Terug in de tijd?

Geplaatst op

Wintertijd. ‘Je wint er tijd mee’, zo wordt gezegd. Want deze zondag gaat de wintertijd in en mogen we de klok weer een uurtje terugdraaien. Soms zou ik de tijd wel terug willen draaien, in plaats van de klok.

Als ik één ding heb geleerd, dan is het wel dat verloren tijd nooit meer in te halen is. En daarmee bedoel ik niet dat ik spijt van beslissingen of de wendingen in mijn leven heb, en ook niet dat ik die bij een herkansing nu anders zou willen of anders zou doen. Maar ik zou dan bij bepaalde momenten veel meer tijd willen doorbrengen en de herinneringen langer laten duren…

Tijd is maar een begrip, is maar relatief en zelfs subjectief. En ja, dan kun je doorgaans maar beter tijd maken in plaats van haast. Ook nu bouwen we hard aan herinneringen en een aantal daarvan doen zo nu en dan zelfs een beetje zeer. Dan zou ik misschien weer wensen dat deze tijd al voorbij is…

Naast het verzetten van de klok is er nog iets bijzonders: het is deze zondag ook weer de jaarlijkse ‘Dag van de Stilte’. In zekere zin is de oorsprong van deze dag omgekeerd evenredig aan de overwinning van het licht. Ingegeven door de wintertijd en ‘het uurtje extra’ dat we daarmee winnen, is de gedachte achter de Dag van de Stilte dat je die ‘extra tijd’ kunt gebruiken voor –inderdaad- extra tijd. Tijd voor jezelf, tijd om tot God of tot jezelf te kunnen komen. In rust, en in de ruimte die in die stilte kan ontstaan.

Juist in de stilte kunnen we verbondenheid ervaren. In de eerste plaats met onszelf. Want wie de stilte in zichzelf niet vindt, die vindt het nergens. Zodra je in staat bent om de rust en de stilte te vinden, waar je ook bent, word je geconfronteerd met de stem van je eigen gedachten. Ze kunnen komen en gaan, ze krijgen de ruimte om er te zijn. Die stilte hebben we van tijd tot tijd dan ook hard nodig om tot onszelf te kunnen komen. In die stilte kun je jezelf tegenkomen of terugvinden, maar in ieder geval vind je daarmee de verbondenheid met je diepste ‘ik’. Vanuit die innerlijke verbondenheid is het niet zo lastig om ook de verbinding met anderen te ervaren. Stilte schept ruimte. Al is het maar een uurtje.

Pas in stilte kun je het beste luisteren. Een luisteren dat bestaat uit waarnemen, zonder te oordelen, laat staan te veroordelen. We ‘vieren’ de stilte, nu we de donkere tijd juist ingaan, maar we ‘vieren’ ook het licht, in het vertrouwen dat het leven niet stopt in de donkere tijd.

(PS: ik schreef al eerder over de veelzeggende kracht van stilte, o.a. in mijn gedichtenbundeltje Luisteren naar de stilte’)

Hoe dan ook: tijd kunnen we niet maken, behalve voor elkaar

Van angst naar vertrouwen

Geplaatst op Geupdate op

‘Je moet je angst onder ogen zien’ is zo’n gevleugelde uitspraak, waar ik helemaal niets mee kan. Want waarom is angst per se het uitgangspunt? Volgens mij is het veel zinvoller om je vertrouwen aan het woord te laten. Vertrouwen is hoop, maar dan nog even ietsje meer. Vertrouwen durft vooruit te kijken.

Gek genoeg merk ik dat diegenen die zich in het kader van het corona-virus verzetten tegen de overheidsmaatregelen en de inzichten die de experts op velerlei gebied met ons delen dat koppelen aan dat ene begrip: angst. Alsof ieder die zich schikt naar de maatregelen of voorzichtigheid in acht wil nemen handelt uit louter angst. Wat is dat toch voor een idiote gedachte? Het gevoel van angst is nog geen moment bij me opgekomen, geloof ik. Maar waarom is dat dan het enige constante woord in de vocabulaire van degenen die de maatregelen betwisten? Waarom zouden we in godsnaam -of in wiens naam dan ook- ons gedrag laten leiden door angst? Het kan naar mijn idee maar een ding betekenen: dat diegenen die mensen ervan betichten uit angst te handelen daar zelf aan ten prooi zijn gevallen en zich daar uit alle macht tegen af willen zetten. Omdat diegenen misschien zelf zo hard op zoek zijn naar een tegenhangende emotie. Goed nieuws: die is er!

Het coronavirus brengt niet alleen een besmettelijke ziekte in onze wereld, maar het trekt als een splijtzwam een grote streep door de samenleving. Het virus reist zolang wij reizen, het feest zolang wij feesten, maar liever dat het virus uiteindelijk langzaam wegsterft dan wij. En daarmee bedoel ik ook ‘van binnen’ wegsterven, want daar zijn we altijd nog zelf bij, aan welke kant je ook staat.

Is er wel een kant? Staan we niet allemaal aan dezelfde kant? Ik heb af en toe geen idee, maar misschien durven we verder te kijken dan de kant waar we staan, en kunnen we zelf bruggen slaan naar die andere kant, want dat helpt ons vast verder vooruit. Bouw liever bruggen in plaats van muren, ook -of juist?- in deze tijd van de beperkingen waarmee we ons geconfronteerd weten. Angst vermoeid, put uit en is een aanslag op de levenskracht die we beter voeden met optimisme en positieve aandacht voor elkaar.

Praat elkaar liever moed in, in plaats van angst, want dat is veel effectiever. Wat er gebeurt en wat er misschien nog gaat gebeuren, heb je dan misschien niet zelf in de hand, maar wel de manier waarop je daarop reageert en hoe je ermee omgaat. Niets is zeker, en zelfs dat niet. Maar dat hoeft niet onze angst te voeden, want dan onderdrukken we alle mooie inspiratie, cretiviteit en vindingrijkheid die we ook in ons hebben! Durf deze tijd door te staan in het vertrouwen dat het, hoe dan ook, maar een tijdelijke tijd is. Houd moed, hou vol. En zo af en toe een vriendelijk bemoedigend woord helpt. Dan vinden we ook weer meer vertrouwen in elkaar.

Groeipijn…

Geplaatst op

Soms realiseer je je pas wanneer je groeipijn ervaart dat een situatie is gaan knellen en dat een volgende stap in het proces van verandering onvermijdelijk is, ondanks dat je nog niet weet hoe die nieuwe situatie zal voelen. Het is dan niet meer dan een verandering die al in gang gezet is en waarvan het handig voor jezelf is om daarin mee te gaan. Dat gaat zeker op voor een crisissituatie.

Een crisis op zich duidt op een noodsituatie of depressie. Het woord ‘crisis’ heeft in de dagelijkse spraak een negatieve lading. Van oorsprong is de term echter neutraal. Etymologisch komt het voort uit het (oud)Griekse werkwoord κρινομαι (krinomai) met de betekenissen scheiden, schiften, onderscheiden, beslissen, beslechten, richten en oordelen. Zo bezien is een crisis een ‘moment van de waarheid’, waarop een beslissing moet worden genomen die van grote invloed is op de toekomst. Een crisis is dus als zodanig nog maar een deel van een veranderingsproces; het luidt een kantelpunt, een omslagpunt aan.
In het verleden was bij ernstige ziekte en de toen nog gebrekkige medische mogelijkheden, bijvoorbeeld bij een longontsteking, de ‘crisis’ het moment waarop de koorts, meestal in de nacht, een hoogtepunt bereikte en het de vraag was of de patiënt de ochtend wel zou halen.

Het doet me denken aan een verhaal dat ik ooit in het voorbijgaan heb gelezen en waar ik nu weer aan moet denken. Dus nu wij met z’n allen in een onvermijdelijk proces van verandering zitten, wil ik het hierbij graag verder delen. Het ging ongeveer zo:

Hoe groeit een kreeft? Die vraag kreeg een rabbi eens voorgelegd en hij gaf hierop het volgende antwoord: ‘Een kreeft is van zichzelf een week dier. Om zijn lijf en ingewanden te beschermen, woont hij in een soort schaal. Die schaal is in het begin prettig en comfortabel, totdat de kreeft zodanig is gegroeid dat de schaal begint te knellen en de schaal ongemakkelijk voelt. Dat is voor de kreeft een teken om zich terug te trekken onder de rotsen, waar hij veilig is, om zo te kunnen ‘verpoppen’ naar een groter model schaal. Die zit hem vervolgens weer als gegoten, precies afgestemd op zijn lijf en leden. Totdat hij opnieuw te groot groeit om zich nog comfortabel te kunnen bewegen in zijn te krap geworden schaal. Dan trekt hij zich opnieuw terug onder een rots en herhaalt het hele proces zich.

Het is dus een teken van persoonlijke groei dat je je op bepaalde momenten niet meer prettig voelt in een oude omgeving of levenssituatie. En hoewel die je prettig en vertrouwd overkomt, leef je in de wetenschap dat je dat omhulsel zal verliezen. Erin blijven, kan niet. Al wat het je oplevert, is spanning en veel stress. Daarmee word je in je groei beknot en zal het je uiteindelijk verstikken. Dan is het tijd om je in jezelf terug te trekken en te wennen aan je nieuwe omhulsel. Zo zul je daarin doorgroeien tot het je comfortabel gaat zitten.’
Groei gaat onherroepelijk gepaard met verandering, loslaten van het oude en het accepteren van de nieuwe omstandigheden. We zitten in een crisis, maar dat is nog niet hetzelfde als een ramp. Het heden is onrustig, de toekomst is onzeker, maar toch is het een weg naar het ‘nieuw’ in het besef dat ook deze fase waar we doorheen moeten tijdelijk is. De vraag is hoe we ermee omgaan….

Want: we kunnen elkaar veel beter moed inspreken dan angst aanpraten, we kunnen elkaar respecteren zonder het met elkaar eens te zijn, we kunnen vrij zijn binnen de begrenzingen die we ervaren in plaats van de grenzen opzoeken waar we de ander in de vrijheid beknotten, we kunnen elkaar op gepaste afstand nabij zijn binnen de afstand die ons past, we kunnen werken aan ons welzijn zolang we werken aan ons collectieve welzijn en in die verschillen zullen we onze eenheid herkennen. Dat vraagt moed en geduld. Dat gaat met pijn en moeite. Dan zijn we gegroeid.

Soms ervaar ik ineens groeipijn,
op de weg van loslaten en verandering.
Dan weet ik wel dat het zo moet zijn,
maar iets echt moeten is een ander ding…

Niet zomaar een dag!

Geplaatst op Geupdate op

Vandaag is het vast een feestdag voor taalliefhebbers en cijferfetisjisten, want de datumnotering 10102020 is voor hen een droom en zelfs bijna een palindroom (een palindroom blijft of je het van links naar rechts of andersom leest hetzelfde), maar in ieder geval kan door het ritme in deze datum deze dag niet meer stuk voor mensen die iets hebben met de magische balans van cijfers.

Al met al is het cijfermatig dus een magische dag, maar of je er nu wat bijzonders in ziet of niet, of deze dag nu in balans is of niet: achterwaarts leven, kun je niet. Hooguit zo nu en dan even stilstaan om vooruit te komen.

In wezen is elke een speciale dag: elke dag, elk uur, elke minuut en zelfs elke seconde is uniek op zichzelf en komt nooit meer terug, want de tijd stopt nergens voor en wat is opgebruikt, nooit meer terug. Dus uiteindelijk zeggen die cijfertjes, die seconden, minuten, deze uren en deze dag alles over de ervaring die we eraan meegeven. De tijd vergaat, wat blijft zijn de herinneringen waarmee we die tijd mogen invullen.

Zo nu en dan is het eens goed om stil te staan bij de tijd die verder gaat, want: elk moment is uniek en ieder mens is uniek. En ja: JIJ bent uniek! Maak de tijd die je doormaakt vooral waardevol, leef, deel, heb lief, koester de momenten en maak nu mooie herinneringen.

´Het nu´ bepaalt welke geschiedenis we schrijven en welke toekomst we maken.

Hoezo: ‘Ik doe niet meer mee’?

Geplaatst op Geupdate op

Ineens zie ik ze staan: een moeder en haar dochtertje, in de supermarkt, maar als de moeder behendig de volle winkelkar tussen de schappen manoeuvreert, blijft het meisje van een jaar of drie, vier staan. ‘Ik wil niet meer mee!’ pruilt ze en ze blijft demonstratief met haar armpjes over elkaar heen geslagen midden in het gangpad staan. ‘Je zal wel moeten, anders kom je niet thuis‘, merkt haar moeder droogjes op, terwijl ze verder geen aandacht meer schenkt aan de bokkigheid van haar kleine meid.

Alle ouders kennen die fase waarschijnlijk wel – die van ‘negatieve aandacht is ook aandacht’. In het Engels kent men daar een mooie uitdrukking voor: ‘todler tantrum’. En als je maar weet hoe je zoiets aan moet pakken, dan is zo’n scène doorgaans gauw over. Toch?

Toen ik er getuige van was, moest ik onwillekeurig denken aan het clubje zogeheten influencers, die zich heel geraffineerd het ene moment niet lijken te realiseren wat hun ‘influence’ doet en het andere moment dat met alle geldelijke genoegens van harte wél weten. Want het clubje ‘influencers’ met hun zelfbenoemde talenten kreeg ineens niet meer de aandacht die ze zo verwend gewend waren te krijgen. Waar ze eerst nog een geldstroom aan inkomsten ontvingen die ze van hun lang-zal-ze-leven niet op zouden kunnen maken, stond plots ook hun dynamische leventje op z’n kop. Van ‘vloggen’ naar ‘mokken’ dus.

En dus roepen ze nu dat ze het zat zijn, met die corona. En met de maatregelen. Maatregelen die zijn ingevoerd om het o zo bepalende reproductiegetal, dat staat voor de mate waarin het aantal besmette gevallen zich verder deelt, terug te dringen. In ons aller belang. Stampvoetend laten ze een ongecontroleerde tweet onder de kreet #ikdoenietmeermee. Die dubbele moraal dat een aanstichster uit dit clubje eerder nog heeft meegedaan aan een spotje van het RIVM om afstand te houden is vast al eerder genoemd…

We zijn nu een half jaar verder dan de eerste invoering van overheidsmaatregelen in verband met het corona-virus. Elke openbare plek is beplakt, bestickerd, beperkt in de toegang en met spuugschermen beveiligd. Menigeen merkt al heel direct de gevolgen op economisch vlak en veel banen staan op springen of zijn al gesprongen (ja: ook in eigen kring, helaas!) De specialisten in de ziekenhuizen, artsen, verpleegkundigen, IC-medewerkers, werken zich opnieuw of nog steeds het snot uit de ogen om mensenlevens te redden. En nu staan er ineens een paar aandachtstrekkers met gekruiste armen in het gangpad te roepen ‘Ik doe niet meer mee!’ Stel je voor dat voornoemde hulpverleners dat terug zouden roepen als een van hen zelf hevig door het virus overvallen wordt..?! Misschien zou een live-vlog vanuit een IC-afdeling eens functioneel op hun moraal in kunnen werken, maar daar laten de betrokken medici zich -gelukkig- niet door afleiden…

Wat mij betreft doe je met deze houding inderdaad niet meer mee! Sterker nog: een dergelijke houding van zogeheten ‘influencers’ werkt helaas erg aanstekelijk, en het gekakel van mensen die hoegenaamd nul kennis van virussen hebben beklijft gek genoeg beter bij hun volgers dan de oproepen van deskundigen als de virologen, artsen, verpleegkundigen, IC-medewerkers, de overheid, het RIVM, de WHO en het OMT. Want ook in de dagelijkse omgang op straat en in winkels lappen mensen de afstandsregel inmiddels aan hun laarzen en treden daarmee die eenvoudige regel om rekening met en afstand te houden tot elkaar. Naar maar waar!

Wie roept ‘Ik doe niet meer mee’ doet eraan mee dat je vanzelf heel lang niet meer mee kunt doen: met al die dingen die we voorheen als ‘normaal’ mochten ervaren en die dat hopelijk ooit weer zijn. Zie daar maar eens mee thuis te komen… Was het maar zo gemakkelijk, want dan wensten we allemaal dat virus wel de wereld uit. Het helpt niet door je vrijheid te claimen en tegelijkertijd de ander te beperken in zijn vrijheid!

Want of je er nu van overtuigd bent dat het coronavirus een nieuwe ziektevariant is waar we wereldwijd mee te maken hebben, of dat het een creatie is dat uit een Chinees lab of uit het snode brein van grote pharmaceuten is voortgekomen, één ding weten we zeker: het virus gaan we nog het beste te lijf door het risico op besmetting te voorkomen!

Dus kom op: wordt eens volwassen en blijf vooral meedoen! Ja: jij, jij en jij – en geen ikke, ikke en de rest kan stikken meer, want dat slikken we niet meer! Gewoon negeren dus, die verwende nesten. Want gezond blijf je door je gezonde verstand te gebruiken!

Opmerking: Ik heb begrepen dat deze groep influencers via de verschillende media hun motto en hun uitspraken enigszins genuanceerd hebben. Misschien mogen we hierover zeggen wat we hopelijk over alle bevindingen en standpunten rond (de bestrijding van) het coronavirus kunnen zeggen: een kwestie van voortschrijdend inzicht…

De hemel op aarde..

Geplaatst op

Verbondenheid

40229373_1862399253854517_1629071461761155072_nIk mocht eens het geluk proeven binnen een week twee bijzondere mensen horen vertellen. Allebei heel inspirerend en onderling totaal verschillend. De eerste was rabbijn Soetendorp. Hij was als gastspreker gevraagd bij een interreligieuze viering op een middelbare school. Het thema was ‘verbondenheid’. Drie meisjes vroegen hem wat dat voor hem betekende. Hij vertelde dat hij in de oorlog is geboren, in 1943. Zijn ouders hadden hem de namen ‘Awraham Shaloom’ gegeven. Toen zijn vader aangifte van zijn geboorte wilde doen bij de Burgerlijke Stand, weigerde de ambtenaar in eerste instantie. Hij adviseerde om zijn kind andere namen te geven, omdat hij hierdoor zo onmiskenbaar Joods was. ‘Ze kunnen alles van je afnemen wat je hebt, maar niet wat je bent, en wie en wat je bent, dat ben je vanaf je geboorte tot je dood’, had zijn vader gezegd. En: ‘Hij zal vrede heten en hij zal vrede zijn.’ Een veelzeggende start op deze wereld.
Toen hij zo’n drie maanden oud was, was er een razzia. De SS-ers vielen het huis van het gezin Soetendorp binnen. Een SS-officier boog zich over de wieg waar de kleine Awraham in lag en zei iets van: ‘Wat een prachtige baby! Maar wat jammer dat hij Joods is’, waarop zijn vader geantwoord moet hebben: ‘Dat is helemaal niet jammer: deze jongen zal later trots zijn dat hij tenminste niet het kind van een moordenaar is!’ De officier verschoot van kleur en schreeuwde met opgeheven vinger tegen zijn vader: ‘Denk erom: morgen komen we terug!’ en hij gebaarde de meegekomen agenten om het huis te verlaten. Dat is hun redding geweest. ‘Zolang je de tranen in de ogen van je vijand ziet, is er hoop’, lichtte de rabbijn toe.
Dan vertelde hij dat hij eens in India of in Pakistan, daar wil ik vanaf zijn, was uitgenodigd op een Islamitische school. Bij binnenkomst in een klas met jonge jongens voelde hij zo een scherpe vijandigheid, dat het hem van zijn stuk bracht. Hij zag de haat in hun ogen, niet omdat ze hem kenden, maar om wat hij is. Hij zocht even naar de juiste woorden, maar kon ze niet vinden. Toen begon hij zachtjes te zingen, als in een gebed. En hij zong het ook in de aula voor. Een lied over vrede. ‘Sjalom betekent hetzelfde als Salam Aleikum’, zo lichtte hij toe en hij volgde zijn zachte geneurie. Tot zijn verrassing zat even later de hele klas mee te neuriën. Er ontstond verbondenheid. Ook wij in de aula neurieden het zachtjes mee.
Hij vervolgde zijn gedachten over ‘verbondenheid’ met een verslag over een treinreis. Tijdens die treinrit zat hij tegenover een vrouw, waarmee hij in gesprek raakte. Ze had een meisje naast zich. Ze had hem herkend en vertelde dat het meisje, haar kleindochter van 9, was begonnen met lezen in het dagboek van Anne Frank. Hij had gezegd dat de geschiedenis vooral verteld moest blijven worden. Schoorvoetend vertelde ze dat ze van Duitse afkomst was en dat ze broers had die in het Duitse leger hadden gediend en daarbij gedood waren. ‘Dan hebben wij beiden offers gelaten in de oorlog’, had hij gezegd, ‘maar wijzelf zijn nu in staat om een nieuw begin te maken.’ En zo ontstaan nieuwe vriendschappen, in een verbondenheid om wie wij zijn. Grenzen bestaan alleen daar waar wij die leggen…
Bij de vragenronde vroeg een leerlinge aan de rabbijn of hij in de hemel geloofde. Hij antwoordde dat geen sterveling een passend antwoord heeft over vragen over de hemel, maar het moet ons niet in de weg staan om hier, op aarde, voor elkaar een hemel te maken.

Dromen moet je dóen

De tweede spreker was Andre Kuipers. Ook zo een man die al bij binnenkomst het vermogen heeft om een zaal stil te krijgen. Hij was gastspreker tijdens een bijeenkomst van mijn werk. Hij hield een imposante presentatie over zijn ruimtereis, over zijn passie, de voorbereiding, de persoonlijke investeringen en dan het haast ongelooflijke verhaal van een mens die reist in de ruimte. Het begon humorvol en met onmiskenbaar Amsterdamse tongval, met wat vergelijkingen waarom de mens zich altijd had laten verleiden tot schijnbaar onmogelijke uitdagingen.
‘Om iets te doen wat onmogelijk lijkt, heb je eigenlijk vier soorten mensen nodig’, zo legde hij uit: ‘De Dromers, die de droom koesteren om iets onmogelijks te doen; de Denkers, die erover gaan nadenken en dingen berekenen; de Durvers, die vertellen dat het eigenlijk moet kunnen en tot slot de Doeners, die de dromen waar weten te maken.’ Dromen zijn mooi. Soms worden ze tot een wens. En als ze een wens zijn geworden, laat dan niet los, maar zie het waar te maken! Vervolgens veel beeldmateriaal, ondersteund door zijn passievol betoog. Aan het einde van de presentatie volgde een prachtige filmopname van de vlucht boven de aarde, met werkelijk spectaculaire beelden. Het ontroerde me, de grillige schoonheid van de wereld waarop we wonen. Laten we er in hemelsnaam zuinig op zijn! En nee, de hemel had hij tijdens zijn rondvluchten niet doorkruist, zo grapte hij.
Soms zijn we gezegend met mensen die ons pad kruisen en die ‘de gave van het woord’ bezitten, die ons meenemen met hun verhalen naar een andere plaats of tijd en in staat zijn om ons te laten nadenken over onze eigen rol in het geheel. Wat ze gemeen hadden, was de passie in hun ogen en de gedrevenheid waarmee ze spraken. Raak en inspirerend. Ik denk dat we sowieso dankbaar mogen zijn met mensen die talenten bezitten, zodanig dat het ons raakt. Of dat nu de gave van het woord of anderszins is. Ze illustreren dat verbondenheid tussen mensen essentieel is en dat samenwerking die daaruit voortkomt het verschil kan betekenen tussen leven of dood. Letterlijk of figuurlijk. Soms is dat in het hier en heden, maar soms is dat in de vorm van wat ze hebben achtergelaten. Als er een hemel is, dan is er vast ook heel veel goeie muziek!
Ik denk dat voor ieder van ons geldt: doe dat wat je inspireert, wat je wenst en waarover je droomt. En laten we daarin zien de verbondenheid met en tot elkaar te vinden. En wie weet, in de tussentijd een beetje hemel op aarde voor elkaar creëren..
O ja, enne: ‘boven’ horen ze dan misschien dit live?? https://www.youtube.com/watch?v=KSPidSahu0A
40400811_1862399340521175_6945653753395544064_o

De chaostheorie in de praktijk?

Geplaatst op Geupdate op

21032343_1459403614154085_5318097620442020154_nHet stormt! ‘Francis’ waait over ons land. En in Amerika zijn ze nog niet bekomen van de ene orkaan, of de volgende orkaan komt er al weer aan! Beslist geen stormen in een glas water, met het gegeven dat ze telkens van een groot kaliber zijn. Van stilte in het oog van de orkaan zal vast ook geen sprake zijn.

Er is in de vorm van orkaan ‘Laura’ nog meer ellende onderweg naar de zuidelijke staten van Amerika, de staten die wij tijdens onze verschillende reizen door Amerika zo goed hebben leren kennen. De orkaan zet koers naar Texas of Louisiana, of misschien zelfs naar Georgia, wat de filmtitel ‘Gone with the wind’ dan plots meer realiteit geeftt dan de filmtitel ooit suggereerde.

We konden er zelf bijna van meepraten, drie jaar geleden: enkele dagen voordat orkaan ‘Harvey’ de Texaanse kust geselde waardoor de miljoenenstad Houston onder water liep, zaten wij er nog, aan het slot van onze vakantie en op weg naar ons hotel op de luchthaven. We stopten aan de Katy Freeway bij de ‘Rainforest Café’, waar we voor de lunch neerstreken. Het is een uitspatting van gekkigheid, ontsproten aan de fantasie van de makers uit de Disney-stal. Binnen stonden tafeltjes opgesteld onder bomen vol klapwiekende vlinders en cheeta’s op de takken, en apen en leeuwen zaten in struiken verscholen waar anders muren te zien zouden zijn. ‘Do you want to sit next to the gorilla’s?’ vroeg de bleke jongen die ons onder een reusachtig aquarium door naar een tafeltje begeleidde. Die vraag bleek niet overbodig, want even later waarde er een storm door het restaurant: de olifanten trompetterden, de cheeta’s werden onrustig en de gorilla’s brulden, terwijl er een onweer door de bomen en langs de donkere wolkenlucht voorbij trok. En dat gebeurde vervolgens met de regelmaat van elk kwartier. Naast de gorilla’s in het wild, in het echt, kunnen we inmiddels bijna niet meer zitten…

De natuur claimt het land van de mens, lijkt wel. De zeespiegel stijgt, mensen bouwen muren om zich heen in een poging het water buiten te sluiten en proberen zo het gevolg te bestrijden, in plaats van de oorzaak. De klimaatverandering wordt ontkend, maar niet door het klimaat zélf. En dat met name in het land waar broodjes in drie lagen plastic worden verpakt, ondanks dat je ze ter plekke opeet, en waar van elke 3 plastic boodschappentassen er één direct ongebruikt wordt weggegooid. We stoken te veel en te vies; hele regenwouden worden gekapt voor de industriële vooruitgang – maar natuurlijke achteruitgang. Als we zo doorgaan, dan kunnen we het regenwoud alleen nog maar meemaken als het overdekt is en waar niets echt is maar van plastic, en waar het ook stormt: ieder kwartier en overdekt.

150628butterflyDe chaostheorie in de praktijk? Volgens het spreekwoord kan een vlinder in China een orkaan in Texas veroorzaken. Nou ja, ook in China is het bar gesteld met de zorg voor het klimaat. Maar is het probleem wel zo onschuldig als een vlinder? We kampen nog steeds met een ander probleem dat als een storm over de wereld waart…

‘The things we love, destroy us’ is een bekend gezegde, maar misschien is het wel andersom? Of anders toch: wie wind zaait, zal storm oogsten. En voor nu: ik hoop er maar het beste van, voor alle betrokkenen en in gedachten bid ik voor ieders welzijn in de stormen van het leven.

De pest erin? Of de klad erin? Over het corona-virus en verantwoordelijkheid

Geplaatst op Geupdate op

data58270146-d7be3c
Foto: NRC

Afgelopen zaterdag was onze oudste zoon jarig, en dat vierden we in ‘De Buurt’: op de binnenplaats van het voormalige Pesthuis – onderdeel van het culturele uitgaanscentrum ‘De Buurt’ in Leiden – en bij hem in de buurt, als student psychologie aldaar. Het klinkt vast niet gek dat het Pesthuis ‘corona-proof‘ is ingericht. Een bijzondere plek om te zitten, aan een picknicktafel op een afgebakend stuk binnen de looproute, midden in onze huidige pandemie. Blijkbaar had men destijds de tijd gevonden om een oord in elkaar te metselen waar besmette lieden naar verbannen konden worden, net als in andere steden.

Door de tijd heen

Pandemieën hebben meer dan eens een hoofdrol gespeeld in de wereldgeschiedenis. Zo kunnen we in de Bijbel/de Torah (Leviticus) over besmettelijke ziektes van duizenden jaren geleden lezen. Afhankelijk van de mate van besmetting, kon aan een persoon een termijn van twee weken isolatie worden opgelegd. Als de ziekte ernstig bleek of niet genezen was, werd de zieke opgelegd in gescheurde kleren te lopen, een doek voor de mond te dragen en te roepen: ‘Onrein, onrein!’ en de zieke moest buiten het tentenkamp wonen. Door de tijd kennen we steeds andere vormen: van pest en pokken tot aan tyfus, cholera en de Spaanse griep, en in veel Afrikaanse landen levert men nog dagelijks een intensieve strijd met ziektes als malaris en het HIV-virus, dat alles vaak met miljoenen doden tot gevolg. Besmettelijke ziekten als virussen reizen dus mee met de tijd, in telkens nieuwe varianten.

Nadelig neveneffect

Nieuws reist tegenwoordig snel, we zijn vrijwel direct op de hoogte van ontwikkelingen en kunnen daarop zo veel en zo goed mogelijk inspelen. Een ‘neveneffect’ van ziektes is gek genoeg hardnekkig blijven bestaan: de complottheorieën. Héél erg besmettelijk! Ook nepnieuws kan zich erg snel verspreiden. Wat maakt nou dat er mensen zijn die veel ingewikkelder over een oorzaak denken dan de meest voor de hand liggende verklaring? Voer voor psychologen, lijkt me… 

Over mainstream media, social media en opruiende media

Zo wordt gesteld dat de mainstream media ‘gekocht’ is door mensen die eraan verdienen en dat nieuws daarom sturend en niet neutraal is. Mensen die dat beweren hebben blijkbaar niet door dat verspreiders van nepberichten, de zgn. ‘hoaxes‘, juist bestaan bij de gratie van het onderliggende verdienmodel. Of ze worden geleid door hun eigen angsten en twijfels? Maar alle quotes die buiten hun context worden geplaatst, of stellingen zonder wetenschappelijke onderbouwing, waarbij delers van die berichten stellen dat ze een ‘tegengeluid’ zijn voor de reguliere pers waarvan ze stellen dat die onbetrouwbaar is en angst zaait, hebben als kenmerk dat ze onbetrouwbaar zijn, onrustig maken en angst zaaien (nog los van het feit dat onbetrouwbare informatie gevaarlijk kan zijn!). Wie leest hierin niet de contradictie?

‘De pers’ kent nuances in betrouwbaarheid van de berichtgevingen, vooral sinds in sublagen van de media een explosie aan hoax-berichten is ontstaan, omdat…dat nu eenmaal betaalt: hoe meer die berichten geliked en gedeeld worden via social media, hoe meer het de plaatsers ervan oplevert. Ze doen doorgaans dus waar ze voor waarschuwen: angst zaaien! En juist dàt zaait de onrust en verwarring. Wie angst zaait, oogst geen goede gezondheid.

Goed om kritisch te blijven en altijd goed om je hart te volgen, maar toch niet zonder ook je gezond verstand te gebruiken?! En dan wordt ons nogal wat aan complotten gepresenteerd, in het kader van het coronavirus. Houd dergelijke informatie liefst op veilige afstand!

Angst is niet verstandig…

Er zijn mensen die menen dat het zich gedragen naar de adviezen van de overheid een kwestie van angst is?! Ik lees dat er mensen zijn die onder het predikaat ‘heb elkander lief’ nog steeds graag iedereen opzoeken, omhelzen, knuffelen en alles wat daarbij komt kijken en dat ze ‘uit liefde’ zich niet houden aan de 1,5 meter afstand tot elkaar.  Wie zegt trouwens dat je de berichten over het coronavirus vanuit angst moet ervaren? Angst draagt helemaal niks bij in deze situatie en maakt dat je misschien juist ondoordacht en vanuit emotie handelt! Je kunt namelijk ook gewoon vanuit omstandigheden praktisch en weloverwogen handelen. Reageren met respect voor je medemens, door rekening met elkaar en elkaar de ruimte te geven is dan ook eerder terug te voeren op een portie gezond verstand. 

Mensen die roepen dat ze zich in hun vrijheid beknot voelen en door zich niet aan de regels te houden juist anderen in hun vrijheid beknotten, die mogen zich afvragen of hun handelen nu wel zo sociaal en liefdevol is?! Je hoeft niet in angst te leven om bij te willen dragen aan de oplossing, in plaats van deel uit te maken van het probleem!

Angst is sowieso een slechte raadgever, hoe dan ook. Het lijkt alsof veel mensen voor deze pandemie -of epidemie, wat je wilt- het liefst een schuldige willen aanwijzen; een persoon, een overheid, een machthebber, een weldoener, een wetenschapper, een lab-analist, of een combinatie, want liever dat dan te moeten accepteren dat hierin geen mens is die je de schuld kunt geven, omdat de oorzaak van deze pandemie zo ongrijpbaar als een virus is…. en iets dat ongrijpbaar is, kun je ook niet beïnvloeden. 

Dus nee, bang ben ik niet en angst ken ik niet. Ik maak me hooguit zorgen. Zorgen over de toenemende laconieke houding van mensen die de risico’s van besmetting aan hun laars lappen. Zorgen over mensen die roepen dat het coronavirus niet meer is dan een wintergriep, terwijl ik uit eerste hand weet dat dit een forse onderschatting is. Moet je dan eerst in coma gebracht ondersteboven aan de beademing hangen voordat je inziet dat het een ernstig virus is? Zorgen over mensen die roepen dat het risico op besmetting procentueel meevalt en dat die 1,5 meter afstand-regel ook niet nodig is, en die niet de tegenstelling daarin horen, want: is het niet juist vanwege die maatregelen dat het aantal besmettingen procentueel meevalt?

Een opmerkelijk feit is dat juist de zogeheten nepberichten angst in de hand werken. Dus voor wie dàt nog niet in de gaten heeft…

Vrijheid om je mening én gezond verstand te ventileren

In toenemende mate posten mensen berichten die aan de ernst of de betrouwbaarheid van de corona-maatregelen en de overheidsinformatie twijfelen. Schrijnend zijn met name die berichten waarbij de deportatie van de joden in de Tweede Wereldoorlog werd aangehaald in vergelijk met de huidige overheidsmaatregelen i.h.k.v. het coronavirus. Bah!?! Hoever afgegleden ben je om dat te gebruiken om je argumenten kracht bij te zetten? Het draait er vooral om dat we juist zoveel mogelijk levens sparen, door met z’n allen zuinig te zijn op onszelf en elkaar! Hoe in godsnaam kun je dit afzetten tegen een stelselmatige en doelbewuste massamoord op miljoenen mensen? Hoe ziek kun je zijn?!

Je kan -en mag- een mening hebben of erover verschillen, over de aanpak van het virus, maar het feit dat je alles mag zeggen maakt nog niet dat je ook zomaar van alles maar moet zeggen… of klakkeloos van alles aanneemt. Ook berichten die geschreven zijn in de trend van ‘vind je dit normaal?’ om er vervolgens ridicule tegenstellingen bij te halen, daarvan denk ik: nee, dat je het zo stelt, dàt is inderdaad niet normaal!

Logische verklaringen

Om de vraag of iets al of geen betrouwbaar nieuwsfeit is te toetsen, past de theorie van ‘Ockham’s scheermes‘. Even de filosofisch-wetenschappelijk uitleg: ‘Als er verschillende hypotheses zijn om een verschijnsel te verklaren, dan is de stelling met de minste aannames en veronderstellingen het meest sluitend.’ Dit betekent dat je niet het bestaan van iets door hypotheses en aannames moet veronderstellen, als de ervaringen ook op een logischere manier kunnen worden verklaard. Oftewel: een teveel aan ‘stel nou dat…’-gedachten schrappen, zorgt ervoor dat je de meest gangbare verklaring voor een verschijnsel overhoudt. Dus: de meest logische verklaring voor iets is doorgaans ook de juiste. 

Blijf dus kritisch bij berichtgevingen en berichten die andere berichtgevingen in twijfel trekken: informeer jezelf, ga op zoek naar broninformatie en weeg voors en tegens af. Dan kom je vanzelf tot een evenwichtig antwoord. (En voel je je angstig? Schrijf die gedachte die je angstig maakt op en ga op zoek naar de voor- en tegenargumenten, want dat helpt allicht om beter te relativeren).

Maar plots blijkt de wereld ook vol brandhaarden met zelfbenoemde deskundigen, die niet gehinderd door enige kennis van zaken zelfs gevestigde informatie over virussen of informatie van virologen en gespecialiseerde deskundigen en labonderzoeken betwisten en liever geloven in complexe complotten. Onwaarheden over virussen bestrijden is erg lastig…

Corona en het belang van maatregelen

Laat ik vooropstellen: ik heb er ook niet voor geleerd. Als het over corona gaat, dan beroep ik me op informatie die ik via de diverse media kan vinden. Dan lijkt het me om veel redenen het meest voor de hand liggen dat instanties als de WHO, het RIVM en het OMT, onze overheid, het Ministerie van Volksgezondheid en virologen die in de pers aan het woord komen het beste met ons voor hebben en hun kennis in het algemeen belang -en dus ook in hun belang- delen. Al was het maar omdat de effecten van het virus en de maatregelen henzelf ook raken! Ook onafhankelijke informatiebronnen (ook uit de tijd van voor COVID-19) geven voldoende uitleg over virussen. 

Omdat de meest logische verklaring voor iets dus vaak de meest logische verklaring is, omdat de mensen van de offciele instanties, maar ook al diegenen die ik persoonlijk ken en die als medicus, zowel op IC´s hier in NL als in hoedanigheid van spoedhulp-arts in de VS zich haast letterlijk het snot uit de ogen werken, omdat ik onderzoekers ken die betrokken zijn bij onderzoek naar het coronavirus, en omdat ik binnen eigen kring helaas enkele mensen op kan noemen die eraan zijn overleden, dan…. ben ik al die zichzelf verklaarden deskundigen beu!

Ik ken mensen in mijn directe omgeving met een zwakke gezondheid, die de afgelopen maanden uit voorzorg beperkt zijn in hun sociale contacten en zelfs chemo-behandeling hebben gestaakt bij de eerste aangekondigde maatregelen. Ik weet in mijn naaste omgeving van baanverlies door corona, ik heb in mijn huishouden te maken met twee banen die op springen staan en twee kinderen die tenminste één -en wie weet meer- studiejaar missen door de lock down-maatregelen. Kortom: ik zie, herken en begrijp de motieven om de gevolgen van het overheidsbeleid onder de aandacht te brengen. Maar dat betekent dan toch hopelijk niet dat we ze allemaal maar overboord moeten gooien en dat een half jaar van investeren in die maatregele en alle offers van de voorbije maanden en het sociale isolement van de kwetsbare groepen zo goed als voor niets zijn geweest!

Wat mij betreft geeft niets, maar dan ook helemaal niets, je het recht om geen rekening te houden met die 1,5 meter afstand omdat jij daar toevallig geen zin meer in hebt. Want door te roepen dat die regels jou in je vrijheid beknotten waardoor je je er dus niet aan houdt, impliceert meteen dat je de vrijheid van een ander moedwillig beperkt. Ikke ikke ikke, de rest kan stikken? De wereld draait niet om jou, maar je maakt wel deel uit van de wereld en de samenleving. Heb respect voor je medemens en diens keuzes en afwegingen:  dat kun je alleen maar doen door rekening met elkaar te houden. 

Ieders verantwoordelijkheid

Je hoeft het heus niet met het RIVM, Ministerie van Volksgezondheid, de WHO of het OMT eens te zijn. Ik zeg ook niet dat het deze instanties géén fouten maken. De situatie rond het virus is zo nieuw en veranderlijk, dat zij ook zoekende zijn en mettertijd steeds tot nieuwe inzichten komen. Ik respecteer ieders mening, maar ik heb moeite met moeite met ongefundeerde meningen. Een onderbouwde mening krijg je door je te informeren en naast je hart vooral je verstand te gebruiken! En niet door klakkeloos ongefundeerde berichten of halve of uit hun context getrokken uitspraken te delen. 

De aandacht verslapt, men wordt laconiek. Het risicopercentage bij blootstelling aan het virus in geval van daadwerkelijke besmetting is echter niet veranderd. En dan is het alsof iemand je een doos lekkere bonbons met 100 stuks aanbiedt en daarbij zegt: ‘Tast toe. Maar weet wel dat de helft van de bonbons vergiftigd is en bij een stuk of 3 zodanig dat je eraan kunt overlijden.’ Zou je dan nog toehappen?

Los van discussies over de (on-)veiligheid van vaccins, de noodzaak of gevaren van apps of het nut van mondkapjes: de meest efficiente manier om van het coronavirus af te komen is door het dalen van de besmettingsgraad! Geen kuddegedrag of een politiek statement, maar een weloverwogen keuze.

Een virus verspreidt zichzelf niet: mensen doen dat – en dat geldt ook voor het coronavirus. Wees je dus bewust van de verantwoordelijkheid die je hebt ten aanzien van je eigen gezondheid, maar ook ten opzichte van het welzijn van je medemens. Bedenk dat je asymptomatisch kan zijn en toch het virus kan verspreiden! Houd dus de afstandsregel van 1,5 meter in acht, was regelmatig je handen en laat je testen bij gezondheidsklachten die op besmetting kunnen duiden, want alleen zo maken we korte metten met het virus! Alleen door met elkaar voor minder besmetting te zorgen, hebben we vanzelf minder zorgen over de besmetting!

 

 

Wie is mijn naaste? Waarom ‘Black Lives Matter’ er wel degelijk toe doet.

Geplaatst op Geupdate op

Black Lives Matter’ wordt vaak gevolgd door de repliek ‘All Lives Matter’ – alle levens doen ertoe. Helemaal waar, ware het niet dat juist de ‘black lives’ er al zolang niet toe doen, en eerst die ongelijkheid genivelleerd moet worden. ‘De wereld moet kleurenblind zijn’, heb ik ook wel gehoord. Maar dat betekent niet dat we blind moeten zijn voor de problematiek van de ongelijke behandeling.

De vraag wie nu eigenlijk je naaste is, is actueler dan ooit. Althans: het zou een retorische vraag moeten zijn, maar het blijkt voor veel mensen lastig om het antwoord daarop te vinden of te bevestigen. Want die medemensen zijn als elkaars naasten soms zo verdomd ver van elkaar verwijderd, zelfs in elkaars nabijheid. Black Lives Matter. Zo vanzelfsprekend! Of…toch niet?

Discriminatie: als je het niet ziet, wil dat niet zeggen dat het er niet is

Nee, dit is geen relaas over de stompzinnigheid van discriminatie, want dat hoeft aan niemand uitgelegd te worden, noch is dit een politiek statement, want het probleem gaat ons allemaal aan doordat het zo diepgeworteld is in de samenleving. En nee, ook geen psychologische verhandeling hoe de mens van nature een tikje xenofoob is ten opzichte van mensen buiten zijn vertrouwde ‘nestgeur’, om zo te zeggen. Maar intrigerend vind ik wel de vraag: als we weten dat discriminatie AANgeleerd is, waarom is het dan nog steeds niet AFgeleerd?

Tot voor kort dacht ik dat het vanzelfsprekend was, dat donkergekleurde en lichtgekleurde mensen doorgaans in harmonie met elkaar leven en samen de wereld inkleuren, of toch in ieder geval in Nederland, of breder: in de geciviliseerde rijke westerse samenleving. Maar we kunnen niet meer zo naïef zijn om te denken ‘ik merk het niet, ik zie het niet, dus het valt wel mee’; we kunnen er niet mee ‘wegkomen’ door het bestaan ervan niet te willen herkennen, laat staan niet erkennen of door het zelfs volledig te ontkennen. Daarin schuilt juist het probleem, in die westerse samenleving, waar discriminatie een structureel probleem is. Dat je iets niet ziet wil niet zeggen dat het er niet is, of dat je het zelf niet als zo heftig aanwezig ervaart zegt eveneens niets over de ervaringen van een ander, van je naaste, je medemens, van -met name- je gekleurde medemens. Nu, in deze tijd.

Toch vraagt dit om het belichten van een stukje Amerikaanse geschiedenis en politiek, om te begrijpen waar die protesten op gebaseerd zijn, en waarom dit ook hier gebeurt, omdat de invloed van die grootmacht op de wereldlijke verhoudingen en daarmee ook onze culturele standaards enorm is.

Tegen de regels of tussen de regels?

In een notendop: in 1865 werd, met de beëindiging van de Burgeroorlog tussen de noordelijke en de zuidelijke staten, de slavernij afgeschaft. Er kwam een toevoeging aan de grondwet: ‘het Dertiende amendement’, waarin werd bepaald dat slavernij en onvrijwillige arbeid werd verboden. Er volgde een roerige periode, ‘de reconstructie’, totdat de gelijkheid van de zwarte bevolking ook in de zuidelijke staten aanvaard zou zijn. Racistische wetten, ‘black codes’, bestonden al voor de slavernij werd afgeschaft, maar de hoop op gelijkheid werd verstoord door de zogeheten Jim-Crow-wetten, waarmee de rassenscheiding in de zuidelijke staten legaal werd. Het gevolg was een apartheidssysteem, wat zorgde voor discriminatie, rechteloosheid, armoede en racisme. Het hield in dat de zwarte bevolking de toegang tot van alles werd ontzegd: openbaar vervoer, scholen, horeca en hotels, publieke instellingen en woonwijken, maar ook burgerrechten zoals stemrecht moesten ze ontberen. Het duurde tot 1965 voordat de discriminerende segregatiewet werd afgeschaft.

Bijzonder stuitend is de Amerikaanse film ‘Birth of a Nation’ uit 1915 – die de term ‘zwart/wit-film’ op een choquerende manier een heel eigen lading geeft. Het is een verfilmd verhaal over families die door de Amerikaanse burgeroorlog uiteen worden gedreven, aan de vooravond van het afschaffen van de slavernij. In die film wordt een misleidend neerbuigend beeld geschetst van de zwarte bevolking, maar dat staat het succes van de film niet in de weg. Sterker nog: de film werd in 1992 door de ‘Library of Congres’ uitgeroepen tot ‘cultureel significant’. De wrange werkelijkheid is dat de film uitermate racistisch is en bijdroeg aan het stereotype beeld van de zwarte bevolking als crimineel en gewelddadig, en heeft zelfs geleid tot een opleving van de Ku Klux Klan. Uitwassen als gruwelijke lynchpartijen van zwarten vonden rechtvaardiging in dat maatschappelijk aanvaarde beeld.

Terug naar dat aanhangsel van de grondwet, dat 13e amendement: hoewel het slavernij verbiedt, biedt het ook ruimte voor interpretatie. Het geeft de staten en de federale overheid namelijk wel de mogelijkheid om veroordeelden onvrijwillig werk te laten verrichten. De gevolgen van die marge in de wet zijn enorm en raakt, nog steeds, voornamelijk de zwarte bevolking! In cijfers: Amerika vertegenwoordigt 5% van de wereldbevolking, terwijl een kwart van alle gedetineerden wereldwijd zich in Amerikaanse gevangenissen bevindt. Dit aantal gevangenen is in de afgelopen 50 jaar van pakweg 300.000 tot ruim 2,5 miljoen ‘inmates’ gestegen. Opmerkelijk: de zwarte bevolking maakt slechts 6% uit van de totale Amerikaanse gemeenschap, maar vertegenwoordigt 40% van de gevangen. Dat gevangeniswezen is dan ook ‘big business’ vanwege de onbetaalde krachten.

Iedereen is gelijk, behalve…

Daar zit m.i. tegelijk het probleem achter het probleem: het gevangeniswezen is er geen zaak van de overheid, maar een commercieel systeem. Waar we hier in ons rechtstelsel gewend zijn dat van een verdachte eerst de schuld bewezen moet worden om hem schuldig te achten, zo moet een arrestant daar vaak maar zien hoe hij zijn onschuld aantoont. Tel daarbij op dat de economisch zwakkeren – waar je goeddeels de zwarte bevolking toe kan rekenen, de rechtshulp vaak simpelweg niet kunnen betalen, dan is het niet gek om te stellen dat we te maken hebben met een humanitaire ramp van enorme proporties.

Wat nog een extra enorme kanttekening is bij de rechtsstructuur in Amerika, is het feit dat iemand met een strafblad in Amerika zijn stemrecht verliest, zijn Amerikaans staatsburgerschap ten spijt. En dat laatste is meteen een verklaring voor het feit dat de verscherping van verschillen tussen blank en zwart zo drastisch om zich heen kunnen grijpen, zonder dat daar politiek afdoende tegen geageerd kan worden. Maar… ik had beloofd hier geen politiek betoog van te maken.

George Orwell schreef het in 1954 al in zijn bekende ‘Animal Farm’:  “All animals are equal, but some animals are more equal than others” – als een ode aan de varkens die in dat verhaal de regeringsleiders waren. Sindsdien is er nog maar bijster weinig verbeterd in het Amerikaanse rechtssysteem ten opzichte van de zwarte medemens.

Black Lives Matter 

Terug naar ‘Black Lives Matter’: die term ontstond nadat burgerrechtenactiviste Alicia Garza dit benoemde in een verklaring die zij schreef. Die verklaring laat zich lezen als een ‘liefdesbrief’, een ode aan de zwarte mens, een epistel dat geschreven is naar aanleiding van racistisch geweld en de daaruit voortvloeiende protesten. Die protesten ontstonden nadat de Afro-Amerikaanse ongewapende tiener Trayvon Martin in 2012 door de buurtwacht George Zimmerman werd doodgeschoten en waarna Zimmerman van doodslag werd vrijgesproken. Garza was een van de drie oprichtsters van de Black Lives Matter-organisatie, die onder de hashtag #BlackLivesMatter zich op social media uitspreekt tegen geweld tegen zwarten, inclusief het politiegeweld, etnisch profileren en over-bestraffing van zwarten door het Amerikaanse rechtssysteem. De door hen georganiseerde protestacties en betogingen zijn geweldloos, en bedoeld om politieke bijval te verkrijgen.

De barmhartige Samaritaan

Deze week doemde een beeld op in de nieuwsmedia: een Black Lives Matter-betoger tilde een extreemrechtse man, die met een hoofdwond op straat lag en onder de voet gelopen dreigde te worden, over zijn schouder uit het gedrang van protestacties in Londen. Vrienden van de zwarte man hielpen hem om de man te ontzetten en vermoedelijk zo zijn leven te redden. Het was niet moeilijk om daarin een parallel te zien met de parabel van Jezus over de barmhartige Samaritaan*. De essentie van die boodschap kreeg daar ineens vorm in dat gebaar van naastenliefde. ‘Ik deed wat ik moest doen’, zo zei hij er zelf over tegen een interviewer, ‘en dat was hem in veiligheid brengen’. Deze donkere man vond zijn naaste te midden van een anonieme en vijandige massa mensen. En zo werd in stilte misschien wel het meest gezegd. Het begint misschien bij dat veelzeggende gebaar van die ene mens, die zich over de ander neerbuigt om hem de hand te reiken om zich aan op te trekken.

In de Bijbeltekst* wordt de vraag ‘Wie is mijn naaste?’ door een wetsgeleerde voorgelegd aan Jezus. Onder de wetsgeleerden kun je de leiders uit die tijd scharen: mensen die de Torah, de wet hadden bestudeerd en die het voor het zeggen hadden. De vraag die de wetsgeleerde aan Jezus stelde kun je daarmee zien als een test, want hij was eerder op zoek naar bevestiging van zichzelf dan naar een antwoord dat er echt toe deed. Maar Jezus draait de vraag om: wie denkt u dat uw naaste is?

Niet zwijgen tegen onrecht

Het vraagt om moed om op te staan tegen onrecht, om niet onopgemerkt op te gaan in de massa, de drukte, de waan van alledag. Wereldwijd staan mensen nu massaal op tegen racisme en politiegeweld in de VS. Ook hier maken we ons daar grote zorgen om. Maar niet alleen over de situatie in de VS, ook al jaren over Nederland. De politie in Nederland controleert vaker etnische minderheden dan witte Nederlanders. Zonder objectieve reden. Dat is etnisch profileren. Dat is discriminatie. Dat is verboden. Het is schadelijk, niet effectief, en het vertrouwen in politie wordt aangetast.

‘Wet is wet’, wordt wel gesteld – en discriminatie is in strijd met de wet, zowel hier als in Amerika. Maar datzelfde ‘wet is wet’ leidt in het grote machtige Amerika juist tussen enorme verdeeldheid en ongelijkheid. ‘The American Dream’ draait uit op een nachtmerrie voor de zwarte bevolking, en dat is juist zo kwalijk met het wetsboek en Bijbel in de hand van de machthebbers!

Zwijgen tegen onrecht volstaat niet. Nooit! Want wie zwijgt stemt toe, of stemt in ieder geval niet tegen. En of dat nu door middel van een massabijeenkomst is, of misschien in de tijd van de pandemie waarin we nog steeds zitten door je aan te sluiten bij mensenrechtenorganisaties, je stem te laten horen via social media of petities, maar hoe dan ook: door onze mond open te doen op het moment dat we onrecht bemerken. Ook paus Franciscus heeft zich expliciet uitgesproken tegen deze ‘zonde van racisme’ en ‘zelfvernietigend geweld’.

NB: protesteren kan ook ‘corona-proof’.  Ook ik spreek me om redenen niet actief in een betoging maar in stilte uit tegen racistisch geweld en het schenden van mensenrechten, nu hier, maar ook door mijn actieve bijdrage aan de mensenrechtenorganisatie Amnesty International. Mocht je mij hierover te spreken krijgen, dan weet je er alvast van!

Je uitspreken tegen geweld kan dus ook direct, in stilte, vanuit huis of op kantoor: door deregelijke schrijfacties en petities toon je je betrokkenheid. Wat we kunnen doen, is er zo samen voor zorgen dat discriminatie zoveel mogelijk het zwijgen wordt toegebracht en monddood eindigt. Om met de woorden van Jezus te eindigen: ´Ga dan heen en doe evenzo´.

 


*Bijbeltekst – Lucas 10, 25-37

Er kwam een wetsleraar naar Jezus toe. Hij wilde Jezus iets verkeerds laten zeggen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’ Jezus zei tegen hem: ‘Wat staat er in de wet? Wat lees je daar?’ De man antwoordde: ‘Houd van de Heer, je God, met je hele hart, met je hele ziel, met je hele verstand en met al je kracht. En houd evenveel van je medemensen als van jezelf.’ Toen zei Jezus: ‘Dat is het goede antwoord. Als je dat doet, zul je eeuwig leven.’ De wetsleraar wilde laten zien dat hij de wet beter kende dan Jezus. Daarom vroeg hij: ‘Wie is mijn medemens dan?’ Toen vertelde Jezus een verhaal. Hij zei: ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Maar onderweg werd hij door rovers overvallen. Ze pakten alles van hem af, ook zijn kleren. Ze sloegen hem halfdood, en lieten hem liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen er even later een hulppriester langskwam, gebeurde hetzelfde. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen kwam er een vreemdeling langs, een Samaritaan. Hij zag de man liggen en kreeg medelijden. Daarom ging hij naar hem toe. Hij verzorgde de wonden van de man met olie en wijn. En hij deed er verband om. Toen zette hij de man op zijn eigen ezel en bracht hem naar een herberg. Daar zorgde hij voor hem. De volgende dag gaf de Samaritaan geld aan de eigenaar van de herberg en zei: ‘Zorg goed voor de man. Als het je meer geld kost, krijg je dat van me op mijn terugreis.’’ Toen vroeg Jezus: ‘Wat denk je? Wie was de medemens van de man die overvallen werd? De priester, de hulppriester of de Samaritaan?’ De wetsleraar antwoordde: ‘De Samaritaan, want die was goed voor de gewonde man.’ Toen zei Jezus: ‘Doe dan voortaan net zoals de Samaritaan.’

Pinksteren: leven van de wind

Geplaatst op Geupdate op

leven-van-de-windYou don’t always need a plan – sometimes you just need to breathe, trust, let go and see what happens.

Deze quote is het eerste dat ik lees als ik een tijdschrift opensla. Maar ademen heeft wel degelijk een plan: het maakt deel uit van een groter plan! Ademen, zo een vanzelfsprekende en evenzo noodzakelijke beweging. Het eerste dat we doen als we geboren worden is niet huilen, maar ademen. Goed kunnen ademen voorziet ons van kracht en energie en ademen is een zegen. En op de een of andere manier zegt dat ademen mij daarmee ook iets over mijn godsbesef, over onze oorsprong.

En ik sta niet alleen in de gedachte dat ademen grenst aan -of afkomstig is van- het Goddelijke. Neem de term ´levensadem´. De Nederlandse taal is te beperkt om er een nuance aan te geven, maar het Hebreeuws kent het woord ruach. Dat betekent ‘wind in beweging’, zoals een storm of in de adem van de mens. De wind waait een tikje onstuimig dit weekend, maar wie weet, brengt het een goede ‘flow’. In de wind kon men iets van de geheimzinnige kracht van God ervaren, die onzichtbaar maar merkbaar in ons aanwezig is. In de adem, die in- en uitgaat, zonder precies te weten hóe. In het Latijn is ademen spirare. Niet moeilijk om het woord ´inspiratie´ daarin te lezen. Inspirare is dus méér dan lucht. Hoewel dat zweverig klinkt, is het voor mij juist heel basaal: je hoeft tenslotte niet meer buiten jezelf naar ‘het goddelijke’ op zoek, als je weet dat je het in jezelf kunt vinden. Bij de geboorte krijgt men deze levensenergie mee en door adem te halen ververst deze energie zich.

Terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me dat ademen temidden van de tijd van het coronavirus waarin wij leven dat ademen nog helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Dat maakt dat ik weer weet dat ‘gewoon doorgaan met ademen’ in wezen een hele zegen is!

Het is vandaag Pinksteren. Daarover is het volgende in de Bijbel opgeschreven: ‘Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken. De menigte liep te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.`
Het komt erop neer dat de leerlingen van Jezus door de kracht van de Heilige Geest vreemde talen konden spreken, en zo het geloof, hun inspiratie, over de wereld hebben verspreid.

Maar waar ging het dan mis? Woorden werden tot wapens, tot stenen om muren mee te bouwen in plaats van bruggen. Woorden werden tot instrument van het bewaken van verschillen tussen mensen en de eenheid was vergeten. Noem het maar ‘de toren van Babel´ als ik het nog een religieuze beeldspraak mag geven. Ieder spreekt zijn eigen taal en niemand die elkaar nog begrijpt. Er moet toch iets zijn dat de verschillen tussen mensen opheft? Dat ons leert om ons eens te richten op de onderlinge overeenkomsten, in plaats van de verschillen? Ongeacht taal, cultuur, politieke overtuiging of religie? Dat ons laat inzien dat we onder dat label dat huidskleur heet in wezen allemaal hetzelfde en allemaal uniek zijn?

Pinksteren begon met die inzichten, die bezieling. Misschien wordt dát wel bedoeld met die vreemde talen. Misschien moet het ook allemaal niet zo moeilijk zijn en ligt de oplossing heel dichtbij, in onszelf. Niet voor niets is de belangrijkste taal de taal van je hart. Pas als we die weer spreken, zullen de verschillen in meningen verdwijnen, en komen we weer tot dialoog met elkaar.

Misschien ligt het wonder van Pinksteren wel besloten in de kunst om elkaar te verstaan, als we maar wat meer naar elkaar luisteren. Hopelijk mag er een frisse wind waaien waar we allemaal weer geïnspireerd door raken. Dat geeft weer een beetje lucht. Soms kun je elkaar pas horen als je ook besluit om te luisteren en even stil te zijn. Luisteren in de zin van elkaar de ruimte geven. In de geest van liefde. Misschien mogen we vervuld worden van de wens om de ander te verstaan. En de taal van liefde spreekt iedereen. Dan kunnen we weer opgelucht adem halen…