Pinksteren: leven van de wind

Geplaatst op Geupdate op

leven-van-de-windYou don’t always need a plan – sometimes you just need to breathe, trust, let go and see what happens.

Deze quote is het eerste dat ik lees als ik een tijdschrift opensla. Maar ademen heeft wel degelijk een plan: het maakt deel uit van een groter plan! Ademen, zo een vanzelfsprekende en evenzo noodzakelijke beweging. Het eerste dat we doen als we geboren worden is niet huilen, maar ademen. Goed kunnen ademen voorziet ons van kracht en energie en ademen is een zegen. En op de een of andere manier zegt dat ademen mij daarmee ook iets over mijn godsbesef, over onze oorsprong.

En ik sta niet alleen in de gedachte dat ademen grenst aan -of afkomstig is van- het Goddelijke. Neem de term ´levensadem´. De Nederlandse taal is te beperkt om er een nuance aan te geven, maar het Hebreeuws kent het woord ruach. Dat betekent ‘wind in beweging’, zoals een storm of in de adem van de mens. De wind waait een tikje onstuimig dit weekend, maar wie weet, brengt het een goede ‘flow’. In de wind kon men iets van de geheimzinnige kracht van God ervaren, die onzichtbaar maar merkbaar in ons aanwezig is. In de adem, die in- en uitgaat, zonder precies te weten hóe. In het Latijn is ademen spirare. Niet moeilijk om het woord ´inspiratie´ daarin te lezen. Inspirare is dus méér dan lucht. Hoewel dat zweverig klinkt, is het voor mij juist heel basaal: je hoeft tenslotte niet meer buiten jezelf naar ‘het goddelijke’ op zoek, als je weet dat je het in jezelf kunt vinden. Bij de geboorte krijgt men deze levensenergie mee en door adem te halen ververst deze energie zich.

Terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me dat ademen temidden van de tijd van het coronavirus waarin wij leven dat ademen nog helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Dat maakt dat ik weer weet dat ‘gewoon doorgaan met ademen’ in wezen een hele zegen is!

Het is vandaag Pinksteren. Daarover is het volgende in de Bijbel opgeschreven: ‘Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken. De menigte liep te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.`
Het komt erop neer dat de leerlingen van Jezus door de kracht van de Heilige Geest vreemde talen konden spreken, en zo het geloof, hun inspiratie, over de wereld hebben verspreid.

Maar waar ging het dan mis? Woorden werden tot wapens, tot stenen om muren mee te bouwen in plaats van bruggen. Woorden werden tot instrument van het bewaken van verschillen tussen mensen en de eenheid was vergeten. Noem het maar ‘de toren van Babel´ als ik het nog een religieuze beeldspraak mag geven. Ieder spreekt zijn eigen taal en niemand die elkaar nog begrijpt. Er moet toch iets zijn dat de verschillen tussen mensen opheft? Dat ons leert om ons eens te richten op de onderlinge overeenkomsten, in plaats van de verschillen? Ongeacht taal, cultuur, politieke overtuiging of religie? Dat ons laat inzien dat we onder dat label dat huidskleur heet in wezen allemaal hetzelfde en allemaal uniek zijn?

Pinksteren begon met die inzichten, die bezieling. Misschien wordt dát wel bedoeld met die vreemde talen. Misschien moet het ook allemaal niet zo moeilijk zijn en ligt de oplossing heel dichtbij, in onszelf. Niet voor niets is de belangrijkste taal de taal van je hart. Pas als we die weer spreken, zullen de verschillen in meningen verdwijnen, en komen we weer tot dialoog met elkaar.

Misschien ligt het wonder van Pinksteren wel besloten in de kunst om elkaar te verstaan, als we maar wat meer naar elkaar luisteren. Hopelijk mag er een frisse wind waaien waar we allemaal weer geïnspireerd door raken. Dat geeft weer een beetje lucht. Soms kun je elkaar pas horen als je ook besluit om te luisteren en even stil te zijn. Luisteren in de zin van elkaar de ruimte geven. In de geest van liefde. Misschien mogen we vervuld worden van de wens om de ander te verstaan. En de taal van liefde spreekt iedereen. Dan kunnen we weer opgelucht adem halen…

Hemelvaart: het zal zo’n vaart niet lopen?

Geplaatst op Geupdate op

HEMELVAARTSHemelvaartsdag: dat is de dag waarop we gedenken dat Jezus naar de hemel opsteeg, voor de ogen van Zijn leerlingen. Dat zal me een indrukwekkend schouwspel geweest zijn! Het was al een wonder dat Hij zich in de veertig dagen na zijn dood regelmatig merkbaar aanwezig was onder zijn leerlingen, laat staan dat Hij te midden van hen opsteeg naar de hemel. Maar zo steeg Jezus op, werd bedekt door een wolk en verdween uit het zicht. 

De hemel is niet exclusief

Toch is het feest van hemelvaart niet exclusief een gebeurtenis uit de christelijke traditie. Het schijnt dat Mohammed dezelfde weg naar God heeft afgelegd. Tijdens die opstijging ten hemel ontmoette hij Adam, Abraham, Mozes, Jezus en nog andere profeten. Dat is me ook niet niks. Dat klinkt als een lift met hele boeiende etages. Jezus was ook niet de eerste persoon uit de Bijbel die ten hemel opsteeg, zo valt er te lezen. Elia werd door een vurige wagen naar de hemel vervoerd en de profeet Maleachi heeft gezegd dat Elia naar de aarde zal terugkeren. Henoch zou nooit gestorven zijn, maar zijn gaan ‘wandelen met God’. Dat klinkt toch erg poëtisch. En Maria, moeder van Jezus, is na haar dood met lichaam en ziel in de hemel opgenomen.

Het Boeddhisme gelooft eveneens in een hemel, maar dan een hemel die je als mens zelf gecreëerd hebt – met en voor elkaar. Zo waren wij met ons gezin eens op het Indonesische eiland Java, waar we de Borobudur hebben bekeken. Het is de grootste boeddhistische tempel ter wereld. De massieve tempel bestaat uit zeven trapsgewijs gebouwde terrassen. De wanden van de terrassen tonen gebeeldhouwde tableaus, die de verschillende stadia van het leven van Boeddha uitbeelden: de onderste tonen uitbundige bacchanalen en orgies, dan trapsgewijs langs steeds devotere beeltenissen van uit steen gehakte figuren, mannen met lange baarden, vrouwen met gesloten ogen en hun handen in gebed gevouwen, totdat je langs de trappen het Nirwana hebt bereikt. In die zin is de tocht naar de hemel meer een spiritueel pad. Bovenop de Borobudur en uitziend over het oerwoud waande ik me in het spreekwoordelijke ‘in de zevende hemel’, want: het uitzicht was hemels!

En nu?

Of je nu gelooft of de dood het eindpunt of slechts een kruispunt is: Hemelvaartsdag betekent voor de meeste mensen normaal gesproken een extra vrije dag. Dat kan in de aardse hectiek al hemels aanvoelen. Maar nu, in deze tijd van de coronacrisis en ‘het nieuwe normaal´zijn we nog erg beperkt in het gevoel van hemels genieten. Nu zijn de patronen van vrij en onbevangen genieten verwisseld voor een zekere mate van terughoudendheid, nadat het coronavirus zich als een donderslag bij heldere hemel over de wereld heeft verspreid. De vaart is er zogezegd een beetje uit, deze Hemelvaart.  En misschien ‘doet’ het coronavirus ook wel iets met ons gevoel van afstand tot de hemel: voor de één lijkt die misschien dichterbij, als het virus ons confronteert met de eindigheid van ons aardse leven door ziekte en dood, en voor de ander lijkt de hemel misschien juist verder weg dan ooit.

Hemels

Dit jaar dus niet de gebruikelijke hemelvaartdag-activiteiten: geen dauwtrappen, of genieten van een lang en onbezorgd weekend op de camping of aan de kust, maar er is méér tussen hemel en aarde. Misschien ‘moeten’ we vandaag gewoon wat minder van onszelf en hoeven we niet naar de kust te racen voor een plek op het strand. Misschien helpt het ook nu om wat te vertragen en te verstillen.

Er wordt ook wel gezegd dat we de hemel zélf moeten maken. Gewoon, hier op aarde, door met en voor elkaar die hemel te verwezenlijken. Of dat waarheid is of niet: niets staat ons in de weg om onze wereld een beetje mooier te maken, voor elkaar en met elkaar. Om elkaar een beetje omhoog te helpen of op te hemelen. Aandacht voor de medemens lukt ook met de voorgeschreven 1,5 meter afstand. Wie weet, mogen ook wij juist in die ruimte die zo ontstaan is elkaars onzichtbare aanwezigheid ervaren. En in die zin brengt het ons vast allemaal een beetje dichter bij de hemel…

Wat is vrijheid?

Geplaatst op Geupdate op

Het was al met al en in verschillende opzichten een enerverende week, de afgelopen week, en het terugkerende thema daarvan lijkt te zijn ‘vrijheid’. Het is opmerkelijk om te lezen hoeveel verschillende invalshoeken dat ene woord schijnbaar kent. Juist nu, in dit memorabele jaar, is het in zoveel verschillende uitleg zo nadrukkelijk aanwezig.

Recht op vrijheid?

Vrijheid: in de Universele Rechten van de Mens is vastgelegd dat iedereen er recht op heeft, maar daarmee is het nog lang niet voor iedereen vanzelfsprekend. Iedereen wil het, wenst het of heeft het al in bepaalde mate, maar wenst het zichzelf grenzenloos toe.

75 jaar vrijheid

Vrijheid: afgelopen dinsdag stonden we stil bij 75 jaar leven in vrijheid. Want dat is toch waar in de Tweede Wereldoorlog waar zovelen hun leven voor gegeven hebben. 75 jaar lang hebben we in vrijheid kunnen leven, zonder beperkingen van oorlog, honger of doodsangst te hoeven kennen. En zoals met veel dingen die vanzelsprekend lijken: je mist het pas als het er niet meer is. Kennen wij ultieme vrijheid? Kennen wij de beperking van vrijheid eigenlijk wel?

De vrijheid ontnomen

Afgelopen weekend herdacht het ‘Anne Frank Huis’ eveneens een jubileum; vernoemd naar de illustere Anne Frank, die zich als jong meisje jarenlang met haar familie heeft moeten verbergen in het achterhuis van een Amsterdams grachtenpand. Zomaar even naar buiten gaan en een luchtje scheppen, kon niet. Haar dagboek heeft zij zelf nooit meer na kunnen lezen, nadat ze eenmaal was afgevoerd naar een plek waar de dood haar opwachtte.

Ik ken een man die als jonge Koerd de jongste gevangene ooit in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis in Irak is geweest, die, gemarteld en gekweld, niets méér had om zich aan vast te houden en de hoop op leven te koesteren dan het zonlicht dat op een bepaald tijdstip zijn cel binnenviel. Ik heb hem nooit horen klagen. Sterker: zijn ervaringen heeft hij omgevormd tot intrigerende kunstwerken. Hij, Anne Frank, en ook Nelson Mandela en nog zoveel anderen zijn inspirerende voorbeelden van mensen die zonder enige rechtvaardige grondslag hun vrijheden moesten opgeven, maar ondanks al hun kwellingen vrij van geest konden zijn.

Vrijheid is een wisselwerking

Soms lijkt het alsof er mensen zijn die vooral zichzelf vrijheid toewensen, maar in het licht van ‘het grotere geheel’ dat richting de medemens maar verdomd lastig vinden, of het een ander zelfs misgunnen. Ook zijn er mensen die regels op zich prima vinden, maar die ze om allerhande redenen niet op zichzelf van toepassing achten. Er is ook een groeiend aantal mensen dat zich afzet tegen de beperkingen in vrijheid die ons door de overheid in verband met de corona-maatregelen zijn opgelegd. Mensen die liever in complottheoriën geloven dan in de logica van de gevaren van een besmettelijk virus, die liever geloven in snode plannen van mensen die van het coronavirus een kruiwagentje hebben gemaakt voor misleidingen, als wapen voor eigen gewin, liever nog dan de gedachte dat de maatregelen voor ons aller bestwil en welzijn zijn ingevoerd. Die gedachten klinken mij in de oren alsof iemand een gifbeker heeft en daar zelf uit drinkt.

Vrijheid zonder ver- en vooroordelen

Dat alles probeer ik te bezien zonder oordelen, zonder vooroordelen, laat staan veroordelen, hooguit met stijgende verbazing. Want ik heb er tenslotte ook geen verstand van. Want ik ben geen wetenschapper, medicus of econoom, viroloog of psycholoog, die ook maar iets zinnigs toe te voegen heeft aan de discussies over het toestaan van meer vrijheden. Wat ik in ieder geval wel snap, is dat het in ieders belang is om de besmettingsgraad van het virus te drukken, zodat het aantal besmettingen afneemt. Hoe eerder dat lukt, hoe meer we aan vrijheid winnen.

Ik heb beslist begrip voor het financiele leed, voor psychisch ongemak, voor gebrek aan interactie en menselijk contact. Ook ik ondervind de nadelen van deze pandemie. Maar mijn begrip houd op als er mensen zijn die voor keuzevrijheid pleiten en door de manier waarop ze zich gedragen een ander in diezelfde keuzevrijheid beperken. En ik heb er nog meer moeite mee dat er mensen zijn die het inperken van hun huidige vrijheden durven te spiegelen aan de tijd van de bezetting in de Tweede Wereldoorlog, en het navolgen van regels juist de dood van velen beoogde, in plaats van behoud van levens van velen. Of een vrijheid afdwingen die een ander juist in vrijheid beknot, nee, dat lijkt me niet o.k. Ieder heeft zijn wensen en zijn eigen ervaringen gedurende deze crisis.

Dus wat is vrijheid?

Vrijheid bepleiten voordat het veilig is, is alsof een vogel uit zijn kooi waarvan het deurtje openstaat wil ontsnappen, terwijl de kat op de loer ligt. En dat heeft niets met angst te maken. Juist niet. Dat is een kwestie van praktisch willen blijven in een ongewone situatie. In het geloof en het vertrouwen dat het mettertijd beter wordt. Vrijheid wil misschien ook zeggen dat je nog iets te kiezen hebt. En dan is kiezen voor de beperkingen in en rond je huis misschien een luxe vergeleken met de beperkingen van een isolatiekamer op de IC als het misgaat. Dan valt er weinig meer te kiezen…

Tot die tijd zullen we moeten meebewegen met deze stroom, totdat de stroming anders wordt, golfje springen op de cadans van de maatregelen en meeglijden in de flow. Tegen de stroom in zwemmen, vertraagt, stopt op, bemoeilijkt. Dat kost nodeloos energie en frustratie. Dus wat is er mis met afstand bewaren, als je in de flow nog gewoon om elkaar heen kunt bewegen? Dan moet je misschien soms even elkaars hand loslaten, zodat een tegenligger niet in de struiken of van de stoep af valt. En zul je geduld moeten betrachten.

De vrijheid om rekening te houden met elkaar

Daarom denk ik dat die vrijheid alleen bereikt kan worden, als iedereen de ander eveneens de vrijheid gunt. En in die vrijheid ook kan omzien naar de medemens die in beperkingen leeft. Want we kunnen nog steeds aandacht hebben voor elkaar, rekening houden met elkaar, iets voor een ander betekenen, ook op 1,5 meter afstand. We kunnen elkaar troosten, steunen en bemoedigen, in plaats van elkaars angsten te voeden en de kont tegen de krib gooien. Ja, we zijn sociale wezens en hebben behoefte aan contact, maar we hoeven dat toch niet en masse met elkaar te ervaren? We kunnen elkaar met afstand nog steeds nabij zijn – en wie weet, met afstand daar de beste in zijn. Geduld betrachten en afwachten totdat de storm geluwd is, is ook een mate van vrijheid. Totdat we hopelijk ooit weer beseffen dat onze grootste vrijheden ons leven en onze gezondheid zijn….

Vrijheid!

Geplaatst op

95146006_815290555543399_7880006648641617920_o

Vrijheid: is dat een vogel, of is dat de vlag?
Ligt vrijheid vóór of juist achter prikkeldraad?
Is ’t het leven ten volle leven of bij de dag?…
Is het ’t recht van vrijuit spreken of roddelpraat?

Vrijheid dankzij de gevallenen, of ten koste van?
Beleef je de vrijheid met je ogen open of juist dicht?
Vrijheid als stil verlangen van iedere vrouw of man,
vrijheid is een sprankje hoop, een straaltje licht.

Wie weet wat vrijheid is, is vrij,
of is het juist degene die het ontberen moet?
Die de essentie ervan beseft is hij of zij
die de vrijheid kent als ons grootste goed.

Is vrijheid doen wat je niet kunt laten
of kunnen laten wat je niet wilt doen?
Is vrijheid de vrijheid om over alles te praten
en te weten wanneer dat beter niet te doen?

Is vrijheid het recht van spreken
om bij wijze van spreke alles te zeggen?
Of kun je een boodschap ook in de stilte preken
omdat de stilte het soms het beste uit kan leggen?

Is vrijheid een luxe, of toch een universeel recht?
Of is dat wat recht is nog al te dikwijls krom?
en wat als niet alles mag worden gezegd,
maken mensen elkaar er dan voor om?

Moet vrijheid worden bevochten,
een oorlog worden bedwongen,
en door mensen die naar vrede zochten
die vrede eerst moest worden bedongen?

Vrede en vrijheid vragen
om aan te spreken en uit te spreken,
maar vrijheid is niet vanzelfsprekend
en kan net zo gemakkelijk breken.

Vrede vraagt om bruggen bouwen
in plaats van hoge muren,
om buiten de lijntjes te kleuren
en om over grenzen te turen.

Vrede is om te bezingen
en te schreeuwen van de daken,
vrede tekenen, om op muren te schrijven
en het vuren voorgoed te staken.

Vandaag vieren we de vrijheid, het leven,
dus kom op, laat het vieren en hijs de vlag!
Neem de vrijheid door het te delen en door te geven,
en vier het zolang je in vrijheid leven mag!

~ Els ~

Van ´doemdenken´ naar doendenken´ 

Geplaatst op Geupdate op

Doendenken-1024x576Of: van complottheorie naar zinvol in praktijk

Niets verrassends aan de bekende uitspraak ´wat je aandacht geeft, groeit´ natuurlijk, maar ik vind het wel verrassend wat de laatste tijd aan aandacht lijkt te winnen. Natuurlijk: het nieuws gaat nog steeds in hoofdzaak over het coronavirus, de impact die het heeft op individuele voorbeelden of in het grotere geheel. Daar is het dan ook een pandemie voor. En nee, die aandacht wil ik ook zeker niet bagatelliseren, want dat besmetting met het virus ernstige gevolgen kan hebben, dat is duidelijk! En nee, het is geenszins mijn bedoeling om hiermee een politiek statement te maken of het overheidsbeleid wel of niet te bekritiseren. Maar naar mijn idee is de balans in de berichtgevingen om een tweetal redenen zoek.

Goed nieuws is geen nieuws

De uitdrukking luidt natuurlijk precies andersom, maar het tegendeel lijkt eerder waar. Goed nieuws heeft nu eenmaal geen nieuwswaarde en haalt zelden de krant. Dat lijkt niet interessant, of in ieder geval niet interessant genoeg voor de nieuwsmedia, die graag met hun stemmingmakerij in de krantenkoppen de aandacht van de lezers willen trekken. Daar komt bij dat goed nieuws zich simpelweg minder gemakkelijk laat zien. We lezen eerder over besmettingen dan over genezen-verklaringen, om de eenvoudige reden dat het niet de gewoonte is om de dokter te bellen zodra je beter bent, maar als je ziek bent – zo ook met betrekking tot de aantallen coronabesmettingen. Bedenk ook dat (volgens de officiële schattingen) tegenover elk besmettingsgeval met ziekteverschijnselen in ieder geval één geval besmet persoon zonder symptomen staat, en dat er tegenover elke ernstige besmetting (van ziekenhuisopname tot overlijden) een ruime 80% gevallen staat die het met lichte verschijnselen uitzieken.

Tegenslag overvalt je. Geluk eveneens

Tegenslag overkomt je zonder dat je het kunt beïnvloeden. Het maakt dat we ons ineens kwetsbaar voelen en ons bewust zijn van de eindigheid van ons bestaan. In tegenstelling tot geluk komt tegenslag meestal met grote porties tegelijk. Of lijkt dat maar zo? Doen we onszelf geen geweld aan als we niet ook onze ogen openhouden voor het geluk dat ons treft? Onze gedachten kleuren de waarheid. De menselijke geest is in staat om, zelfs in de meest slechte situatie, gelukkig te zijn. Geluk en voorspoed komt net zo goed ‘uit het niets’ op onze weg. Het is er zodra je het ziet. Laten we daar vooral niet aan voorbijgaan! Ja, de coronacrisis noodzaakt ons om anders te doen en anders te kijken dan voorheen. Maar laten we onze blik vooral wenden naar de toekomst, in de hoop en het vertrouwen dat ons weer betere tijden wacht. Niets weerhoudt ons ervan te dromen, van wat geweest is of wat misschien nog komen mag. Het gaat voorbij, hoe dan ook…

Ken je kracht

Ja: ons leven is veranderd door de effecten van het coronavirus – direct en indirect. Het raakt ons allemaal. En daar zijn natuurlijk absoluut schrijnende voorbeelden van te noemen. Daar wil ik ook zeker niet aan af doen. Ieder heeft zo zijn eigen ervaringen in het licht van de maatregelen. Maar we lijken elkaar ook wel te willen besmetten met ons persoonlijk leed. We staan van nature zozeer stil bij datgene dat we zijn kwijtgeraakt of wat we niet meer kunnen, dat we haast zouden vergeten om te beschouwen wat nog wél allemaal lukt, of wat er in een enkel geval misschien zelfs een beetje op vooruit gegaan is. Misschien helpt het om dat eens allemaal op een rijtje te zetten, eventueel letterlijk, door er -voor en over jezelf- een lijstje van te maken. En verder: relativeer de situatie naar je persoonlijke invloedssfeer en je eigen omgeving. Houd het bij het ´hier en nu´en denk niet teveel vooruit in een toekomst waar we nog niets zinnigs over kunnen zeggen.

Groepsimmuniteit

Laatst had ik het erover met een kennis: de geest is leidend. Als je uit mag gaan van een positieve instelling, dan kun je wel stellen dat een gezonde geest een gezond lichaam voedt. Kijk om je heen en ontdek waar je allemaal dankbaar voor kunt zijn, voor de zegeningen van de natuur en voor de plek waar je woont. Of je kunt de opgelegde stilte als een vloek of als een zegen ervaren, of misschien wel wegen vinden om op andere manieren in contact te blijven met je dierbaren. En door de zonnige kant van dingen te blijven zien, ben je misschien ook in staat om een ander op te beuren. Dus: zoek elkaar op, niet om te klagen maar om op te fleuren. Want een gezonde mindset zorgt ervoor dat je je zelfverzekerd voelt, en als je goed in je vel zit, dan draagt dat vanzelf bij aan een betere immuniteit.

Niets zo besmettelijk als complottheorieën?

Maar waar ik me de laatste tijd misschien het meest over verbaas, is de toename aan allerhande grillige complottheorieën. En ik vind het verontrustend om te lezen dat er mensen zijn die oproepen aan de informatie van de overheid en medisch deskundigen te twijfelen, versus de theorieën die zij daarvoor in de plaats aan hongerige lezers voeren. Niet doen! Zowel niet het maken als het verspreiden ervan, want in dit kader geldt dan het spreekwoord dat ´het middel erger is dan de kwaal´. De vage suggesties die aan aandacht winnen, zorgen in hoofdzaak voor het toenemen van angstgevoelens en dat is zeker geen goed uitgangspunt voor de persoonlijke veerkracht van mensen. Maar erger: nepnieuws zoals de diverse complottheorieën in wezen zijn, zorgen soms voor gevaarlijke tegenreacties of een gevaarlijk gevoel van schijnzekerheid!

Corona: een virus, maar niet zomaar een virus

Het coronavirus wordt een virus genoemd, omdat het een virus is! Het gedraagt zich als een virus en heeft alle kenmerken van een virus. Een virus is een klein levend ‘wezen’, met zijn eigen DNA-schakels, en het kan zichzelf vermenigvuldigen wanneer het de juiste voedingsbodem vindt binnen een ander levend wezen. Het leeft van het eiwit uit de lichaamscellen van hun gastheer en van daaruit vermenigvuldigt het zich – zoals virussen doen. De meest effectieve manier om besmetting te voorkomen wordt nog steeds gevormd door de adviezen en richtlijnen vanuit de overheid.

En ik wil hierbij benadrukken dat ik weliswaar geen arts of wetenschapper ben, noch deel uitmaak van ons overheidsorgaan, maar ik zie niet in waarom ik stellingen zou moeten geloven van mensen die dat evenmin zijn! Gebruik in deze tijd vooral je gezonde verstand, want nogmaals: de geest is leidend en je gezonde verstand heeft daarmee de regie over je –hopelijk gezonde- lichaam. En mocht je toch twijfel voelen bij het lezen van complottheorieën, wees dan zelf zo verstandig om je te informeren, bijvoorbeeld door gericht naar deze informatie te zoeken plus informatie die het weerleggen kan, of zoek bijvoorbeeld naar specifieke pagina´s die deze zogeheten ´hoax-berichten´ nader behandelen.

Van welvaart naar welzijn

Wat we leren van het coronavirus is dat het ons allemaal kan raken. Het discrimineert als zodanig niet op basis van arm of rijk, man of vrouw, blank of zwart, of geografische ligging. Het helpt je dan ook niet als je veel geld hebt, want ergens in de diepste basis is gezondheid niet te koop. Wat het duidelijk wél doet, is discrimineren op basis van leeftijd en andere factoren die het afweergestel van mensen kunnen beïnvloeden. Dat leert ons dat we voor de mate van onze gezondheid in wezen ook afhankelijk zijn van de gezondheid van onze medemens. Dat we niet ongelimiteerd door kunnen gaan – of terug kunnen gaan naar het bevuilen van de aarde zonder dat het consequenties heeft voor onze collectieve weerstand. Kortom: het leert ons dat zaken als een goede gezondheidszorg of een zekere mate van welvaart een gunstige uitwerking heeft op ons allemaal. Wat dàt maakt uiteindelijk die groepsimmuniteit! Tot die tijd: hou je aan de regels en blijf gezond!

 

Het komt goed!

Geplaatst op

balHet is ongebruikelijk stil op straat in de anders zo kinderrijke buurt, als ik tijdens een van mijn ‘revalidatie-wandelingetjes’ eens wat verder ben gelopen dan ik aankan. Het stuk van de wijk waar ik ben aanbeland ken ik niet zo goed, maar ik zie een paar bankjes aan de rand van een speelpleintje – leeg en uitnodigend. Ik manoeuvreer mijn krukken tussen de latjes van het zit- en het ruggedeelte in en ga vervolgens met een gestrek been zitten, zoals een piraat met een houten poot dat waarschijnlijk ook zou hebben gedaan.

Ineens komt er een jongetje aanlopen, met grote donkere ogen en sluik zwart haar. Weifelend blijft hij bij de andere kant van het speelpleintje staan met een bal onder zijn arm geklemd. Het heeft eventjes iets triest om hem zo te zien staan, met die bal, terwijl het speelpleintje en het grasveldje ernaast er volkomen verlaten bij liggen.
Hallo‘, zeg ik, een beetje van een afstandje.
Dag‘, zegt het jongetje, terwijl hij een hand opsteekt en zwaait.
Mevrouw, zit u in een risicogroep?‘ vraagt hij dan.
Nou nee, dat denk ik niet‘, antwoord ik, een beetje verrast door zijn spitsvondige vraag, ‘ik ben nog lang geen 70 jaar, dus dat valt mee.’
Maar u heeft wel wat aan uw knie‘, zegt hij met enige nadruk.
…en u bent misschien ook wat te dik‘, voegt hij er voorzichtig aan toe.
Ik schiet in de lach. Nee, ik kan mischien proberen om mezelf te bedonderen, maar dit kind in ieder geval niet: die ziet al van een afstandje wat mijn verminderde mobiliteit van de afgelopen maanden en mijn gelijk gebleven eetlust voor wisselwerking hebben gehad.
Je hebt gelijk! zeg ik, ‘maar ik geloof dat jij gerust ook op dit bankje kunt gaan zitten, aan de andere kant. Toch?‘ en dat tovert een lach op zijn gezicht.

Hij komt bij me zitten, op het andere uiteinde van het bankje en hij begint honderduit te praten. Hij wil weten wat ik aan mijn knie heb en waar die brace voor is, om vervolgens uit de doeken te doen hoe het nu is, zo midden in deze coronacrisis. Geen school. Hoe is dat nu voor hem? ‘Pfff, gelukkig even niet!‘ zegt hij met een soort wegwerpgebaar, ‘daar komt alleen maar ruzie van!‘ Nu heeft hij zijn taken afgemaakt en mag hij even buiten spelen. Ja, sommige vriendjes mist hij wel. Bart heet hij. En Bart is 8 jaar oud. Hij heeft een oudere zus van 17, en dat is, in zijn woorden ‘alsof je met drie volwassenen in een huis woont‘, gevolgd door een theatrale zucht en hij rolt met zijn ogen.

Over volwassenen gesproken: opa en oma heeft hij nu heel lang niet gezien. Want die zijn wel 70. Of zo. Tegelijk vraag ik me af of het gevaar voor eenzaamheid alleen bij ‘de kwetsbaren van de samenleving’ op de loer ligt, nu ik dit jongetje zo op dit uitgestorven stukje straat tussen lege klimtoestellen zie zitten.

Bart is ook bijzonder geïnteresseerd in de gesteldheid van mijn knie en hij wil weten wat ik er allemaal wel of niet mee kan. ‘Dit gaat wel weer over hoor. Het komt weer goed. Net als met de corona’, zegt hij dan. Wat een wijsheid! Dus dit is het nieuwe normaal? Wat weet een kind straks nog van het oude normaal? En wordt het ooit weer zoals het was, of is de wereld voorgoed veranderd? Voor een achtjarige maakt het misschien niet zoveel uit. Of toch?

Die ontmoeting was een week geleden. Gisteren liep ik weer in dat gedeelte van de buurt, en toen ik door de straat liep waar het speelpleintje aan grenst, zag ik een groep uitbundige kinderen die elkaar met waterpistolen aan het natsptatten waren en joelend door elkaar liepen. De laatste wijziging in de coronamaatregelen van de overheid houdt in ieder geval wat versoepeling voor kinderen in en dat is merkbaar aan de levendigheid op straat.

Ineens herken ik Bart tussen de kluwe kindertjes en hij ziet mij ook. Hij houd meteen halt en zegt tegen drie jongetjes die dichtbij hem staan: ‘Kijk, van deze mevrouw is haar been weer aan elkaar genaaid’, en in een beweging wijst hij in de kier van mijn brace. Drie paar ogen blijven op kniehoogte hangen. ‘Zo hee!’ zegt een van de drie andere jongetjes. ‘Da’s heftig!‘ Maar veel tijd hebben ze niet. En gelukkig maar. Ze stuiven weer alle kanten op en Bart zwaait in het voorbijgaan: ‘Doei! Beterschap nog! Het komt goed hé!‘ roept hij nog.

Als we allemaal de flexibiliteit hebben van een kinder(lijke) geest, dan weten we dat deze tijd maar tijdelijk is – hoe dan ook. En dan komt het vast goed…

Reddende engelen in de tijd van het coronavirus

Geplaatst op Geupdate op

engelaanmijnbedEn dan ineens moet ik weer denken aan het relaas van dat meisje van een jaar of twaalf: na een paar dagen van lichte hoest en verkoudheidsverschijnselen, zat ze op een morgen in een melige bui naast haar broer op de bank in de kamer. ‘Moet je horen, wat grappig!’ zei ze tegen haar broer, terwijl ze een diepe teug lucht naar binnen zoog. Tegelijk met haar ademhaling klonk er een onheilspellend geborrel uit haar binnenste, een beetje zoals een luxe koffiemachine klinkt als je een kopje cappuccino brouwt. ‘Maar dat is helemaal niet goed!’ riep haar moeder die in de kamer stond te strijken geschrokken vanachter de strijkplank, terwijl het meisje en haar broer een lachstuip leken te hebben door dat gekke geluid. Binnen een mum van tijd had haar moeder de twee kinderen gemobiliseerd, en spoedde het gezin zich naar de huisarts. Van daaruit volgde een snelle doorverwijzing naar het OLVG in Amsterdam, hoewel die tussenstappen en de exacte route wat onduidelijk zijn.

Het meisje werd na een aantal onderzoeken opgenomen op een geïsoleerde afdeling, wat voor haar in praktische zin vooral betekende dat ze alleen kwam te liggen. Helemaal alleen, in een soort dubbelwandig aquarium, afgezonderd van haar familie. Artsen die haar onderzochten, droegen monddoekjes, beschermende kleding en -brillen. In de consternatie die volgde en de focus op vooral de medische aandacht, was de verpleging vergeten het meisje te vertellen dat ze haar maaltijden in een sluis plaatsen. Dat was een soort kluisje in de dubbele glazen wand waarin het verzorgend personeel het eten en drinken aan de buitenzijde erin kon schuiven, waardoor het meisje het zelf er aan de binnenkant uit kon halen. Na drie dagen was het iemand opgevallen dat het eten onaangeroerd bleef en bij navraag bleek het meisje van niets te weten. Maar ze was te ziek om het ook echt gemerkt te hebben.

Het kind werd in de loop van enkele dagen al zieker en zieker. Ze hoestte bloed op en haar lichaamstemperatuur was op een zeker moment gestegen tot 41,2°. Ze was te ziek om überhaupt nog iets buiten haar om op te kunnen merken, omdat ze verwikkeld was in een continue strijd om adem te kunnen blijven halen, de focus naar binnen gekeerd. Iets dat zo vanzelfsprekend als ademen is, vergde van haar een opperste concentratie en kostte haar al haar kracht. Het voelde alsof ze elke teug met kracht naar binnen moest zuigen als door een rietje, meer niet. Hoe lang ze daar zo lag, wist ze niet precies. Ze verloor elk idee van dag of tijd, en bovendien raakte ze in een flow tussen waken en slapen in, waardoor het dagritme vervaagde tot iets in haar onderbewustzijn.

Ze werd ook op enig moment verplaatst, dacht ze. Naar een kamer waar een apparaat aan de muur bellen blies die ze in moest ademen, met eenzelfde moeite als daarvoor. Ook daar lag ze geïsoleerd. Niemand praatte haar bij, niemand zei zelfs maar wat tegen haar, wat maakte dat dit alles op haar nogal vreemd en onwerkelijk overkwam. Zo zag ze eens haar oma zitten, aan de andere kant van het glas, die al voor zich uit prevelend een kralenketting door haar handen liet gaan. Merkwaardig vond ze dat.

Op een nacht kreeg het meisje het zo vreselijk benauwd, dat ze dacht dat het haar niet meer lukte om nog lucht in te kunnen ademen. Tegelijkertijd voelde ze zich heel licht worden, in haar hoofd, in haar magere lijfje. Haar gedachten in dat ene moment werden heel beredenerend: er was een noodknop bij haar bed. Maar als ze erop zou drukken, dan zou het vast te lang duren voordat hulp paraat was. Dat zou te laat komen, hoe dan ook. En eigenlijk had ze ook niet meer de puf om haar hand naar die magische knop te bewegen, want elke inspanning was haar teveel. En ergens tussen de grens van waken en slapen in, bemerkte ze twee witte schimmen in de hoek van het plafond, schuin tegenover haar. Het meisje dacht dat het misschien engelen waren. Ze leken ontzet te kibbelen, zeiden op geschrokken toon dingen als dat dit toch helemaal niet de bedoeling was, en meer van dat. ‘Adem nou! Toe nou, adem dan toch!’ leken ze haar toe te roepen.
Het vreemde verontruste gebakkelei van de witte schimmen maakte het meisje alert. Die schimmen uit een andere wereld maakten dat die andere wereld nu wel erg dichtbij kwam! En toen haar gedachten daardoor weer enigszins helder geworden waren, drukte ze toch op die knop. Wat er daarna precies gebeurde, dat weet ze niet. Toen niet meer en nu ook niet meer…

Dat meisje, dat was ik. Lang geleden. En ik heb het gered, dat moge duidelijk zijn! Wat ik toen had? Ik wist dat toen niet en nu ook niet. Of het vergelijk met het coronavirus opgaat, weet ik ook niet. Ik weet alleen dat het een longvirus was dat tot dan toe onbekend was en waar geen medicijn voor bestond. Er was geen internet, geen berichten in het nieuws, en nee, voor zover ik weet kwam er geen statistiek aan te pas, laat staan virusmaatregelen – behalve die naar mijn familie toe.  

Wat ik er nu aan overgehouden heb? Na al die tijd vrij weinig gelukkig! Een scan die tijdens een nacontrole was gemaakt, toonde aan dat mijn beide longen voor de helft ‘uit littekenweefsel bestonden’. Zo werd dat door de longarts letterlijk gezegd en ik vond die zin toen blijkbaar zo spannend klinken, dat ik die altijd heb onthouden. Het maakte dat ik nog lag daarna kortademig was. Kortademig en graatmager. Ik ben er zo’n 1,5 jaar nog verzwakt door geweest. Ik weet wel dat ik er mogelijk een hang naar ietsje teveel eten door heb gekregen, want eten zorgde er in die tijd van herstel voor dat ik er automatisch ‘weer goed uitzag’. En als jonge tiener doet zoiets misschien wel wat met je zelfbeeld.

Maar wat ik er met name van overgehouden heb, is het vermogen om het leven te beschouwen als een groot geschenk dat ik nog dagelijks uit mag pakken! Het gevoel om in een soort ‘reservetijd’ te mogen leven, zette voor mij al vroeg het leven in een ander perspectief. Zekerheden heb je niet, nooit. Het kan zomaar over zijn en er is niets aan verloren om je dierbaren te laten blijken dat je on ze geeft, want ook hun liefde en aanwezigheid zijn daarmee ook niet vanzelfsprekend.

Wat het me ook gebracht heeft, is een enorm respect voor de mensen in de medische zorg, want wat ervoor zorgde dat ik nog ‘hier’ ben en niet god-mag-weten-waar heb ik te danken aan hun levensreddende werk! Door de inzet en offers die ze brengen, en door een betrokkenheid die vele malen groter moet zijn dan louter hun salaris. Een bijzonder soort naastenliefde houdt mensen in de zorg op de been. De engelen die mij redden, waren de mensen in het ziekenhuis; de artsen en de verpleegkundigen. In dat merkwaardige gevecht met de dood, hadden zij aan het langste eind getrokken.

Laten we ook daarom vooral en met name in deze tijd de mensen in de zorg waarderen om wat zij zijn: de échte helden in onze maatschappij, de helden van deze tijd! En momenteel zijn zij het die de maatschappij waarin wij leven in grote mate draaiende houden, want heel veel hangt nu van hun tomeloze inzet af. En wat mij betreft vormen zij we een van de belangrijkste beroepsgroepen. Laten we dat, als deze crisis aan ons voorbij mag trekken, vooral ook inzien met z´n allen.

En wat we vooral ook moeten inzien met z´n allen: volg in godsnaam de adviezen op die bedoeld zijn om de besmetting met het coronavirus zoveel mogelijk tegen te gaan! Het virus reist snel, maar de informatie erover evenzeer! Toen wist ik niet wat er op me af kwam, maar tegenwoordig worden we dagelijks op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen.

Ik hoop, wens en bid dat liefst zoveel mogelijk mensen het virusleed bespaart mag blijven. Dat moet en kan lukken, ieder voor zich en toch samen. Het weer lonkt ons naar buiten, maar dat is geen argument om de richtlijnen van de RIVM terzijde te schuiven. De klok gaat vooruit, dit weekend: zomertijd. Liefst zetten we de klok een flinke tijd vooruit. Tot die tijd moeten we het maar uitzingen. Tot die tijd. Ik gun het ieder, die ´tot die tijd´, met hopelijk daarna nog tijd genoeg om de tijd in te halen!