eigen grap.

Toy_speelboek1

Geluk!

Geplaatst op Geupdate op

10628236_738237032937417_4741033796652787827_n

Geluk is het gevoel met niemand te willen ruilen, maar met iedereen te willen delen!

Vandaag was zo’n dag van jubelstemming, ik kan er niks aan doen. Echt: zodra de zon doorbreekt is het alsof mijn accu weer oplaadt en ik mij mag laven aan de zonnestralen. Heerlijk! En die hernieuwde energie, tja, daar móet ik dan meteen wat mee hé. Zeker nu ik de laatste tijd weer wat langer kan staan op m’n zere been, dus: vanavond begon het heerlijk te geuren in de keuken, waar in de braadpan de rendang langzaam gaar stond te sudderen, een bouillonnetje gaar pruttelde, de kipfiletblokjes zich in mijn overheerlijke marinade mochten hullen om in te trekken, en de babi ketjap gezellig meeborrelde. Niets zo lekker als de geur van verse ingrediënten. Ik zag voorbijgangers die langs het open keukenraam liepen verlekkerd opkijken en hun duim opsteken. Het deed me denken aan een verhaal dat ik eens gehoord of gelezen heb en dat ging ongeveer zo:

 

De grootste schat
In een land hier ver vandaan woonde een jongen die gek op koken was. Eten dat met zorg was klaargemaakt, met verse kruiden en puur van smaak. De mensen in het dorp waar hij woonde kregen lucht van zijn kookkunst. Moeders met lastige eters vroegen hem om raad of schreven de recepten op van de maaltijden die hij klaarmaakte. Het duurde niet lang, of hij opende een eigen eethuisje in het dorp en hij werd blij van alle gasten die tevreden van zijn gerechten proefden. Hij voelde zich een kunstenaar met zijn kruiden in de keuken, zoals een schilder met verf prachtige schilderijen maakt.

Op een dag kwam er een vreemdeling op bezoek in zijn eethuisje, die in een land nog verder van ons vandaag woonde. Hij had de heerlijke geuren die uit het keukentje kwamen al van ver geroken en hij had er trek van gekregen. En toen hij was aangeschoven voor een bord eten en een hap nam, moest hij bijna huilen, zo lekker vond hij het. Hij vertelde dat hij nog nooit zó lekker had gegeten en hij wilde van de kok weten wat hij gegeten had. Hij kon het hier en daar aanwijzen op zijn bord, maar hij kende het niet. ‘Dat zijn uien’, zei de jongeman, maar de vreemdeling schudde zijn hoofd. Uien? Nee, daar had hij nog nooit van gehoord. Dat kenden ze in zijn land niet. Toen de jongeman dat hoorde, kreeg hij een plan: hij zou ze uien brengen en laten proeven! Hij kuste zijn ouders op hun wangen en vroeg hen op zijn eethuisje te passen. Hij laadde toen vijf grote zakken vol uien op een kar, spande zijn paard ervoor en ging op weg naar het land nog verder weg. Toen hij daar aangekomen was, meldde hij zich bij het paleis en zei tegen de wachter dat hij graag voor de koning wilde koken. Toevallig hield ook de koning van lekker eten en dus mocht hij zijn kookkunsten met potten en pannen in de keuken van het paleis laten zien. Zodra hij een geurige pan met eten op de koninklijke tafel had gezet, at de koning al gauw een heel bord eten leeg. En toen nog een. En nog een. Zo lekker had hij nog nooit gegeten! De koning gaf uit dankbaarheid en in ruil voor de zakken met die kostbare heerlijke uien aan de jongeman vijf zakken met gouden munten mee, zo blij was hij. De jongeman nam het dankbaar aan en eenmaal weer thuis kon hij er een nog groter restaurant mee openen.

In het dorp was er nog een restauranthouder en die hoorde hoe de jongen plots zo rijk geworden was. Hij hoorde hoe een koning hem beloond had voor zoiets onbenulligs: voor uien. Hoe bestaat het! Hij had nog een veel grotere schat in de keuken: knoflook! Van knoflook wordt elk gerecht echt helemaal het einde: het ruikt zalig en het smaakt vooral erg lekker. De restauranthouder zou de koning van dat land heel ver wel even laten proeven hoe lekker het eten kon worden met knoflook. Wie weet waar de koning hem dan wel mee zou belonen? Zo ging ook hij op pad naar het land zonder knoflook, om te koken voor de koning. Toen de koning daarna proefde van de heerlijke maaltijd met knoflook, was hij uitzinnig van blijdschap. Dit was écht het allerlekkerste eten dat hij ooit had gegeten! Wat een bijzonderheid, die knoflook. Hij zei tegen de restauranthouder dat hij hem nog rijker zou belonen voor zo een kostbare schat. Dus gaf hij zijn wachters opdracht om zijn kar vol te laden met vijf zakken…uien!Knoblauch-und-Zwiebel1

Met zonder handen

Geplaatst op Geupdate op

nohands_1280x825Vandaag ben ik helemaal in juichstemming. Niet alleen of zozeer omdat het buiten wel lente lijkt, zo vriendelijk lacht deze dag ons toe, maar: vandaag, voor het eerst na een jaar, heb ik buiten gelopen zonder krukken! Niet eens één, maar gewoon helemaal géén! Nou ja, gewoon? Zo gewoon is dat niet. Aan mijn knie mankeert van alles wat nooit meer goed komt, en lopen lukt dankzij mijn supersonische bionisch uitziende maatwerk knie-brace, want mijn knie is en blijft kapot, maar toch: ik loop! Tegen de voorspelling van de specialist in (ik dacht toen al: wedden van wel?). Niet erg elegant, geen sierlijke vogel, meer als een pinguïn, maar vooruit, ik ben los! Te gek om los te lopen! En terwijl ik buiten liep, dacht ik: ‘Kijk mam, zonder handen!’

Het is niet moeilijk om dan in gedachten terug te gaan naar mijn kindertijd, toen ik haar hand vasthield met wandelen. Naar het schijnt had ik als kind de neiging om tijdens het wandelen altijd achterom te kijken, zodat mijn moeder me zowat voortsleepte. Voer voor psychologen, want waarom ik dat nou deed? Misschien hechtte ik toen al aan alles wat voorbij leek te gaan en wilde ik alles zo in me opnemen, om op die manier niets te missen? Hoe dan ook, ik had mijn moeder vast, veilig en vertrouwd.

Mijn vroegste herinnering aan mijn moeder is haar kookkunst. Zodra ze begon met koken, zette ik mijn kleine klapstoeltje over de drempel van de keuken zodat ik niet in de weg zat, en zo volgde ik nauwkeurig elke beweging. Ik was helaas te klein om op die manier alle recepten meteen in me op te sponzen, want ik hield het bij de heerlijke geuren en het aanhoren van haar uitleg, maar het genieten van lekker eten is me wel bijgebleven.

Toen ik zo met losse handen buiten liep, voelde dat best onwennig. Waar hou je je nou aan vast als je een stoep afloopt? En wat doen mensen ook alweer met hun handen, als ze lopen? Dat gevoel herinner ik me wel een beetje uit de tijd dat ik kleine kinderen had en min of meer jarenlang achter een kinderwagen had gelopen zodra ik buiten kwam. Toen dat ineens niet meer hoefde, had ik ook van die onwennige handen. Het voelde vandaag ineens heel luxe, want ik heb nu mijn handen vrij om zelf boodschappen te kunnen doen en om iets vast te houden.

Ik heb bij de Blokker een pan gekocht. Zo’n lekkere zware braadpan. En in de buurtsuper heerlijk suddervlees. Het staat nu te geuren op het fornuis en het ruikt zoals het vroeger bij mijn moeder thuis in de keuken rook. Mijn moeder zelf is al een tijdje niet meer onder ons, maar wel wat ze ons naliet. Ik merk het aan mijzelf en aan onze kinderen. Soms, als je het oude loslaat, krijg je er iets nieuws voor terug. En ik heb nu mijn handen vrij: om te juichen!

 

Op een bloedrode maandag

Geplaatst op

539853_295934197172102_475438025_n

Vandaag is het ‘Blue Monday’; een term voor de meest deprimerende dag van het jaar, naar het schijnt. Dat is tenminste de uitkomst van een ‘rekenformule’ die de Britse psycholoog Cliff Arnall op de kalender had losgelaten. Omdat de maandag van de laatste volle week in januari de dag is waarop de meeste mensen zich treurig, neerslachtig of weemoedig voelen. Doorgaans zijn de goede voornemens van het nieuwe jaar dan alweer mislukt en vakanties zijn nog ver weg. Ook zijn de dagen nog donker, en heeft de maandag van oudsher al niet te reputatie van de meest favoriete dag in de week. Daarbij factoren meegenomen als het weer, uitstaande schulden, de hoeveelheid dagen tot kerstmis, de betaaldag voor het salaris en de succesfactor van goede voornemens. Maar de uitdrukking ‘op een blauwe maandag’ is ouder dan voornoemde term en dat wil zoveel zeggen als ‘een kleinigheidje, iets van weinig waarde’, waarmee de blauwe maandag dus vanzelf de betekenis krijgt die je er zelf aan geeft.

Vannacht was deze maandag anders ingekleurd: ‘schijnbaar’ was er sprake van een maanverschijnsel in overtreffende trap: niet zomaar een volle maan, bloedmaan of superbloedmaan, maar een superbloedwolfmaan. Ik heb er eerlijk gezegd niet van wakker gelegen. Maar wat al die begrippen ook mogen zeggen: de verandering hangt in de lucht en wat mij betreft voelbaar, merkbaar. Een beetje spannend ook wel, wan je weet maar nooit wat de toekomst brengt, toch? En eerlijk is eerlijk: het is geen grijze dag vandaag. Zelfs niet als dat kleine poedersuikerlaagje ijs dat buiten overal als een toefje op gestrooid lijkt als sneeuw voor de zon is verdwenen.

Ineens schiet een stukje tekst van het liedje ‘Tijd genoeg’ van Doe Maar in mijn gedachten: “Maar al zijn de dagen nog zo grauw , ik weet het zeker , als jij wou, dan verfde jij de wolken blauw.” En dat kan je natuurlijk ook doen op Blue Monday: zélf je dag inkleuren! Dan is het vanzelf eigenlijk maar een kleinigheidje, zo op een blauwe maandag. Dus hiér met die kwast! Bel iemand op die alleen is of als je je eenzaam voelt, koop een jurkje of een bos bloemen om je dag op te fleuren, haal een frisse neus, lucht je huis of je hart en maak vooral nieuwe plannen! Kleur je dag of die van een ander. En wie weet, mag Blue Monday dan zomaar een leuke dag worden! De lucht is alvast blauw…

Hinkelen?

Geplaatst op Geupdate op

 

Ik ging wat van het pad afwijken
en dat is misschien een beetje dom, 
maar ik ga pas vooruit als ik vooruit ga kijken 
en nu niet meer achterom.

Als een vreemd vertrouwde weg, 
nieuwe voetstappen op oude aarde
en alles wat ik denk of doe of zeg 
lijkt ineens van nieuwe waarde.

krukken

Het is nu een jaar geleden dat ik met fiets en al werd geveld door een laagje ijzel op de klinkertjes van onze zijstraat. En oké: een paar weken later omviel, terwijl mijn strak gespalkte been bleef staan. Met blijvende schade aan mijn knie tot gevolg. Van de week kon ik ‘m eindelijk ophalen: mijn langverwachte knie-brace. Van brekebeen naar brace-been dus. En nu ben ik aan het oefenen. Het is fantastisch weer vandaag voor een ‘revalidatie-rondje’ en deze keer loop ik voor het eerst met maar één kruk, in plaats van twee. De specialist voorspelde eerder dat ik nooit meer van mijn krukken af zou komen, maar… wie weet? Maak ik met dit supersonische lichtgewicht gadget wel sprongen vooruit? 

Tijdens het lopen vind ik een bankje in de zon, aan een speelpleintje. En als ik zit, valt mijn oog op de tegels voor mij en dan moet ik lachen om de metafoor, lachen om mezelf. Is het leven niet net een hinkelbaan? Met grote en met kleine stappen, met vallen en met opstaan. De kunst is om net zo vaak weer op te staan als dat je bent gevallen. Maar uiteindelijk vooruit te komen natuurlijk. Voorlopig geniet ik van deze eerste stap. Een kleine stap voor de mensheid, maar een grote stap voor deze mens. Een stap terug op je levensweg bestaat niet – dat is altijd een weg vooruit! En vooral af en toe lekker om mezelf blijven lachen. Heb het goed! 

20190119_134606 20190119_134918 20190119_134929

 

De wijsheid in pacht?

Geplaatst op Geupdate op

 

los-reyes-magos-driekoningen

6 januari: bij christenen in sommige landen in het Midden Oosten, de Russisch Orthodoxe Kerk en aanhangers van de Koptische Kerk in Egypte de dag waarop Kerstmis gevierd wordt. Maar in onze westerse cultuur staat deze datum bekend als ‘Driekoningen’. Het is volgens een niet-geschreven regel vandaag de laatste dag dat je elkaar een gelukkig nieuwjaar mag wensen. Dus bij deze, aan al diegenen waarvan de gelegenheid ontbrak om het je persoonlijk te melden: ik wens je een goed, gezond, kansrijk, gedenkwaardig en inspiratievol nieuwjaar!

Volgens de Bijbel verlieten drie koningen -of wijzen, afhankelijk van de evangelist, of soms worden ze zelfs als ‘magiërs’ betiteld- huis en haard om op zoek te gaan naar de lang voorspelde Verlosser die een nieuw begin inluidde. Ze volgden een heldere ster, waarvan zij overtuigd waren dat daarmee een voorspelling, een oude belofte, werd vervuld. Astronomen hebben de afgelopen tijd herhaaldelijk nieuwe sterren, planeten en zelfs hele zonnestelsels ontdekt. Achter iedere horizon lonkt telkens een volgende onontdekte ster. Hoe meer sterren ze zoeken, hoe meer ze er steeds weer lijken te vinden.

Het is niet zo moeilijk om nu met Driekoningen in gedachten terug te gaan naar de sterrenvolgers, die wijzen uit het oosten. Hun geschenken, goud, wierook en mirre, hebben een metaforische betekenis. Hoewel de uitleg soms verschilt wil het zoveel zeggen als: symbolen voor zuiverheid, dienende liefde en ware kennis. (In de loop der tijd is de betekenis van deze drie figuren uitgediept: zij stonden model voor de hele mensheid, door ze te verbeelden als een blanke man met baard, een Aziatische man en een jonge Afrikaan. Zij waren een koning, een priester en een magiër, hun namen Caspar, Balthasar en Melchior betekenen respectievelijk ‘schatbewaarder’, ‘God beschermt’ en ‘Koning van zijn stad’; hun geschenken staan voor: goud = handen/daden, wierook = hoofd/kennis en mirre = hart/liefde) Je zou toch zeggen dat dát juist ingrediënten zijn die ze toen graag bij de Verlosser zouden zijn komen hálen? Maar misschien werkt het wel andersom, en worden al deze dingen vanzelf méér wanneer je ze deelt?

En daarnet stuitte ik op een artikel waarin wordt verteld hoe Driekoningen in Spanje wordt gevierd. Het feest heet los Reyes Magos. Zoals wij hier vertellen dat Sinterklaas uit Spanje komt en cadeautjes meeneemt, zo steekt het daar toch anders in elkaar: de drie wijzen toetsen of de kinderen lief geweest zijn en geven op 6 januari cadeautjes aan de kinderen – of niet. In de laatste variant krijgen ze steenkool-bollen, die zijn van suiker. Niets aan de hand, zou je zeggen. Een leuke folklore. Compleet met optochten met lampionnen waarbij met snoep gestrooid wordt. De hele rataplan op een hoop. En heel praktisch: geen geneuzel over racisme of andere narigheid rond dit kinderfeest, lijkt me. (zie https://www.espanje.nl/driekoningen-spanje/)

Hebben wij nog meer gemeen met die wijzen van toen uitdat oude verhaal? Nog steeds zijn we geneigd om het licht buiten onszelf te zoeken. Naar oplossingen als vrede en verdraagzaamheid. Hongerend naar een nieuw begin, hopend op een toekomst die mooier is dan het toekomstbeeld dat we eigenlijk vrezen. Al wat het van ons vraagt is om uit het donker te treden, en als het ware uit onze schaduw te stappen. Maar durven we daar ook op te vertrouwen? Welk licht gloort er voor ons in de verte?

Tijdens een cursus die ik eens volgde kwam de vraag op: ‘Wat is gemakkelijker: jezelf veranderen, of jezelf te accepteren zoals je bent?’ Een interessante gedachte. Misschien is eerst het ene nodig om het andere te kunnen. Of is het juist andersom? Sinds een ongeluk een jaar geleden mankeer ik wat. En nu ik terugkijk op het afgelopen jaar, heeft het onevenredig veel van mijn aandacht gevraagd. Dan moet ik misschien onderkennen dat mijn wens al mijn andere zegeningen een beetje heeft ondergesneeuwd. Terwijl ik toch allemachtig veel rijkdommen heb meegekregen.

Wat brengt me in beweging, dit nieuwe jaar? En wat heb ik zelf daaraan bij te dragen? Ieder van ons is in staat om dat vlammetje te laten ontbranden. We hoeven niet op zoek te gaan naar die kracht buiten ons. We hoeven slechts in te zien dat we het licht in ons kunnen vinden. Er zit een supernova in ons! We hoeven alleen maar in te zien dat die kracht van vrede en liefde in onszelf zit. Dus laten we vooral in goed vertrouwen kleine zaadjes planten, in de hoop op een rijke oogst van vrede, liefde en verdraagzaamheid. Daar zit alle wijsheid en rijkdom in die we nodig hebben. En wie weet, gebeurt er iets magisch en wordt het alleen maar méér zodra we het delen!