Wie is mijn naaste? Waarom ‘Black Lives Matter’ er wel degelijk toe doet.

Geplaatst op Geupdate op

Black Lives Matter’ wordt vaak gevolgd door de repliek ‘All Lives Matter’ – alle levens doen ertoe. Helemaal waar, ware het niet dat juist de ‘black lives’ er al zolang niet toe doen, en eerst die ongelijkheid genivelleerd moet worden. ‘De wereld moet kleurenblind zijn’, heb ik ook wel gehoord. Maar dat betekent niet dat we blind moeten zijn voor de problematiek van de ongelijke behandeling.

De vraag wie nu eigenlijk je naaste is, is actueler dan ooit. Althans: het zou een retorische vraag moeten zijn, maar het blijkt voor veel mensen lastig om het antwoord daarop te vinden of te bevestigen. Want die medemensen zijn als elkaars naasten soms zo verdomd ver van elkaar verwijderd, zelfs in elkaars nabijheid. Black Lives Matter. Zo vanzelfsprekend! Of…toch niet?

Discriminatie: als je het niet ziet, wil dat niet zeggen dat het er niet is

Nee, dit is geen relaas over de stompzinnigheid van discriminatie, want dat hoeft aan niemand uitgelegd te worden, noch is dit een politiek statement, want het probleem gaat ons allemaal aan doordat het zo diepgeworteld is in de samenleving. En nee, ook geen psychologische verhandeling hoe de mens van nature een tikje xenofoob is ten opzichte van mensen buiten zijn vertrouwde ‘nestgeur’, om zo te zeggen. Maar intrigerend vind ik wel de vraag: als we weten dat discriminatie AANgeleerd is, waarom is het dan nog steeds niet AFgeleerd?

Tot voor kort dacht ik dat het vanzelfsprekend was, dat donkergekleurde en lichtgekleurde mensen doorgaans in harmonie met elkaar leven en samen de wereld inkleuren, of toch in ieder geval in Nederland, of breder: in de geciviliseerde rijke westerse samenleving. Maar we kunnen niet meer zo naïef zijn om te denken ‘ik merk het niet, ik zie het niet, dus het valt wel mee’; we kunnen er niet mee ‘wegkomen’ door het bestaan ervan niet te willen herkennen, laat staan niet erkennen of door het zelfs volledig te ontkennen. Daarin schuilt juist het probleem, in die westerse samenleving, waar discriminatie een structureel probleem is. Dat je iets niet ziet wil niet zeggen dat het er niet is, of dat je het zelf niet als zo heftig aanwezig ervaart zegt eveneens niets over de ervaringen van een ander, van je naaste, je medemens, van -met name- je gekleurde medemens. Nu, in deze tijd.

Toch vraagt dit om het belichten van een stukje Amerikaanse geschiedenis en politiek, om te begrijpen waar die protesten op gebaseerd zijn, en waarom dit ook hier gebeurt, omdat de invloed van die grootmacht op de wereldlijke verhoudingen en daarmee ook onze culturele standaards enorm is.

Tegen de regels of tussen de regels?

In een notendop: in 1865 werd, met de beëindiging van de Burgeroorlog tussen de noordelijke en de zuidelijke staten, de slavernij afgeschaft. Er kwam een toevoeging aan de grondwet: ‘het Dertiende amendement’, waarin werd bepaald dat slavernij en onvrijwillige arbeid werd verboden. Er volgde een roerige periode, ‘de reconstructie’, totdat de gelijkheid van de zwarte bevolking ook in de zuidelijke staten aanvaard zou zijn. Racistische wetten, ‘black codes’, bestonden al voor de slavernij werd afgeschaft, maar de hoop op gelijkheid werd verstoord door de zogeheten Jim-Crow-wetten, waarmee de rassenscheiding in de zuidelijke staten legaal werd. Het gevolg was een apartheidssysteem, wat zorgde voor discriminatie, rechteloosheid, armoede en racisme. Het hield in dat de zwarte bevolking de toegang tot van alles werd ontzegd: openbaar vervoer, scholen, horeca en hotels, publieke instellingen en woonwijken, maar ook burgerrechten zoals stemrecht moesten ze ontberen. Het duurde tot 1965 voordat de discriminerende segregatiewet werd afgeschaft.

Bijzonder stuitend is de Amerikaanse film ‘Birth of a Nation’ uit 1915 – die de term ‘zwart/wit-film’ op een choquerende manier een heel eigen lading geeft. Het is een verfilmd verhaal over families die door de Amerikaanse burgeroorlog uiteen worden gedreven, aan de vooravond van het afschaffen van de slavernij. In die film wordt een misleidend neerbuigend beeld geschetst van de zwarte bevolking, maar dat staat het succes van de film niet in de weg. Sterker nog: de film werd in 1992 door de ‘Library of Congres’ uitgeroepen tot ‘cultureel significant’. De wrange werkelijkheid is dat de film uitermate racistisch is en bijdroeg aan het stereotype beeld van de zwarte bevolking als crimineel en gewelddadig, en heeft zelfs geleid tot een opleving van de Ku Klux Klan. Uitwassen als gruwelijke lynchpartijen van zwarten vonden rechtvaardiging in dat maatschappelijk aanvaarde beeld.

Terug naar dat aanhangsel van de grondwet, dat 13e amendement: hoewel het slavernij verbiedt, biedt het ook ruimte voor interpretatie. Het geeft de staten en de federale overheid namelijk wel de mogelijkheid om veroordeelden onvrijwillig werk te laten verrichten. De gevolgen van die marge in de wet zijn enorm en raakt, nog steeds, voornamelijk de zwarte bevolking! In cijfers: Amerika vertegenwoordigt 5% van de wereldbevolking, terwijl een kwart van alle gedetineerden wereldwijd zich in Amerikaanse gevangenissen bevindt. Dit aantal gevangenen is in de afgelopen 50 jaar van pakweg 300.000 tot ruim 2,5 miljoen ‘inmates’ gestegen. Opmerkelijk: de zwarte bevolking maakt slechts 6% uit van de totale Amerikaanse gemeenschap, maar vertegenwoordigt 40% van de gevangen. Dat gevangeniswezen is dan ook ‘big business’ vanwege de onbetaalde krachten.

Iedereen is gelijk, behalve…

Daar zit m.i. tegelijk het probleem achter het probleem: het gevangeniswezen is er geen zaak van de overheid, maar een commercieel systeem. Waar we hier in ons rechtstelsel gewend zijn dat van een verdachte eerst de schuld bewezen moet worden om hem schuldig te achten, zo moet een arrestant daar vaak maar zien hoe hij zijn onschuld aantoont. Tel daarbij op dat de economisch zwakkeren – waar je goeddeels de zwarte bevolking toe kan rekenen, de rechtshulp vaak simpelweg niet kunnen betalen, dan is het niet gek om te stellen dat we te maken hebben met een humanitaire ramp van enorme proporties.

Wat nog een extra enorme kanttekening is bij de rechtsstructuur in Amerika, is het feit dat iemand met een strafblad in Amerika zijn stemrecht verliest, zijn Amerikaans staatsburgerschap ten spijt. En dat laatste is meteen een verklaring voor het feit dat de verscherping van verschillen tussen blank en zwart zo drastisch om zich heen kunnen grijpen, zonder dat daar politiek afdoende tegen geageerd kan worden. Maar… ik had beloofd hier geen politiek betoog van te maken.

George Orwell schreef het in 1954 al in zijn bekende ‘Animal Farm’:  “All animals are equal, but some animals are more equal than others” – als een ode aan de varkens die in dat verhaal de regeringsleiders waren. Sindsdien is er nog maar bijster weinig verbeterd in het Amerikaanse rechtssysteem ten opzichte van de zwarte medemens.

Black Lives Matter 

Terug naar ‘Black Lives Matter’: die term ontstond nadat burgerrechtenactiviste Alicia Garza dit benoemde in een verklaring die zij schreef. Die verklaring laat zich lezen als een ‘liefdesbrief’, een ode aan de zwarte mens, een epistel dat geschreven is naar aanleiding van racistisch geweld en de daaruit voortvloeiende protesten. Die protesten ontstonden nadat de Afro-Amerikaanse ongewapende tiener Trayvon Martin in 2012 door de buurtwacht George Zimmerman werd doodgeschoten en waarna Zimmerman van doodslag werd vrijgesproken. Garza was een van de drie oprichtsters van de Black Lives Matter-organisatie, die onder de hashtag #BlackLivesMatter zich op social media uitspreekt tegen geweld tegen zwarten, inclusief het politiegeweld, etnisch profileren en over-bestraffing van zwarten door het Amerikaanse rechtssysteem. De door hen georganiseerde protestacties en betogingen zijn geweldloos, en bedoeld om politieke bijval te verkrijgen.

De barmhartige Samaritaan

Deze week doemde een beeld op in de nieuwsmedia: een Black Lives Matter-betoger tilde een extreemrechtse man, die met een hoofdwond op straat lag en onder de voet gelopen dreigde te worden, over zijn schouder uit het gedrang van protestacties in Londen. Vrienden van de zwarte man hielpen hem om de man te ontzetten en vermoedelijk zo zijn leven te redden. Het was niet moeilijk om daarin een parallel te zien met de parabel van Jezus over de barmhartige Samaritaan*. De essentie van die boodschap kreeg daar ineens vorm in dat gebaar van naastenliefde. ‘Ik deed wat ik moest doen’, zo zei hij er zelf over tegen een interviewer, ‘en dat was hem in veiligheid brengen’. Deze donkere man vond zijn naaste te midden van een anonieme en vijandige massa mensen. En zo werd in stilte misschien wel het meest gezegd. Het begint misschien bij dat veelzeggende gebaar van die ene mens, die zich over de ander neerbuigt om hem de hand te reiken om zich aan op te trekken.

In de Bijbeltekst* wordt de vraag ‘Wie is mijn naaste?’ door een wetsgeleerde voorgelegd aan Jezus. Onder de wetsgeleerden kun je de leiders uit die tijd scharen: mensen die de Torah, de wet hadden bestudeerd en die het voor het zeggen hadden. De vraag die de wetsgeleerde aan Jezus stelde kun je daarmee zien als een test, want hij was eerder op zoek naar bevestiging van zichzelf dan naar een antwoord dat er echt toe deed. Maar Jezus draait de vraag om: wie denkt u dat uw naaste is?

Niet zwijgen tegen onrecht

Het vraagt om moed om op te staan tegen onrecht, om niet onopgemerkt op te gaan in de massa, de drukte, de waan van alledag. Wereldwijd staan mensen nu massaal op tegen racisme en politiegeweld in de VS. Ook hier maken we ons daar grote zorgen om. Maar niet alleen over de situatie in de VS, ook al jaren over Nederland. De politie in Nederland controleert vaker etnische minderheden dan witte Nederlanders. Zonder objectieve reden. Dat is etnisch profileren. Dat is discriminatie. Dat is verboden. Het is schadelijk, niet effectief, en het vertrouwen in politie wordt aangetast.

‘Wet is wet’, wordt wel gesteld – en discriminatie is in strijd met de wet, zowel hier als in Amerika. Maar datzelfde ‘wet is wet’ leidt in het grote machtige Amerika juist tussen enorme verdeeldheid en ongelijkheid. ‘The American Dream’ draait uit op een nachtmerrie voor de zwarte bevolking, en dat is juist zo kwalijk met het wetsboek en Bijbel in de hand van de machthebbers!

Zwijgen tegen onrecht volstaat niet. Nooit! Want wie zwijgt stemt toe, of stemt in ieder geval niet tegen. En of dat nu door middel van een massabijeenkomst is, of misschien in de tijd van de pandemie waarin we nog steeds zitten door je aan te sluiten bij mensenrechtenorganisaties, je stem te laten horen via social media of petities, maar hoe dan ook: door onze mond open te doen op het moment dat we onrecht bemerken. Ook paus Franciscus heeft zich expliciet uitgesproken tegen deze ‘zonde van racisme’ en ‘zelfvernietigend geweld’.

NB: protesteren kan ook ‘corona-proof’.  Ook ik spreek me om redenen niet actief in een betoging maar in stilte uit tegen racistisch geweld en het schenden van mensenrechten, nu hier, maar ook door mijn actieve bijdrage aan de mensenrechtenorganisatie Amnesty International. Mocht je mij hierover te spreken krijgen, dan weet je er alvast van!

Je uitspreken tegen geweld kan dus ook direct, in stilte, vanuit huis of op kantoor: door deregelijke schrijfacties en petities toon je je betrokkenheid. Wat we kunnen doen, is er zo samen voor zorgen dat discriminatie zoveel mogelijk het zwijgen wordt toegebracht en monddood eindigt. Om met de woorden van Jezus te eindigen: ´Ga dan heen en doe evenzo´.

 


*Bijbeltekst – Lucas 10, 25-37

Er kwam een wetsleraar naar Jezus toe. Hij wilde Jezus iets verkeerds laten zeggen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’ Jezus zei tegen hem: ‘Wat staat er in de wet? Wat lees je daar?’ De man antwoordde: ‘Houd van de Heer, je God, met je hele hart, met je hele ziel, met je hele verstand en met al je kracht. En houd evenveel van je medemensen als van jezelf.’ Toen zei Jezus: ‘Dat is het goede antwoord. Als je dat doet, zul je eeuwig leven.’ De wetsleraar wilde laten zien dat hij de wet beter kende dan Jezus. Daarom vroeg hij: ‘Wie is mijn medemens dan?’ Toen vertelde Jezus een verhaal. Hij zei: ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Maar onderweg werd hij door rovers overvallen. Ze pakten alles van hem af, ook zijn kleren. Ze sloegen hem halfdood, en lieten hem liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen er even later een hulppriester langskwam, gebeurde hetzelfde. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen kwam er een vreemdeling langs, een Samaritaan. Hij zag de man liggen en kreeg medelijden. Daarom ging hij naar hem toe. Hij verzorgde de wonden van de man met olie en wijn. En hij deed er verband om. Toen zette hij de man op zijn eigen ezel en bracht hem naar een herberg. Daar zorgde hij voor hem. De volgende dag gaf de Samaritaan geld aan de eigenaar van de herberg en zei: ‘Zorg goed voor de man. Als het je meer geld kost, krijg je dat van me op mijn terugreis.’’ Toen vroeg Jezus: ‘Wat denk je? Wie was de medemens van de man die overvallen werd? De priester, de hulppriester of de Samaritaan?’ De wetsleraar antwoordde: ‘De Samaritaan, want die was goed voor de gewonde man.’ Toen zei Jezus: ‘Doe dan voortaan net zoals de Samaritaan.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s